Comité Porte NiNove Poort
Vereniging van omwonenden van de NiИoofsepoort in Brussel
en bewoners en gebruikers uit de naburige wijken in Anderlecht, Brussel-Stad en Sint-Jans-Molenbeek.
________________________
17-04-2012 | Laatste upgrade : 27-10-2012



Dit is een VOORSTEL
Discussie-mogelijkheden:
• rechtreeks via e-mail. Download en gebruik de tekstversie in .rtf of in .pdf waarin wijzigingen kunnen voorgesteld.
• discussies via Facebook:
   . in de groep Ik ben VOOR het park aan de Ninoofsepoort
   . op de pagina van Lieven SOETE
Lieven SOETE, Molenbeek [ 1080 Brussel ] Contact : lieven.soete[at]bruxel.org
Start: September 2011 • Werktekst / Work in progress •





Het voorliggende Algemeen Plan voor de heraanleg van de Ninoofsepoort
in opdracht van BELIRIS en het Brussels Gewest, september 2011 :
    • in html : 3400 x 2400 pixels : klik hier
    • in PDF - veel groter en dus tot in detail te bestuderen: [ 4,8 Mb ] : klik hier



Wij willen de heraanleg van de Ninoofsepoort en omliggende buurten in het Kanaaldistrict in Brussel ter discussie stellen.
    Mede in het kader van de huidige discussies in Brussel om een nieuw Demografisch BestemmingsPlan 2012
en een Duurzaam OntwikkelingsPlan 2020-2040 uit te werken.

    Daarom maken we zelf ons plan en beperken we ons niet tot het beknibbelen van bestaande voorstellen.
Hiervoor verwijzen we naar de uitgebreide kritieknota's op het voorliggende plan:

    http://www.bruxel.org/2011/2011porteNinovepoort/index.html



Ons plan voor de Ninoofsepoort in het Kanaaldistrict in Brussel:
Een oase van water, groen en frisse lucht
in het versteende en overbevolkte Kanaaldistrict.

    • Een nieuw trefpunt rond het water in het centrum van de Zennevallei.
    • Met een groot, open stadspark van 4 à 5 hectare zonder enige bebouwing
    • dat aansluit op groene promenades en wandelsnoeren tot ver in de omringende wijken.
    • Met een stadsplein op rechteroever, het Ninoofseplein en een stadsplein op linkeroever met de brug en de sluis, waar het natuurlijke, sociale en economische erfgoed van heel de site tot zijn recht komt.
    • Met voorrang voor spelende kinderen, voetgangers, openbaar vervoer en fietsers terwijl auto's noodgedwongen nog gedoogd worden.
    • Met minder gevaar, lawaai, zwerfvuil, stof, gassen en hitte en meer frisse lucht.
    • Waarbij de gezondheidsaspecten van een park centraal staan.



a.| Enkele belangrijke begrippen


• De site van de Ninoofsepoort te Brussel omvat minstens 10 hectare ruimte. Vijf wijken raken er elkaar: Hertogin, Historisch Molenbeek, Dansaert, Anneesens en Kuregem-Dauw, in drie gemeenten: Anderlecht, Brussel-Stad en Sint-Jans-Molenbeek.
    Zie Bijlage 1 - achteraan deze tekst
    Kaart met visuele ruimte : http://www.bruxel.org/.../2012_porteNinove_visueleruimte.png

• De Ninoofsepoort vormt het centrum van wat wij definiëren als het Kanaaldistrict, een stadsdistrict met meer dan 100.000 inwoners dat het centrale deel van de Zennevallei in Brussel omvat en waar het kanaal naar Charleroi – tussen het Saincteletteplein en het slachthuis van Anderlecht – de centrale as van is.
    De Ninoofsepoort wordt de vierde groene pool in de schakel van de Kleine Ring in Brussel – naast de Hallepoort, het Troonplein en de Botanic.
    Zie Bijlage 2 - achteraan deze tekst
    Kaart met het Kanaaldistrict en het gebied op 800 meter – in vogelvlucht rond het midden van de brug van de Ninoofsepoort : http://www.bruxel.org/.../2012_Kanaaldistrict-Wijkgroen800m.jpg


b.| Uitganspunten

b.1.| Onze stad is een laboratorium voor onze samenleving
    We willen de planeet zoveel mogelijk respecteren en dus plaats en fatsoenlijk leven mogelijk houden voor de volgende generaties mensen, dieren en planten, water, lucht en aarde. Dus moeten we leren verstandig, efficiënt, dicht en toch leuk met elkaar te leven in de stad.
    In Brussel biedt het Kanaaldistrict al op enkele belangrijke punten een beeld van de stad en de maatschappij van de toekomst: een jonge bevolking, dicht en dus efficiënt bij elkaar, grote diversiteit, belangrijk erfgoed en ervaring om daar mee om te gaan.

b.2.| "Duurzaamheid" mag geen slogan of modewoord worden
    • We nemen de zwakste als maatstaf, wetend dat de graad van efficiëntie, democratie en beschaving gemeten wordt aan de mate waarmee rekening wordt gehouden met de zwaksten: de kinderen, mensen met een handicap, senioren; de aarde, lucht en water; de planten en dieren; het erfgoed en de geschiedenis.
    • Respect voor de toekomst op basis van respect voor het verleden. Zo weinig mogelijk de toekomst belasten met de dingen die wij nu wel fantastisch en hoogdringend vinden. Zo veel mogelijk kansen open laten om in de toekomst aan te passen.
    • Alles moet zo eco-zuinig en -efficiënt mogelijk: keuze van grondstoffen en materialen, transport, installatie, onderhoud, recyclage.
    • Breder kijken dan het beperkt gebied dat nu wordt heraangelegd. De Ninoofsepoort is een contact- en schakelpunt (een intelligente hub) in bredere stedelijke, regionale, nationale en internationale netwerken. Voor de ondergrond, het water, het (micro)klimaat, de fauna en flora, de economie, het transport en de mobiliteit, de sociale netwerken, de gezondheid, ontspanning en cultuur, het erfgoed, de nutsvoorzieningen, de communicatie en de consumptie, ...

b.3.| Vuistregels voor dit project
Deze vuistregels zijn geen "principes" die overal en altijd gelden. Het zijn werkregels die resultaat zijn van grondige studie van de site en haar geschiedenissen en van jarenlange ervaring als gebruiker van de site en als omwonende. Het zijn concrete vertalingen van de 2 uitgangspunten hierboven.

b.3.|1. Rangorde in de doelstellingen van het project
    1°. De unieke kans benutten om een park van 4 à 5 Ha aan te leggen in het hart van het Kanaaldistrict.
    2°. De Ninoofsesteenweg teruggeven aan de voetgangers en fietsers en het openbaar vervoer er houden.
    3°. Het Ninoofseplein uitbreiden en de 2 octrooipaviljoenen er integreren.
    4°. De sluis van Molenbeek integreren in het nieuwe park en opnieuw zicht- en bruikbaar maken als educatief instrument.
    5°. Het nog onvermijdelijke individuele autoverkeer duidelijk maken dat het géén prioriteit meer heeft maar anderzijds ook fatsoenlijk organiseren zodat er minimale hinder blijft voor de omwonenden en de gebruikers van het park.
   
b.3.|2. Rangorde in de verwachtingen voor het project    
    1°. Ontmoetingspunt; objectief en subjectief veilig.
    2°. Ontspanning & gezondheid : rust, frisse lucht, wandelen, kijken, babbelen, groen, water, spel, fitness & revalidatie, ...
    3°. Educatief : vertellen & doorgeven aan de hand van zichtbare dingen.   
    4°. Overstappen : tussen voetganger en/of fiets en/of openbaar vervoer.
    5°. Een WOW-effect creëren rond erfgoed en bezienswaardigheden.
    7°. Betere doorstroming van het wegverkeer met minder hinder voor de omwonenden: lawaai (banden, toeters, sirenes, muziek, motor); roet; fijn stof; fysiek gevaar; stralingen; zwerfvuil; ...

b.3.|3. Rangorde in de doelpublieken
    1°. Bewoners binnen een straal van 1 à 1,5 km, als gebruikers van het nieuwe park en de diensten in de buurt
    2°. Omwonenden binnen de straal van 500m
    3°. Werkers : in de voorgestelde rangorde mobiliteitsmodus (zie pt. a.3.|5.)
    4°. Bezoekers : wandelaars, feesten, toeristen.
    5°. Leveranciers en afhalers (licht vrachtvervoer).
    6°. Rekening houden met uitzonderlijk maar regelmatig zwaar vervoer: markten (Bara / Abattoir / Molenbeek); zomerfoor; festivals & feesten.

    0°. Doorgaand verkeer wordt uitgesloten.
    0°. Zwaar vervoer voor plaatselijke "industrie" (autohandel) wordt uit de site gesloten.

b.3.|4. Rangorde in het belang van bestaande gegevens
    1°. Geografische gegevens : landschap (hoogteverschillen); sporen van natuurlijke en historische waterlopen
    2°. Zeldzame historische monumenten en zichtbare sporen van de geschiedenis van de site en de stad.
    3°. Historische perspectieven en "panoramische" zichten.
    4°. Zeldzame bezienswaardigheid : de sluis.
    5°. Zeldzame grote, dus oude bomen
    6°. Hedendaagse artistieke ingrepen : fontein; muurschilderingen.
    7°. Unieke wilde stadsjungle achter de palissade van de "Besixput".
    8°. Nieuwe architectonisch ingrepen (Belle-Vue; Brunfaut65; Sporthal;...)

b.3.|5. Rangorde in de mobiliteitsmodi
    1°. Voetgangers - afgestemd op de zwakste : kinderen, minder mobielen
    2°. Openbaar vervoer : tram, bus, boot, kabelbaan
    3°. Fietsers (inclusief electrische fietsen), uitleenfietsen
    4°. Diensten : ambulance, politie, brandweer, kanaaldiensten
    5°. Collectief vervoer : collectieve taxi, cambio, carpooling, (mini-)bussen
    6°. Licht vrachtvervoer : bevoorrading, thuisbezorging & distributie
    7°. Uitzonderlijk zwaar vrachtvervoer
    8°. Individueel gemotoriseerd vervoer (inclusief taxi)




Samenvatting

WAT is ons PLAN voor de NINOOFSEPOORT ?
1.| Het WATER
In dit centrum van Brussel is de vallei van de Zenne en het ontstaan van de stad nog te herkennen.Dit willen we opnieuw zichtbaar maken door de site (10 hectare) zo sterk mogelijk open te maken en daarin een open en dus veilig park van 4 à 5 hectare te maken. >KLIK HIER<

2.| De MENS
De Ninoofsepoort is meermaals een gigantische bouwput geweest en daarmee een scharnierplek in de economische en sociale ontwikkeling van Brussel. Dit historisch potentieel is heel groot en divers. We willen het maximaal zichtbaar en bruikbaar maken zodat er niets moet bijgebouwd worden op de site. >KLIK HIER<

3.| De BEWEGING [ MOBILITEIT ]
• Absolute voorrang voor de zwakste gebruikers op heel de site.
• Sluis & boten | Tram | Auto's | Fietsers | Kabelbaan
• Mag de tram asjeblieft op zijn huidige plaats blijven rijden.
• Geen hypotheek op de toekomst van de Ninoofsepoort leggen. >KLIK HIER<


WAAROM stellen we dit PLAN voor ?
4.| De LUCHT
De Ninoofsepoort is het centrum van het overbebouwde en overbevolkte Kanaaldistrict waar de densiteitsproblemen uit het verleden zijn vastgekoekt en zelfs nog steeds groter worden. Dit vertaalt zich in het nagenoeg totaal ontbreken van open ruimte. >KLIK HIER<

5.| Het GROEN
«Brussel is een groene stad!»
Juist, maar dit groen is wel héél slecht verspreid en verdeeld.
In de centrumbuurten van het Kanaaldistrict heb je een auto nodig om naar een park te gaan.>KLIK HIER<

6.| De GEZONDHEID
Voldoende, kwalitatief en goed bereikbaar publiek groen is een basisbehoefte voor de individuele en de collectieve, de fysieke, de mentale en de sociale gezondheid. >KLIK HIER<

7.| En de WONINGNOOD ?
De enorme nood aan nieuwe sociale en betaalbare woningen in Brussel richt zich spontaan op het kanaaldistrict waar al de meeste aanvragers voor een sociale woning verblijven. Daarnaast wordt dit district ook steeds begeriger bekeken door speculanten in immobiliën. >KLIK HIER<


HOE willen we dit PLAN (doen) realiseren ?
8.| De PARTICIPATIE
Wij doen ons werk als verantwoordelijk burger. We willen als zodanig erkend worden en mee betrokken in het verdere proces rond wat er met onze buurt, wijk, district en stad zal gebeuren. We willen alle nodige faciliteiten krijgen om dit te blijven doen. >KLIK HIER<





WAT is ons PLAN voor de NINOOFSEPOORT ?

1. Het WATER .
In dit centrum van Brussel is de vallei van de Zenne en het ontstaan van de stad nog te herkennen.
Dit willen we opnieuw zichtbaar maken door de site volledig open te maken en daarin een open en veilig park van 4 à 5 hectare te maken.

Brussel is als menselijke nederzetting ontstaan op het punt waar de Zenne bevaarbaar werd tot aan de zee en een oversteekplaats door het moerasgebied vormde op de handelsweg van Brugge naar Keulen.
Ten oosten van de Zenne vinden we de soms steile heuvelrug.
Naar het westen ligt het overstromingsgebied waar de Ninoofsepoort middenin ligt. De laagste hoogtelijn van Brussel, 15 tot 18 meter boven de zeespiegel, loopt door de site van de Ninoofsepoort.
    Klik op de illustratie om die groter te zien.











Op en rond de Ninoofsepoort zijn sporen terug te vinden van vijf verschillende soorten natuurlijk en kunstmatig water die de geschiedenis van Brussel gevormd hebben en nog steeds bepalen: de Ransfortzenne, de westelijke stadswal, het Zinneke, het kanaal naar Charleroi met haar sluis, de Zennekokers. Er was bovendien ooit een openlucht speelbad aan het stadion Vanderputten.
Klik op de illustratie om die groter te zien.

Zie Bijlage 3 - Achteraan de tekst
De 5 verschillende waterlopen aan de Ninoofsepoort




*|*  We hebben nu een unieke kans om met water en groen in één open parkgebied
de vallei van de Zenne opnieuw zichtbaar te maken in het centrum van de stad.         

Ons Plan :: Voorstellen Reeks 1  [ Het WATER ]

1.1. Ons project dat is:
    • 1°. De open ruimte van de groene vallei rond het kanaal en de sluis als echte "open ruimte" herstellen;
    • 2°. twee stadspleinen inrichten met centraal de octrooipaviljoenen als stadspoort in het oosten en de sluis in het westen;
    • 3°. omzoomd door de gevarieerde en vaak merkwaardige bestaande (en nieuwe) bebouwing;
    • 4°. met twee perspectieven vanaf de brug, op lucht, licht en water via het kanaal.
    • 5°. Het park van 4 à 5 hectare vormt een knooppunt van groene wandelingen en snoeren tot diep in de omliggende buurten.

We maken van de volledige ruimte van en rond de Ninoofsepoort één visuele ruimte. Aanleg, beplanting, inrichting, kleuren, materiaalkeuzes en verlichting zullen dit ondersteunen. Er zijn dus geen visuele hindernissen zoals hellingen, lage beplanting, hekkens of bebouwing. Alleen de bestaande hoogstammige bomen worden behouden. Vanuit elk punt rondom de site zal er een vrij zicht zijn naar het tegenoverliggende punt aan de andere kant van het kanaal en de vallei. Wie de site betreedt wordt van ver gezien.
    Wie echt een herkenningspunt in de hoogte (een "landmark") wil, die is er al. De sociale woontoren in de F.Brunfautstraat (nr. 65; gelijkvloers + 16 verdiepingen), pal achter de Belle-Vue brouwerij, wordt voledig gerenoveerd. De toren is te zien vanaf het Baraplein en de Hallepoort. Vanaf de Kunstberg en de panoramabalustrade aan het Justitiepaleis is de toren het herkenningspunt om Molenbeek en de Ninoofsepoort te vinden.
    Er moet op de site van de Ninoofsepoort niets toegevoegd worden om een stadsstructuur te creëren of te versterken. De blauw-groene vallei zal voldoende "atypisch" zijn als een oase van water en groen in het versteende Brussel om door iedereen herkend te worden als: "dit is de Ninoofsepoort".
  
1.2. Het historisch water vormt de noord-zuid as: de Zenne (in de koker), de westelijke stadswal en het kanaal. Het is de basisorientatie van de Zennevallei. Die mag slechts door 1 oost-west as doorsneden worden: de Ninoofsesteenweg. Het is nodeloos en dus schadelijk om een tweede as voor de tramlijn te creëren.
    Een tijdlang zal het autoverkeer nog moeten gedoogd worden en een belangrijke noord-zuid structuur opdringen. Toch mag die visueel niet dominant zijn. Zonder te knibbelen aan de veiligheid moet beplanting, materiaalgebruik, verlichting, inrichting, snelheidsbeperkingen,... het water en het groen visueel dominant maken.
    Wanneer het autoverkeer later ondergeschikt wordt kan het water opnieuw meer plaats innemen in de noord-zuid richting, naast het kanaal.

1.3. De eerste hoofdtoon in de aanleg wordt met water gegeven.
    . Het water in het kanaal en de sluis maximaal zichtbaar maken en houden, ook 's nachts.
    . Historisch water (Ransfortzenne, Zinneke, stadswal, vroegere ligging van kanaal en sluis) suggereren of gedeeltelijk reconstrueren.
    . Nagaan of er grondwater beschikbaar is en kan gebruikt worden.
    . Water gebruiken als belangrijk spelelement.
    . Voldoende drinkwaterfonteintjes voorzien, ook bereikbaar voor kinderen.
    . Oppervlaktewater benutten voor reconstructie van drassig gebied en dus maximaal ter plaatse vasthouden.
    . Overtollig oppervlaktewater in doorzichtige of open leidingen naar het kanaal afvoeren.
    . Water gebruiken als klank-, kleur- en bewegingselement: fonteinen en spel; bij verlichting; als afscheiding voor rijwegen.
    . De condensatiegevoeligheid van verschillende minerale materialen benutten.
   
1.4. In de parkzone en in het stadspleingebied op linkeroever (Molenbeek) is de tweede hoofdtoon vlak groen waarin hogere bomen voor accenten, schaduw en diversiteit zorgen.
    . Daarbij wordt gezocht naar verantwoord heraanplanten of gecontroleerd laten groeien van inheemse, originele valleivegetatie in zo groot mogelijke en verantwoorde diversiteit.
    . Groen asfalt in verschillende tinten voor auto-, fiets-, bus- & tramwegen en groene klinkers voor voetpaden zorgen voor een visuele eenmaking van héél de site.
    . Wandelwegen door het park mogen het groene vlak niet onderbreken maar moeten toch veilig en comfortabel zijn: een licht verhard rooster in de valleibegroeiing. Een comfortstrook in groen asfalt voor rol- & kinderwagens, gescheiden van een idem fietspad.
    . Alle stroken voor hulpdiensten worden aangelegd in stevig verharde roosters (beton) waarin de valleibegroeiing doorgroeit.

1.5. In de parkzone gebruiken we waar dit nodig is natuurlijke producten om een veiligheidsvloer te creëren onder speel- en sporttuigen (zand; schors en vermalen snoeihout, bladeren, ...)
    . Water gebruiken om ondergrond zacht te houden (en honden en katten buiten te houden) onder speeltuigen: zand, schors- en houtdeeltjes,...
    . Zo mogelijk, ook water als veiligheidsmiddel (opvangvijver of -plas) gebruiken.

1.6. Als het ecologisch verantwoord is – biodiversiteit; gevaar van exoten – dan wordt de huidige spontane "stadsjungle" die ontstaan is in de bouwput van Besix behouden. In de 5 à 7 jaar is er een spontane stads- en "moeras"fauna ontstaan.
    Als de "jungle" bewaard blijft moet verzekerd worden dat hij niet "besmet" wordt door exoten en een beeld blijft geven van de oorspronkelijke flora van de Zennevallei ("sceutveld" = wilgenscheuten).

1.7.
Er is in heel het Kanaaldistrict (meer dan 100.000 inwoners) geen enkele publieke en bij ons weten ook geen privé zwemgelegenheid.
    Als het toch niet verstandig zou zijn om de huidige wilde standsjungle in de Besixput te behouden – let wel, alleen om ecologische redenen – dan kan deze bouwput gebruikt worden om ondergronds een aantal instructiezwembaden in te richten. Voldoende licht en lucht trekken via het dak en voor de rest er een groen dak maken dat de rest van de vallei-aanleg volgt.




2. De MENS .
De Ninoofsepoort was een scharnierplek in de economische en sociale ontwikkeling van Brussel.
Het potentieel aan historisch erfgoed is er groot en zeer divers.
We willen het maximaal zichtbaar en bruikbaar maken.

Er zijn weinig plekken in Brussel die in de loop der eeuwen zoveel verschillende dingen over zich heen hebben gekregen waar nu nog zichtbare resten of sporen van zijn.
    Eerst kwam er een vestingdam met muur en een wal vol water, drek en vuilnis; een aquaduct en waterpoort die later de stadspoedertoren werd en waar nog later een loodhagelfabriek en -toren werden gebouwd.
    Waar nu een monumentale treurwilg staat stond de versterkte Ransfort- of Ransvoordhoeve die in de industriële periode chemische vetfabriek werd die op haar beurt werd afgebroken om paats te maken voor de nieuwe sluis.
    Lange tijd was de plek een vredige maar natte uitkant van het Kartuizerklooster tot daar dwars doorheen de Fabriekstraat werd getrokken en het Ninoofseplein aangelegd.
    De muur van het slachthuis van Brussel staat nog deels overeind; na een rampzalige brand werd er het Gesticht voor Kunsten en Ambachten gebouwd en nog later werd er nog het sportcomplex Vanderputten met openlucht speelbad bijgebouwd.
    Het onderstation van de eerste electriciteitscentrale van Brussel waar nu een afdeling van datzelfde "Gesticht" onderdak vindt is nog intact.
    De eerste noord-zuid treinverbinding liep op de gedempte westelijke wallen. Daarnaast het tolhekken met de poort tussen twee fraaie octrooipaviljoenen.
    Het kolenkanaal naar Charleroi volgde eerst de oude stadswal en maakte een rechte hoek aan de Ninoofsepoort met draaikom, sluis en brug. Aan de overkant moest brouwerij Decoster (later Belle-Vue) zich aan de nieuwe knikken in het kanaal aanpassen.
    Er was ooit op linkeroever, in Molenbeek dus, rond het eeerste deel van de Ninoofsesteenweg een heuse volksbuurt die dan weer moest afgebroken worden omdat het kanaal en de sluis verlegd werden.
    De tram kwam vanuit Ninove via de kaarsrechte nieuwe steenweg en reed naar het centrum door de Fabriekstraat. En ooit reed er ook een trein door de Delaunoystraat tot aan het Stationsplein van Molenbeek waar nooit een station kwam en dan maar Westplein werd genoemd.
    De Zenne ligt nu sinds Expo'58 in twee betonnen kokers onder de Ninoofsepoort en de westelijke kleine ring, getemd en gekooid.
     
*|*  Als we het beschikbaar natuurlijk en historisch erfgoed maximaal gebruiken en waarderen dan hoeft er niets bijgebouwd om de Ninoofsepoort aantrekkelijk en "rendabel" te maken. Dergelijk geheel en verscheidenheid die 1000 jaar overspant op 1 site bijeen is uniek en onschatbaar.

Ons Plan :: Voorstellen Reeks 2 [ De MENS ]

2.1. Alle elementen van het natuurlijk, stedelijk, industrieel en sociaal erfgoed en bezienswaardigheden worden geïntegreerd in de stadspleinen en het park.
    Op de groene wandelingen die op de Ninoofsepoort samenkomen wordt op analoge herkenbare manier omgegaan met het erfgoed. Zo wordt de Ninoofsepoort een vertrek-, tref-, verzamel- en terugkeerpunt.

Zie bijlage 4 : Het erfgoed op/rond de Ninoofsepoort

2.2. Het bestaande Ninoofseplein wordt uitgebreid zodat de 2 octrooipaviljoenen er als stadspoort centrale aandacht krijgen.
    Een reconstructie van het historisch tolhekken – met openstaande poorten – wordt een ankerpunt. Ze geeft doorgang naar de enige echte weg, de Ninoofsesteenweg. Op deze as komen voetgangers, het openbaar vervoer en de fietsers via een nieuwe promenade de stad binnen. Zo lang dit nodig is krijgen ook de auto's er de nodige plaats – aan de buitenkant zodat de parkruimte vergroot als de autoruimte wordt afgebouwd.
    We houden rekening met het herinstalleren van een tramlijn via de Fabriekstraat naar het centrum van Brussel-Stad.

2.3. De hoofdtoon voor het Ninoofseplein en omgeving is historisch en hedendaags gemineraliseerd materiaal. Het plein maakt de overgang tussen de versteende stad en de "turquoise oase". Het water vormt hier de overgang:
    • rekening houden met de specifieke temperatuurkwaliteiten van de materialen zodat nuances in condensatie bewust benut of vermeden worden;
    • fonteinen als visueel en geluidsschermen;
    • watergrachten als scheidingen – in de plaats van de 'poteaux';
    • verlichting prioritair in combinatie met alles wat water is;

2.4. In Molenbeek worden het sportveld Espace Pierron, de E.Pierronstraat en de omgeving van de Brunfaut65-toren en de Belle-Vue-site geïntegreerd in de heraanleg.

2.5. De resten van het huizenblok Ransfortstraat - Delaunoystraat - Ninoofsesteenweg [1300 m2] worden afgebroken om er een stadsplein te maken. De tram- en bushalte Driehoek wordt daar fatsoenlijk en veilig uitgebouwd met mogelijkheid tot uitbreiding van het tramnet via de Delaunoystraat.
    Het zou mooi zijn om op die plek een uitkijktoren te bouwen – of een stuk van de bestaande bebouwing daartoe te bewaren. Precies op de as van de octrooipaviljoenen en de Fabriekstraat. Vanop een hoogte van 10 à 15 meter zal men er een panoramisch zicht hebben op de Zennevallei en Brussel, te vergelijken met de vele panoramische schilderijen en tekeningen die vooral vanuit dit westelijke "sceutveld" op Brussel zijn gemaakt.


Klik op de illustratie om die groter te zien.

2.6. De sluis van Molenbeek wordt opnieuw zichtbaar en toegankelijk gemaakt –  vooral voor kinderen en groepen.

2.7. Op linkeroever wordt alle publieke ruimte – in tegenstelling met het Ninoofseplein en omgeving – maximaal vergroend ook al wordt hoofdzakelijk mineraal materiaal gebruikt. Brede voegen met ruimte voor (spontane) begroeiing ertussen; materialen die micro-organismen en mossen een kans laten.

2.8. We willen een plan uitwerken om de hele, brede omgeving van de Ninoofsepoort via gelijkaardige kleuren een sterke eenheid te bezorgen.
    We nemen Bologna [ Italia ] tot voorbeeld waar de volledige historische binnenstad – de grootte van de Brussels vijfhoek – in dezelfde tinten van okergeel tot sienarood werden geschilderd. Werkelijk alles wat zichtbaar is. Ook binnenkoeren, gangen waar de poorten toch altijd open staan, regenpijpen, palen van verkeersborden, kroonlijsten, soms ook daken, ...
   We stellen de blauwgroene (turquoise / cyaan) kleuren voor in alle mogelijke nuances en mengtinten tussen blauw en groen.




3. De BEWEGING . [ MOBILITEIT ]
Sluis & boten | Tram | Auto's | Fietsers | Kabelbaan
Mag de tram asjeblieft op zijn huidige plaats blijven rijden.
Geen hypotheek leggen op de toekomst van de Ninoofsepoort.
Absolute voorrang voor de zwakste gebruikers op heel de site.

3.1. De voetganger
    • Uitgangspunt is niet: "bescherming" van de zwakke weggebruikers, maar wel "voorrang". Alleen wanneer alle mogelijkheden zijn uitgeput om het wegverkeer te ontraden, te vertragen en voor voetgangers en fietsers veiliger te maken, kunnen er nog extra beveiligingsmaatregelen genomen worden om de zwakkeren extra te beschermen: vangrails, geluidsbarrières, bufferzones,...
    De zwakkeren zijn niet gevaarlijk en moeten niet in kooien, achter hekkens en barrières gestopt worden. Waarom worden de auto's niet verplicht in fluogeel geverfd, zij zijn gevaarlijk ?!
    • Binnen de voetgangers krijgen (jonge) kinderen nog extra prioriteit want ze zijn zeer talrijk en de grootste slachtoffers van alle tekorten in het Kanaaldistrict: water, lucht en groen.

3.2. De boten en de sluis
    • De sluis wordt opnieuw zichtbaar en een centraal attractiepunt van de site. Zowel voor groepen - die op de gesloten site van de sluis moeten kunnen. Maar ook voor individuele bezoekers en families.
    • Langs weerszijden van de brug worden zitbanken in trapvorm ('gradins') voorzien. Om naar de sluis en de boten te kijken en om naar spektakels te kijken  in/op/rond de sluis en op het kanaal stroomafwaarts waar het breder wordt.
    • De Nijverheidskaai op rechteroever tussen de brug en de Barthelémylaan is de enige plek op de site waar de toegang naar het water kan verlaagd worden. Verder liggen de Zennekokers en aan de andere kant ligt de sluis. Op linkeroever is de ruimte te beperkt.
    Deze plek moet dus ten allen prijze vrij gehouden worden om er ooit een aanlegsteiger en toegang tot boten te maken. Boten voor transport van goederen en/of personen; plezier- en sportboten; openbaar vervoer via het water of via transportsystemen die gebruik maken van de kanaalstructuur.

3.3. Tram
    • Blijft op zijn huidige tracé rijden. De enige reden waarom het tracé verlegd wordt in het ontwerp van Beliris voor de Ninoofsepoort, is dat anders enkele vierkante meters moeten afgenomen worden van een privébezit, de zogenaamde "Watandriehoek", eigendom van Besix. Dit is een onaanvaardbare "luxe".
    Er mag geen hypotheek gelegd worden op de toekomst van de Ninoofsepoort. Een echt "park" moet al minstens 5 hectare groot zijn en mag door geen hindernissen (rijweg, tram- of treinbaan, kanaal,...) doorsneden zijn. We kunnen nu al niet spreken van een echt park aan de Ninoofsepoort: te klein en doorsneden door 2 hindernissen (rijwegen met trambaan).
    *|* De tram ligt op zijn plaats, de ereplaats om de stad binnen- en buiten te rijden. We laten hem dus liggen.
    De bedding verleggen creëert een nieuwe ernstige fysieke barrière en dus een tweede eiland. Het is al moeilijk genoeg om de Ninoofsesteenweg als autoweg op een veilige en ordentelijke manier aan te leggen zodat kinderen er veilig over kunnen. Een tweede barrière is onverantwoord.

3.4. Bus
    • Het openbaar vervoer gebruikt dezelfde beddingen als de tram op de hele site van de Ninoofsepoort. Zo wordt ruimte gespaard en kunnen veilige haltes gebouwd worden.
    • Er moet nu onderzocht worden of electrische trolleybussen niet terug kunnen ingevoerd worden, wetend dat het privé autovervoer geleidelijk uit het stadscentrum zal verdwijnen. Dit biedt meer mogelijkheden om ook nu flexibel te plannen, ondermeer in de organisatie en inrichting van stopplaatsen en aansluitingen.
    • Kunnen de meestal bijna lege bussen van De Lijn richting centrum niet uit het centrum en dus de Ninoofsepoort blijven.
    • In het stadscentrum (vanaf Delacroix, Weststation, Ossegem, Simonis voor ons Kanaaldistrict) mogen uitsluitend kleinere, wendbare, electrische bussen rijden.
    Dit zou ook meer ruimte bieden aan gebruik van de openbare ruimte voor horeca en handel.
   
3.5. Fietsers
In het Kanaaldistrict komen fietsers op de derde plaats in de rangorde van verplaatsingsmogelijkheden, na de voetgangers en het openbaar vervoer.
    Omdat momenteel een groot en groeiend deel van de bevolking bestaat uit jonge kinderen die door verantwoorde ouders niet autonoom per fiets op de weg gestuurd worden.
    Omdat de straten en publieke ruimtes zo smal en beperkt zijn dat fietsen hoedanook nog lange tijd tot (zeer) gevaarlijk blijft door het nog steeds drukker wordende autoverkeer.
    Omdat het voor kinderen en jongeren met nog groeiende longen extra gevaarlijk is om inspanningen te doen op een fiets in de onmiddellijke omgeving van giftige gassen en stofdeeltjes.
    Omdat de grote meerderheid van de bewoners te arm is om een fatsoenlijke fiets te kopen.
    Tenslotte, omdat in de meeste woningen – zowel de oude als veel van de nieuw gebouwde – er geen plaats is (voorzien) om een of meerdere fietsen te stallen. En er onvoldoende publieke ruimte beschikbaar is om daar meer fietsstallingen te creëren.

    • Fietspaden worden uniform in een vaste blauwgroene tint aangelegd. Wie bedacht ooit om ze in het rood te maken? Niet de fietsers zijn gevaarlijk !
    Fietspaden overal in asfalt. Het enige materiaal dat een constante condensatiegraad heeft en waar dus overal eenzelfde graad van veiligheid of gevaar heerst in geval van mist en motregen, dauw, ijzel, sneeuw,...
    • Het internationale Europese fietspad verandert op de Ninoofsepoort van oever: van rechteroever in het zuiden (Nijverheidskaai) naar linkeroever in het noorden (Henegouwenkaai).
    Ook de fietspaden op de andere oevers zullen fatsoenlijk aangelegde, doorlopende en veilige aansluitingen hebben.
    • Het fietsverhuursysteem in Brussel moet (voor sommige categorieën) volledig gratis zijn. Zeker als men rekeningrijden of stadstol wil invoeren. Er moeten dus minsten 5 plekken voor voorzien worden: 2 op linkeroever, aan de Heyvaertstraat, aan de Barthelémylaan en aan de Slachthuis- of de Poincarélaan.

3.6. De Ninoofsebrug
    • Is een plek met absolute voorrang voor voetgangers en fietsers. De meerderheid van de tijd kunnen deze in alle richtingen de brug oversteken en wordt alle ander mechanisch verkeer (ook de tram) in beide richtingen geblokkeerd.
    Tijdens deze "groene periode" wordt de brug een "gedeelde ruimte" tussen voetgangers en fietsers: zij kunnen zelf een weg kiezen om over te steken.

3.7. Een kabelbaan langs het kanaal ?
    • Het kanaal is een nutsvoorziening die voor meer en andere dingen kan gebruikt worden dan om water in te doen en boten op te laten varen.
    Zo was er tijdens de aanleg van het kanaal naar Charleroi [1815-1830] nog discussie of men de uitgegraven bedding niet beter zou gebruiken om een spoorlijn in te leggen.
    • Een kabelbaan langs het kanaal vraagt een minimum aan bijkomend grondgebruik met pilonen op de rand van het kanaal; zou voor een relatief snelle noord-zuidverbinding voor openbaar – vooral toeristisch – vervoer kunnen zorgen.
    Vanaf de Ninoofsepoort kan afgetakt worden met een kabelbaan via de bredere Kleine Ring naar het Baraplein, de Hallepoort en het Zuidstation.
    Via de Ninoofsesteenweg tot aan het Weststation en tot buiten de stad en het gewest.
    • In elk geval, de mogelijkheden om dit (later) uit te werken niet hypothekeren door bv. nu met "hippe" woontorens dergelijke verbindingen onmogelijk te maken.

3.8. Vrachtvervoer
    • Is verboden boven een bepaald tonnage, tenzij speciale vergunning en gepaste begeleiding. Alle grote opleggers voor de autohandel in de Heyvaertbuurt, moeten dus buiten de Ninoofsepoort en ook buiten de buurt en het stadscentrum, blijven.
    • Zwaar vrachtvervoer zal uitzonderlijk, mogelijk blijven: voor de markten (in Molenbeek op donderdag, op het Baraplein op zondag, in het slachthuis van Anderlecht); voor de jaarlijkse grote Brusselse foor; grote transporten voor evenmenten, bouwwerken,...
    • Op de site worden bepaalde stroken beschikbaar en ingericht om ook dergelijk uitzonderlijk vervoer te plaatsen voor grote evenementen op de site (muziek; spektakel; sport;...).

3.9. Autoverkeer
    • Wordt gedoogd zo lang het nog niet helemaal uit te sluiten is. Géén voorrang voor pendel- of doorgaand verkeer maar uitsluitend het nog nodige woon- en commercieel verkeer gedogen.
    • De Ninoofsesteenweg wordt aangelegd met de voetgangers in het midden, daarnaast de fietsers, daarnaast het openbaar vervoer en daarnaast – helemaal aan de buitenkant, de nodige rijwegen voor auto's. Naarmate het autoverkeer vermindert worden de buitenste stroken teruggegeven aan de parkruimte.
    • Er wordt aan gedacht om het autoverkeer op de Ninoofsesteenweg regelmatig en zo vaak mogelijk (woensdagnamiddag, weekends, vakanties,...) helemaal te kunnen afsluiten. De heraanleg gaat ervan uit dat dit de "normale" situatie wordt.

3.10. Een nieuwe voetgangersbrug aan Belle-Vue ?
    • Dit lijkt nu geen prioriteit. De brug is gepland om de toegang tot de 2 projecten in de ex-brouwerij Belle-Vue te vergemakkelijken: een privé-hotel plus woontoren enerzijds en een gemeentelijk sociaal-economisch project met ondermeer een klein hotel. De voorgestelde ligging dient alleen maar deze circulatienoden.
    • Als een bijkomende oversteekplaats voor voetgangers (en fietsers) nuttig/nodig blijkt, dan moet ze best op de verbindingslijn tussen de E.Pierronstraat en de O.L.Vrouw-van-Vaakstraat gelegd worden. En rekening houden met eventuele aanlegsteigers voor boten op rechteroever.



WAAROM stellen we DIT PLAN voor ?

4. De LUCHT .
De Ninoofsepoort is het centrum van het overbebouwde en overbevolkte Kanaaldistrict waar de densiteitsproblemen uit het verleden zijn vastgekoekt en zelfs nog steeds groter worden.
Dit vertaalt zich in het nagenoeg totaal ontbreken van open ruimte.

• Zoals in veel steden in onze lage landen creëert het water, de Zenne een sociale scheidingslijn vanaf het ontstaan van Brussel.

Ten westen vindt zij haar natuurlijk overstrominggebied en gebruikt dit ook vaak. Wie zich droge voeten kan permitteren vestigt zich op de hoger gelegen heuvels ten oosten: adel, kerk, patriciërs en later de begoede burgerij. De benedenstad blijft tot de tweede helft van de negentiende eeuw voor "het volk met natte voeten". De Zenne met haar armpjes en kanaaltjes wordt snel een open riool die dichtslibt maar vaak het vuil en gif via overstromingen verspreidt.

Illustratie : De overstroming van het Sint-Goriksplein op 20 januari 1820
Klik op de illustratie om die groter te zien.


De vlakheid van de westelijke Zennevallei verklaart waarom de zware en dus meestal hinderlijke en vervuilende economische activiteiten in dit gebied zijn geconcentreerd, vanaf de uitbouw van de nieuwe haven met het eerste zeekanaal (1561), het tweede kanaal naar Charleroi (1832), tot de spoorlijnen (1841).
    Transport is gemakkelijker en dus goedkoper over vlak terrein, zowel voor mankracht, paardekracht als machinekracht. Dit verklaart ook waarom de benedenstad de grootste concentratie van werkkrachten telde, en dus de hoogste bevolkingsdichtheid. Zeker wanneer het overstromingsgevaar onder controle kwam vanaf het nieuwe kanaal, maar vooral vanaf de overwelving van de Zenne (1871).
    Zie bijlage 5 - Achteraan de tekst : Historische verklaringen voor de dichtheid in de Zennevallei
   
• Vandaag wordt in het Kanaaldistrict de dichtheid van de bebouwing en de bewoning en dus van de bevolking stilaan dramatisch. Het volstaat de luchtfoto's te bekijken of op een weekdag door het Kanaaldistrict te wandelen en de openstaande poorten binnen te stappen om te zien hoe consequent alle beschikbare ruimte is volgebouwd.

Illustratie : Luchtfoto 2011 van de Ninoofsepoort
Klik op de illustratie om die groter te zien.

In 2006 is in dit district meer dan 85 % van de bodem gemineraliseerd (waterdicht verhard) – gemiddeld in het Brussels gewest is dat 46 %  –  en in 2003 was al meer dan 64 % bebouwd – gemiddeld 25 % in het gewest. In de Dansaert- en de Anneessenswijken is zelfs 90 % van de bodem al verhard. Hallucinant. Brussel gebruikt daar een leuker woord voor: "surrealistisch".



Enkele "surrealistische" kaarten over Brussel.

                   
De (on)doordringbaarheid van de bodem in Brussel (2006)                   De bevolkingsdichtheid in Brussel (2006)
Klik op de illustraties om die groter te zien.


De woonoppervlakte per inwoner in Brussel (2001)
Klik op de illustratie om die groter te zien.
   
• Er is gewoon te weinig lucht en licht. Straten zijn meestal zeer smal, "pleinen" bestaan nagenoeg uitsluitend per toeval uit restgebieden en beide zijn nog overwegend stallingen voor machines.
    De situatie wordt steeds erger. In 1985 was in het Kanaaldistrict "slechts" 65 % van de bodem verhard, een stijging met 20 % dus in 20 jaar. Alle dwaasheid en problemen komen dus niet uit het verre verleden. Er zijn ook geen plannen bekend om in de (nabije) toekomst dit tij te keren. Er blijkt geen beleid of instrumentarium te bestaan in Brussel om dit te doen. Overal worden verder de "gaten gedicht", soms vakkundig, door betere architecten. Bestaande bebouwing wordt nergens ontdicht maar in het beste geval "duurzaam" heropgebouwd of vernieuwd. Dus ook de volgende generaties zullen deze Brusselse ziekte mogen verteren.

• Het Brussels Gewest telt nu meer dan 1.110.000 inwoners, levend op 161 km2. Dat geeft een dichtheid van 7.000 inwoners per km2. Daarmee de dichtsbevolkte stedelijke regio van de EU27. Het kanaaldistrict kende in 2008 al een bevolkingsdichtheid van 16.000 inwoners per km2. Je moet daar nog een ernstig percentage bijrekenen van mensen die hier wel leven maar officieel niet bestaan.
    Het is soms moeilijk aan Brusselaars duidelijk te maken wat dit betekent "overbevolkt".
Misschien helpt dit: Als we overal in Brussel dezelfde bevolkingsdichtheid zouden kennen als in het Kanaaldistrict, zouden we nu met meer dan 3 miljoen zijn. Weet dat intussen de demografische "boom" op volle snelheid komt en dat deze zich zeker en zelfs vooral voltrekt in... het Kanaaldistrict.

• Bovendien is in het Kanaaldistrict de gemiddelde woonoppervlakte per inwoner zeer laag: minder dan 30 vierkante meter. Cijfers van 2001 ! Ik durf garanderen dat dit nu minstens met 15 à 25% is verminderd - zoals de bevolking in Laag Molenbeek in 10 jaar met 25% is gestegen.

• Er bestaat dus een echte helse kringloop in het Kanaaldistrict:
    . De beschikbare ruimte en lucht per bewoner wordt steeds sneller kleiner ! Zowel binnen in de woning, als erbuiten.
    . De hoeveelheid vervuiling – restafval, zwerfvuil, uitgeademde CO2, vaak nog primitieve en gevaarlijke huisverwarming, meestal goedkope maar nog stevige dus zwaar vervuilende dieselauto's – stijgt per vierkante meter.
    . De beschikbare ruimte, open ruimte, groene ruimte en publieke groene ruimte ligt al lang onder alle normen, richtcijfers en het gezond verstand. Met alle gevolgen i.v.m. de sociale en individuele gezondheid.

*|*  HELP !  De unieke kans moet nu benut worden om een middelgroot park van 4 à 5 hectare aan te leggen aan de Ninoofsepoort.
    Zo kan een klein beetje de schrijnende nood aan open en groene ruimte gelenigd worden in het overbevolkte Kanaaldictrict. Het heeft recht op een inhaalbeweging.

Als de verantwoordelijken hun eigen en het gezamenlijke gezond verstand gebruiken, kan het Kanaaldistrict bewijzen dat het mogelijk is dicht met elkaar in de stad te leven, werken, spelen, leren, wonen... Dat Brussel kan verdicht worden. Maar het Kanaaldistrict kan nu niet langer verdicht worden. Men mag van elders in Brussel komen kijken hoe we het doen. We willen hen helpen om het ook daar te realiseren.




5. Het GROEN . «Brussel is een groene stad!»

Juist, maar dit groen is wel héél slecht verspreid en verdeeld.
In de centrumbuurten van het kanaaldistrict heb je een auto nodig om naar een park te gaan.

« Brussel is een groenere stad dan u zou denken. Wist u dat Brussel meer groene ruimten te bieden heeft dan heel wat andere grote Europese steden? Parken, bossen, Zoniënwoud, privé-tuinen, kerkhoven, sportterreinen... samen goed voor meer dan 8.000 hectare groen, dat is de helft van het Gewest! » Dat vertelt ons de toeristische dienst van het Brussels Gewest.
     En ze voegen er ook eerlijk aan toe: « Toch zijn deze groene ruimten in hoeveelheid en kwaliteit ongelijk verdeeld: de gebieden aan de Rand van het Gewest halen met bossen, vochtige gebieden, resten landbouwgrond een groenpercentage tussen 30 en 71%, daar waar het stadscentrum het moet stellen met amper 10% (in hoofdzaak openbare parken). »
     80 km2 Brussels groen voor 1,1 miljoen inwoners, dat maakt dus gemiddeld 72 vierkante meter per inwoner. Met de 100.000 inwoners van het kanaaldistrict hebben we dus recht op zo'n 720 hectare groen! Maar ons hele kanaaldistrict is geen 500 hectare groot. De verschrikkelijk ongelijke verdeling van het groen in Brussel mag toch stilaan doordringen.

• 42 % van al dat groen in Brussel wordt gevormd door privé tuinen en domeinen. Dus houden we 49,30 km2 of 4.930 hectare publiek groen over of 49 m2 per inwoner. Met ons Kanaaldistrict zouden we dus "normaal" 493 hectare publieke groene ruimte moeten hebben. Maar dat is evenveel als ons district zélf (490 ha)!

• In Nederland wordt al langer gezocht en gewerkt met richtgetallen voor de steden. Sinds 2006 geldt een richtcijfer van 75 m2 groene ruimte per woning; momenteel streeft men naar 70 m2 publieke groene ruimte per inwoner. In Amsterdam bereikt met nu 37 m2.
    We maakten een telling van het publiek groen in het Kanaaldistrict dat meetbaar is per vierkante meter – de rest is per vierkante centimeter.
    Van het Novillesquare in Koekelberg (0,2 ha), de kaaien in de Havenwijk (0,5 ha), het Pachéco Gasthuis in Brussel-Stad (0,7 ha), het Fontainaspark in Anneessens (1 ha), het Dauwpark in Kuregem (0,6 ha), het Fonderiepark (0,6 ha) en Bonneviepark (0,4 ha), tot het Driehoekspark op de Ninoofsepoort (0,3 ha). We komen aan 4,5 hectare. Dat is een honderdste van wat we met het gemiddelde van Brussel zouden moeten hebben in ons district.
    In ons Kanaaldistrict hebben we dus bijna een halve vierkante meter groen per inwoner. Zelfs niet genoeg om allemaal samen op hetzelfde moment in een parkje te gaan staan !!
    [Een halve vierkante meter, dat is een vierkant van 70 x 70 cm.]

• Geen enkel van al deze publieke groene plekken hierboven is een echt park waar het groen overweegt op de stad, een ruimtegevoel geeft en een band met "de natuur" kan creëren. Binnen een perimeter van 1 à 2 km rond de Ninoofse Poort [25 à 35 minuten stappen met kinderen] is er geen enkel echt park van minstens 4 hectare zoals het Marie-Josée-park in Molenbeek. In het centrumgebied van het Kanaaldistrict moet je met de auto naar een park.

• Veel van de publieke "groene" ruimtes in het kanaaldistrict zijn afgedwongen door lokale bewoners die zich organiseerden in buurtcomités: het Bonnevie- en het Fonderiepark, het sportveldje Pierron, het Dauwpark, het Fontainaspark,...
    Groene ruimte in het Kanaaldistrict werd door overheden lang beschouwd als "verspilling", "luxe" en alleen "af te staan" als het "niet anders kan".

• Dat lijkt wel een constante in de geschiedenis van Brussel. Het is opvallend dat in heel ons Kanaaldistrict – groter dan de Brusselse vijfhoek – nergens en nooit in de geschiedenis de aanleg van fatsoenlijke publieke groene ruimte is voorzien. Integendeel, eerst sneuvelden alle beschikbare kloostertuinen en daarna verschillende grote privé-parken: het domein Klein Kasteeltje werd kazerne, het Prado lusthof in Molenbeek werd verkaveld en volgebouwd op het pittoreske Gemeenteplein na. Kuregem dat nog grotendeels een groene enclave tusen de stad en het kanaal was, werd in de negentiende eeuw vakkundig dichtgebouwd en kreeg als beloning een mooi nieuw gemeentehuis.
    Was het omdat het platteland toch nog altijd dichtbij bleef? Om de transport- en communicatiekosten minimaal te houden? Omdat men dacht dat frisse lucht een vorm van welstand en luxe was? In elk geval was het niet omdat er niet werd nagedacht over publieke groene ruimtes want veel grote parken en pleinen in Brussel zijn juist wél in de negentiende eeuw gepland en aangelegd.

• In heel het Kanaaldistrict is er geen enkele gezonde, veilige, groene wandelroute te bedenken, waar de straten voldoende breed zijn en beplant, waar af en toe (kleinere) groene ruimtes zijn of minstens een zicht erop achter een hekken, waar er rust- en ontmoetingspunten zijn, waar het lawaai en het stof van de stad een beetje minder zijn, waar  het gevaar van de rijdende machines wat getemperd is en je veilig met kinderen of gearmd met je partner op een voetpad kan wandelen.
    Een "gezonde" wandeling maken in je buurt is in het Kanaaldistrict onmogelijk. Je moet al de auto, tram of bus nemen om eraan te beginnen.

• In Vlaanderen is men sinds 2003 al bezig met het wetenschappelijk vastleggen van een minimum standaard voor stedelijke groene ruimte in het kader van MIRA-S 2000.
    Onderzoekers gaan er van uit dat voor elke stadsbewoner minstens één groene ruimte op de verschillende functieniveaus binnen bereik zou moeten zijn.
Hun richtschema:
    • Woongroen : max afstand van huis = 150 m
    • Buurtgroen : afstand = 400 m | Minimum oppervlakte = 1 ha
    • Wijkgroen : afstand = 800 m | 10 ha (park: 5 ha)
    • District of stadsdeel groen : afstand = 1.600 m  |30 ha (park: 10 ha)
    • Stadsgroen: afstand = 3.200 m | 60 ha
    • Stadsbos : afstand = 5.000 m | >200 ha (kleine stad) | >300 ha (grote stad)

    Dezelfde onderzoekers omschrijven de kwaliteiten van groene ruimten als volgt:
    • Ruimte : ruimtelijkheid, het gevoel om in een groene ruimte te zijn die geen grenzen heeft; de verschillende onderdelen van de ruimte worden ervaren als behorend tot een groter geheel.
    • Natuur : het contact met de natuur, een natuur die haar eigen gang gaat en met afwisseling in planten en dieren.
    • Cultuur en historie : groene omgevingen die herkenbaar zijn, verbonden met de eigen regio of stad en duidelijk tot stand gekomen door de mens.
    • Rust en stilte : rustige plekken waar men tot zichzelf kan komen, waar de stresserende geluiden van de stad niet doordringen.
    • Uitrusting : de inrichting en mate van interne ontsluiting voor bezoekers.

Zie bijlage 6 : Criteria voor bereikbaar en aantrekkelijk groen

*|* Een Ninoofsepark van minstens 4 à 5 hectare is een noodzaak en een absoluut minimum.
    Het moet het begin zijn van een radikale vergroening van het Kanaaldistrict en de andere overbebouwde stadsdelen.
     Pleister- of plamuurwerk volstaan niet meer. Wil het Kanaaldistrict bewoonbaar worden en blijven dan moet er zeer drastisch worden ingegrepen. De groene ruimtes moeten voortaan per hectare en niet langer per vierkante meter of centimer afgewogen en gemeten worden.


Ons Plan :: Voorstellen Reeks 5 [ Groen ]

De Ninoofsepoort wordt een knooppunt van groene snoeren en groene wandelingen (boulevards) doorheen de omliggende wijken.

5.1. Het stadion Vanderputten wordt volledig geïntegreerd in het Ninoofsepark.

5.2. Er komt een groene boulevard tussen de Ninoofsepoort en de Hallepoort.

5.3. Het Dauwpark wordt in een groene wandeling met de Ninoofsepoort verbonden via het Lemmensplein, de Waskaarsstraat en het open, publiek en groen maken van de oude beddingen van het Zavelzinneke en de Ransfortzenne.

5.4. Het groene snoer Ninoofsepoort - Dauwpark wordt doorgetrokken via een opengewerkte Heyvaertbuurt tot aan het slachthuis van Anderlecht waar er een groot park moet komen (6 à 10 hectare).

5.5. Vanaf de Slachthuisstraat en de Cuerensstraat en het bouwblok daartussen, via de Zennestraat, de Grootsermentstraat en de Papenvest, gaat een groen snoer tot aan de maximaal vergroende Varkensmarkt en de verschillende kaaien en ruimten die daarop uitgeven.

5.6. Een groene wandeling creëren via de Dansaertstraat en de Ortsstraat tot aan het Beursplein die dus ook aansluit op het groen snoer hierboven in punt 5.5.

5.7. De hele zone tussen de Delaunoystraat en de Onafhankelijkheidsstraat wordt in fazes omgewerkt tot gemengde parkruimte. Als eerste faze daarin worden de restanten van het bouwblok Ransfortstraat - Delaunoystraat - Ninoofsesteenweg [zie punt 2.5.] afgebroken.

5.8. De parkeerstrook op de nieuw aangelegde linkeroever, tussen Sainctelette en de Ninoofsepoort (of verder) moet zo snel mogelijk en zonodig geleidelijk vergroend worden. In combinatie met het aanleggen van een fatsoenlijk voetpad dat er nu niet is.

In het kader van het nieuwe "Demografisch Gewestelijk OntwikkelingsPlan" (PRD Démographique) moeten enkele dwingende nieuwe regels ingevoerd worden:
   
5.9. In het Kanaaldistrict en andere dichtbebouwde wijken moet per nieuwe inwoner die wordt aangetrokken via nieuwbouw of vernieuwbouw, éérst 75 m2 publieke groene ruimte worden aangelegd.
    Daarnaast moet éérst de noodzakelijke ruimte én (privé) groene ruimte vastgelegd en verworven zijn voor elementaire sociale voorzieningen die moeten voorzien worden als er nieuwe woningen worden gebouwd (kinderopvang; scholen; medische zorg; politie en administratie; sport; buurtleven; cultuur...).
   
5.10. In samenspel met een subsidiesysteem waarbij eigenaars een fikse vergoeding krijgen per vierkante meter die ontbouwd en/of ontmineraliseerd wordt en waarbij de grondsanering en tuinaanleg volledig gesubsidieerd of door publieke diensten gerealiseerd worden.
    En omgekeerd, dat er fikse boetes komen voor elke vierkante meter doorlaatbare grond die ergens wordt gemineraliseerd en/of bebouwd.




6. De GEZONDHEID .
Voldoende, kwalitatief en goed bereikbaar publiek groen is een basisbehoefte voor de individuele en de collectieve, de fysieke, de mentale en de sociale gezondheid.

• Uiteraard was men zich ook in de negentiende eeuw al bewust van het belang, de noodzaak van voldoende licht en lucht in de stad. De alarmknoppen sloegen door als er in alle industriële ghetto's – en dus ook in de Brusselse – epidemies van rachitis of "de Engelse ziekte" uitbraken: misvoming van het beendergestel bij jonge kinderen door gebrek aan vitamine D, gevolg van gebrek aan zonlicht.

• Bij de uitbreiding of het creëren (zoals Berlijn) van veel Europese steden werd in de tweede helft van de negentiende eeuw soms al zeer verstandig omgesprongen met de beschikbare ruimte en de noodzakelijke groenvoorzieningen: Barcelona, Praag, Milaan, Bologna.
    Niet in Brussel, waar Leopold II op een koloniale manier sommige wijken wel hertekende maar de rest overliet aan zuiver geldgewin.

• In de eerste helft van de twintigste eeuw groeide de nodige aandacht voor de gezondheid, ook in de stedelijke omgeving. De sociale woningbouw en de collectieve gezondheidsvoorzieningen voor de werkenden kenden een grote ontwikkeling.
    In België zijn opvallende excessen in de industriële stedelijke ontwikkeling mede vermeden door de wafelijzerpolitiek van evenwichten tussen de stad (met zijn liberalen en socialisten) en het platteland (met zijn katholieken).

• Na de Tweede Wereldoorlog wordt in België het Amerikaans model overgenomen. Alles wordt mogelijk dankzij het ijzeren paard, koning auto. Het platteland, zelfs de zee liggen binnen autobereik. De allereerste autostrade Brussel-Oostende had geen groot economisch nut en lag er alleen om "frisse lucht te gaan pakken" aan de zee.
    In de stedelijke kernen wordt de lucht door die auto steeds verstikkender. Dus  worden die "open gebroken" voor grootse infrastructuur- en bouwwerken. De steden lopen leeg. En daarna weer vol... met de "gastarbeiders" die nodig zijn voor die grote werken. Aangezien die slechts "tijdelijk" hier zijn moet er niet te veel aandacht gaan naar hun huisvesting en stedelijke omgeving. Als ze weer weg zijn pakken we die buurten wel aan. Maar ze blijven.

• Pas vanaf de beginjaren '90 wordt in België scherp duidelijk dat de stedelijke omgeving een factor is die de sociale gezondheid mee ondermijnt en dus als instrument kan gebruikt worden. De aandacht gaat eerst uitsluitend naar "de stenen": "stadskankers" worden aangepakt, "gaten" gevuld, plaveien en kasseien vervangen. Stilaan groeit het inzicht dat er globale aanpak nodig is.
    De rol daarbij van de natuur, de groene ruimte, de publieke groene ruimte blijft in Brussel nog steeds eenzijdig bekeken en dus onderschat. Men hoort te zelden tot nooit de medische en socio-medische argumenten.

• Vanaf 2005 groeit met sprongen de aandacht voor de relatie tussen stedelijke planning, publieke groene ruimte en de gezondheid, in de directe maar ook in de breedste zin van het woord. Meerdere studies en nieuwe inzichten zijn te vinden in Schotland, Canada, Nederland, Vlaanderen, Parijs, de Scandinavische landen.

• De studie : Les espaces verts urbains et la santé van het Institut National de Santé Publique du Québec  - 2011.
    Download : 2011_EspacesVertsUrbainsSante_Quebec.pdf
    Een beknopt maar gedocumenteerd overzicht van de stand van zaken in het onderzoek naar de impact van groene ruimten op alle aspecten van de gezondheid: individueel en collectief, fysiek, mentaal en sociaal.
    Een synopsis van 36 internationale wetenschappelijke studies over dit onderwerp.
    Meteen een antwoord op de in Brussel circulerende stellingen – ook in kringen van stadsactiegroepen – dat groene ruimtes toch een vorm van "luxe" zijn in vergelijking met de "echte" nijpende noden: huisvesting, mobiliteit, veiligheid, tewerkstelling.
    « Les effets des espaces verts sur la santé en général se traduisent par une meilleure évaluation (médicale ou autodéclarée) de la santé physique, un taux de mortalité moindre et un niveau d'activité physique plus important. En ce qui concerne la santé mentale, les espaces verts sont associés à des effets positifs sur l’évaluation (médicale ou autodéclarée) de la santé mentale, ainsi que sur le stress, l’anxiété et l’humeur. »

Wellicht is er voor Brussel ook al voldoende onderzoeksmateriaal ter beschikking. Mag dit dan opduiken en meehelpen om onze verantwoordelijken te overtuigen en als ze dat niet willen, ter verantwoording te roepen.

*|* Verantwoordelijken kunnen het "eternitexcuus" niet meer inroepen:
"niemand wist hoe schadelijk de gevolgen van onze beslissingen zouden zijn."
Een park van 4 à 5 hectare is een garantie op een juiste beslissing.

De overbevolking en de toename daarvan in het Kanaaldistrict versterken alle negatieve aspecten van het ontbreken van groene ruimtes maar voegen ook nieuwe elementen van schade aan de gezondheid toe.

• De 10 laatste jaren is de bevolking in het Kanaaldistrict met 25 à 50% gestegen.
    . Door het ombouwen van industriële (onbewoonde) panden tot woningen (lofts);
    . door het systematisch volbouwen van braakliggende terreinen;
    . door het afbreken van (leegstaande) krotten en vervangen door nieuwbouw;
    . door verschillende grote projecten van de GOMB – meestal ter vervanging van onbewoonde krotten en industriële panden;
    . door de toenemende komst van studenten;
    . door de stijging van de informele bewoners door de acute opvangcrisis voor azielzoekers;
    . tenslotte maar wellicht het meest nog door de demografische "boom".

• Meer volk, dichter op elkaar betekent:
    . meer zwerfvuil;
    . meer restmaterie en dus af te halen vuilnis in de smalle straten;
    . meer katten, ratten, duiven en meeuwen die daarop af komen.
De hygiëne op de openbare ruimte wordt sterk problematisch. Dit wordt dan weer versterkt door een zeer eenzijdige aanpak door de bewoners te culpabiliseren voor hun eigen onhygiënische buurt.

• In diezelfde periode is de oppervlakte van de vrije ruimte in het Kanaaldistrict verminderd. Door de woonprojecten hierboven vermeld maar ook door de bouw van crèches, sportzalen, infrastructuur voor sociale diensten en organisaties, uitbreiding van scholen,...
    Waar hier en daar nog een informeel "speelplein" was, is alles nu vakkundig dichtgemetst. Er zijn in diezelfde periode niet evenveel en zeker niet de noodzakelijke speel- en sportterreinen nieuw aangelegd in het Kanaaldistrict.
    Dus nog minder plekken om te bewegen, voor kinderen en jongeren.

• De publieke groene ruimtes zijn op verschillende plaatsen verminderd en er zijn er bijzonder weinig bijgekomen. Vooral het volledig mineraliseren van stadspleinen omwille van de netheid" en/of de veiligheid is onverantwoordelijk. Op andere plaatsen is publieke groene ruimte zelfs botweg volgebouwd. Er zijn nagenoeg géén privé tuinen.
    De afkoelingscapaciteit is dus globaal verminderd in het Kanaaldistrict.
    Tijdens hittegolfperiodes die we steeds vaker zullen meemaken veranderen de oververhitte straten waar men verkoeling hoopt te vinden in plekken vol spanning, frustratie, lawaai en agressie.

• Intussen is de verkeersdrukte alleen maar sterk toegenomen. Bovendien blijft de meerderheid van de auto's in het Kanaaldistrict sterk vervuilend omdat het "stevige" occasiewagens en dikwijls bestelwagens zijn en dus op diesel rijden.
    Dit veroorzaakt dus meer spanning, stress en agressiviteit – veelal omwille van het ontbreken van voldoende parkeerruimte en los- of laadplaatsen.
    Bovenop het feit dat de buurten "gevaarlijker" worden:
    . meer gif en stof in de lucht;
    . meer kans om door een machine geraakt en gekwetst te worden.
    . Meer stress omdat men voortdurend moet "oppassen".

• De woonoppervlakte is voor de arme bewoners kleiner geworden omdat ze een grotere woning niet vinden en/of niet kunnen betalen.
    Gevolg: kinderen hebben nog minder plaats om te bewegen; of vliegen nog vroeger of vaker de straat op.

• Het aanbod aan sociale en socio-culturele diensten per inwoner daalt. Geen enkele van die diensten kan de stijging van de bevolkingsdruk volgen: onderwijs; politie; netheid; na- en buitenschoolse activiteiten; gezondheidszorg; socio-artistieke activiteiten; sport; ...
    In het Kanaaldistrict dalen systematisch en al meer dan 10 jaar op rij, alle subsidies voor deze diensten, als je ze per inwoner rekent: federaal, regionaal, vanuit de gemeenschappen en de gemeenten.
    Er zijn dus minder en minder mogelijkheden voor de bewoners om dingen te doen die de gezondheid ten goede komen: sporten, zwemmen, fietsen, wandelen, fietsen, dansen, bewegings- en rusttechnieken, natuurkampen,... Voor al dergelijke initiatieven speelt meer en meer: wie het slimst en/of het sterkst is, maakt kans om een plaatsje voor zijn kinderen te bemachtigen.

Ons Plan :: Voorstellen Reeks 6 [ De GEZONDHEID ]

Voor het Ninoofsepark :
6.1. Beplanting, mineralisering, inrichtingen en waterpartijen zullen maximaal bedacht en uitgewerkt worden in functie van:
    • Luchtzuivering
    • Lawaai-opslorping
    • Warmteregeling
    • Vochtigheidsgraad en condensatieregeling
    • Wind, tocht, turbulentie, trillingen
    • Stralingen

6.2. Specifieke gezondheidstoestellen en -parcours krijgen de nodige prioriteit: op de gezondste plekken van het park (rust; stilte; stofvrij; de nodige privacy)

Voor heel Brussel :
6.3. Gezondheidscriteria moeten prioritair zijn bij de herinrichting en heraanleg van de Ninoofsepoort en wijde omgeving. Een globaal gezond mobiliteitsplan opmaken voor het Kanaaldistrict.

6.4. Het autoverkeer in het Kanaaldistrict en andere dichtgeslibde districten in Brussel zo regelen dat veel sneller, tijdelijk en plaatselijk, verkeerstromen kunnen beperkt en zelfs gestopt worden bij nadering van de smog- of fijnstofdrempels.

6.5. Een nieuw Gewestelijk BestemmingsPlan (PRAS) mag zich niet beperken tot het "vastleggen" van functionele bestemmingen. Het moet per wijk of district, soms per buurt of bouwblok de richtcijfers aangeven voor ontdichting of verdichting, met strikte gevolgen voor mogelijkheid tot mineraliseren en/of bebouwen en verplichting tot vergroenen.
    Het uitstekend basis- en studiemateriaal van het BIM en het Observatorium voor de Gezondheid in Brussel moet samengebracht worden zodat er criteria en modellen ontstaan voor de ontdichting van de overbevolkte districten en verdichting van de districten die een "overschot" aan open en groene ruimte hebben. Er is voldoende wetenschappelijk potentieel in Brussel aanwezig om dit snel te realiseren.
    Analoog met het Milieu-Effecten-Rapport, moet er een Gezondheids-Effecten-Rapport opgemaakt worden bij alle grote ingrepen in de stad. Naast een Milieuvergunning moet een Gezondheidsvergunning een evident onderdeel zijn van de meeste bouwvergunningen.

6.6. In heel Brussel, maar prioritair te beginnen in de Zennevallei, moet een politiek gevoerd om verwarming door fossiele brandstof (hout, pellets en kolen, olie en gas) te vervangen door electrische verwarming, al dan niet ter plekke hernieuwbaar opgewekt en door warmtepomptechnologie.
    Ondermeer door het extra stimuleren van passiefbouw en -vernieuwbouw.
    Door het aanmoedigen en mee organiseren van collectieve opwekking van electriciteit en verwarmingsinstallaties per buurt.




7. En de WONINGEN ?
De enorme nood aan nieuwe sociale en betaalbare woningen in Brussel richt zich spontaan op het kanaaldistrict waar al de meeste aanvragers voor een sociale woning verblijven.
Daarnaast wordt dit district ook steeds begeriger bekeken en aangepakt door speculanten in immobiliën.

Meer dan 30.000 families in Brussel staan op een wachtlijst voor een sociale woning; meer dan 8.000 op de wachtlijst voor een GOMB-woning. De demografische ontwikkeling zal die nood alleen meer doen toenemen.
Moeten we een plek als de Ninoofsepoort niet gebruiken om die woningnood mee te lenigen ?
NEEN !

a. Omdat wonen vooreerst betekent: een fatsoenlijke woning hebben.
    Het kanaaldistrict staat – opnieuw – mee aan de top wat betreft het aantal slechte woningen: te klein, te weinig licht en verluchting, slechte bouwkwaliteit, slecht tot onbestaand sanitair comfort, slechte tot onbestaande isolatie, slecht onderhoud...
    Om alle 100.000 bewoners van het kanaaldistrict een fatsoenlijke woning te bezorgen die beantwoordt aan de hedendaagse woonnormen, zullen we op veel plaatsen meer grondruimte nodig hebben die we dus moeten compenseren met nieuwe vrije en groene ruimte. Reservegrond is er gewoon niet meer. We moeten dus bestaande woningen afbreken om andere bestaande woningen fatsoenlijk te kunnen maken.
    We hebben in het Kanaaldistrict geen plaats genoeg om de huidige bewoners allemaal een fatsoenlijke woning te bezorgen !
    Kunnen / mogen / moeten we dan nieuwe bewoners aantrekken in naam van de "sociale mix" of de "demografische boom"? Wetende dat er niet voldoende plaats is voor alle bestaande bewoners.
 
b. Omdat wonen méér is dan "gehuisvest zijn" of een fatsoenlijke woning hebben.
    Wonen betekent ook een goede woonomgeving op maat van de zwakste – kinderen, ouderen, mensen met een handicap, voetgangers. Basisvoorzieningen moeten binnen loopafstand: crèches, scholen, gezondheidszorg, sport- en cultuurinfrastructuur, winkels, verwerking van restmateries en kringloopcentra, publieke groene ruimtes, contactpunten met de overheden (administratie, veiligheidsdiensten), ontmoetings- en cultusplaatsen. Er moet werkgelegenheid zijn voor zoveel mogelijk van de eigen bewoners en ook vlot bereikbaar zijn via openbaar vervoer en fiets.
    Veel wijken van het Kanaaldistrict bieden dergelijke woonomgeving niet. Er is ook weinig tot geen plaats meer om ze te creëren.
   
c. De site van de Ninoofsepoort zelf is "onbewoonbaar".
    Men kan er alleen "asociale woningen" bouwen.
    Als men daar woningen bouwt, met bijhorende stapelplaats voor auto's en toegangen daar naartoe, houdt men de bewoners er vast op een eiland omgeven door de Kleine Ring, de Ninoofsesteenweg en het kanaal. Geen kind van 10 à 12 jaar zal daar autonoom, te voet of per fiets dus, naar school, sportclub of vriendje mogen gaan. Alles zal per auto gebeuren.
    Op de site van de Ninoofsepoort is het nog voor een hele tijd onmogelijk kwaliteitsvolle woningen te bouwen – zo lang het autoverkeer niet verbannen is uit het stadscentrum.
    Men kan er uitsluitend "asociale huisvesting" bouwen, afgesloten en zich afsluitend van de buurt. Er bestaat een markt voor dergelijke huisvesting maar die kan alleen maar de sociale cohesie in de wijken nog moeilijker zou maken.
   
d. Wonen betekent ter plekke een toekomst opbouwen voor zichzelf en kinderen; een zo divers mogelijk plaatselijk netwerk uitbouwen waarmee op verschillende terreinen samenwerking en solidariteit mogelijk wordt; zich informeren en engageren als actieve burger om dingen te doen en te veranderen.
    Wonen is iets anders dan zo veilig, proper, mobiel, leuk mogelijk de periode overbruggen die men op de plek moet verblijven.

e. In het Kanaaldistrict worden er onverantwoord slechte nieuwe en vernieuwde woningen gebouwd. Dit kan best stoppen.
    Met verspilling van ruimte (lofts); vaak onbetreedbaar voor zwakkeren (rol- en kinderwagens, senioren) – zonder lift; vaak zonder stallingplaats voor fietsen, kinder- en rolwagens; soms zonder voldoende lucht, zon en/of licht; slecht geïsoleerd en/of geventileerd; zonder iets van groen rondom of in de buurt en zonder minimaal balkon of terras; zonder fatsoenlijke inkomruimte; zonder bekommernis om de sociale cohesie te versterken. Het is pijnlijk dat ook goede architecten hier soms aan meewerken.
    . In naam van de woningnood lanceert men nu vaak een blinde kreet om verdichting van de stad.
    . Zogenaamd "respect voor het patrimonium" maskeert al te dikwijls een weigering om te ontdichten.
    . Schrik om ernstig in te grijpen in een bouwblok (ilôt) is dikwijls het alibi om de bestaande overbebouwinggraad te kunnen behouden.
    De gouden regel uit de negentiende eeuw komt steeds vlotter terug in voege: « alles kan en mag, zo lang het veel geld opbrengt ! »

f. Het Kanaaldistrict heeft de 10 laatste jaren al een leeuwendeel van (ver)nieuwbouw woningen over zich heen gekregen.

Met de gevolgen: intenser verkeer in de smalle straten en dus meer gevaar – ook fietsers, vaak in tegengestelde richting, maken het niet altijd veiliger; meer stof, roet, lawaai; minder open ruimte; minder groene ruimte; minder publieke groene ruimte; meer opgestapelde hitte in de warmere zomers; meer zwerfvuil; groeiend onvermogen om restmateries en te recycleren goederen fatsoenlijk in te zamelen; te weinig parkeerplaatsen en dus meer stress en agressie; louter statistisch meer kans op criminaliteit;...








    Klik op de illustratie om die groter te zien.



g. Omdat specialisten ook zeggen dat er al teveel woningen zijn in de centrumwijken van het Kanaaldistrict.   
  
Les permis Logement  2003-2008 . De Huisvestingsvergunningen, door het Centre d’Etudes en Aménagement du Territoire (CREAT) van de Université Catholique de Louvain (UCL) 2011. [Tweetalig FR & NL]
    Download : 2011_Observatoire-LogementsOPL_1_2010.pdf
   
Deze studie, gemaakt op vraag en in samenwerking met het Brussels Gewest, analyseert de vergunningen die werden afgegeven voor de bouw, de verbouwing of het schrappen van woningen in Brussel van 2003 tot 2008.
    De onderzoekers formuleren een merkwaardig besluit:
    «Zoals eerder aangetoond, zien we in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een sterke huisvestingsverdichting in de – reeds dichte – centrale gebieden, terwijl de bebouwingsdichtheden in de tweede kroon erg bescheiden blijven.
    Welke woningproductiecapaciteit zou er in de tweede kroon nodig zijn als alternatief voor de (over)verdichting van de centrale gebieden om te voldoen aan de demografische vereisten van het gewest (14.000 bijkomende inwoners per jaar tegen 202014)?
    ... Kaart 23 toont de resultaten voor een totale drempel van 50 woningen per hectare in woongebieden, gebieden met gemengd karakter, gebieden van gewestelijk belang en grondreservegebieden van het GBP.
    Uit deze kaart blijkt dat er in de tweede kroon een brede strook bestaat waar de dichtheid momenteel erg laag ligt en een opmerkelijk verdichtingspotentieel ligt. De hypothese van 50 woningen per ha zou een potentieel van 70.000 bijkomende woningen in het gewest bieden. Dat aantal bijkomende woningen zou de noden tegen 2020 kwalitatief kunnen invullen.
    ...
    Daarnaast bevestigt onze analyse ook de recente «overal huisvesting»-trend die de noodzakelijke woningproductie inderdaad «faciliteert», maar vragen oproept bij bepaalde actoren. Zo maken economische en sociale actoren zich zorgen om de concurrentie van de woonfunctie versus andere functies (productie, voorzieningen enz.) die noodzakelijk zijn voor de werking van het stadsgewest.» [pp 70-71]

Zie kaart 23 hiernaast

*|* De site van de Ninoofsepoort nu benutten om nieuwe woningen te bouwen legt een hypotheek op het hele Kanaaldistrict, maakt dit onleefbaarder en getuigt dus van een kortzichtige visie.
Dit is te begrijpen bij speculanten maar niet bij verantwoordelijke overheden.

Bouw- en winstpromotoren rekenen uitsluitend in termen van korte-termijn-winst. Hun publiek is de betere middle-class waaronder expats en eurocraten – die niet echt in Brussel komen "wonen" maar wel (tijdelijk) verblijven. Uiteraard houden ze rekening met "de omgeving" van wat ze verkopen.
    Verantwoordelijke overheden maken de stad op maat van de zwaksten, zodat het ook goed is voor sterkeren – het omgekeerde is nooit het geval.
    Ze vullen de stad in voor de mensen die er wonen, zodat het ook goed is voor hen die er verblijven [ studenten, expats, toeristen ] en de stad gebruiken [ voor het werk, cultuur, ontspanning, bevoorrading ]  – ook hier is het omgekeerde haast nooit mogelijk.

Aarzeling bij stadsactivisten en hun organisaties om resoluut te kiezen tégen het inplanten van nieuwe woningen op de Ninoofsepoort heeft meerdere verklaringen.
    • Vooreerst is er in Brussel een algemeen gebrek aan interesse voor de publieke groene ruimte als belangrijke factor van/voor de gezondheid.
    De begoede klassen en de middenklassen die hen willen imiteren, doen dit vanuit een standpunt dat stadsgroen dient ter "verfraaiing" en dus een vorm en teken van luxe is. De middenklassen die beroepshalve of door overtuiging meer betrokken zijn bij de problematiek van armoede en tweedeling in de stad, denken vaak vanuit een onterechte prioriteitslijst wat de meest schrijnende problemen zijn in Brussel: gebrek aan publieke groene ruimte en densiteitsproblemen of tekort aan goede (sociale) woningen.

    • Samengaand met een traditie en cultuur in Brussel om gezonde lucht te gaan opdoen in het Zoniënwoud, op het platteland, aan zee of in de Ardennen.
    Men moet beseffen dat de grote meerderheid van de huidige bewoners van het Kanaaldistrict geen fysieke banden meer heeft met deze traditie. Hun familie woont niet in de landelijke gemeentes van Vlaanderen of Wallonië om er frisse lucht te gaan halen. Ze hebben in veel gevallen niet eens een auto om daar te geraken. En te weinig middelen om uitstappen naar zee of de Ardennen tot een gewoonte te maken.

    • Een eerlijke maar eerder emotionele benadering van het probleem van de "gentrification" waarbij de arme huidige bewoners weggeduwd worden door meer begoede middenklassen wanneer aan "verfraaiing" van de stad gedaan wordt, ondermeer door meer en kwaliteitsvoller publieke groene ruimte.
    De stad is een levend organisme en een complex onderdeel van "de natuur" op onze planeet. Zo lang er onderscheid in klassen bestaat, op basis van ongelijkheid van kansen en kracht, zal zich dit in de stad vertalen. Sociale woningen kunnen exclusieve luxewoningen worden (zoals de Cité radieuse van Le Corbusier in Marseille) en omgekeerd, mooie burgerswoningen worden gruwels in handen van huisjesmelkers.

    • Wat zijn de dringendste problemen waaruit we moeten kiezen?  Wat zijn de  negatieve aspecten en gevolgen van elke positieve stap die gezet wordt ? Vragen die  frustratie creëren. Onvermijdelijk.
    Een globale visie is een goede remedie daartegenover – en veronderstelt focussen op zoveel mogelijk meningen die willen samenwerken.
    En een zo correct mogelijke kennis van elke concrete situatie en probleem – en veronderstelt zich niet verliezen in algemene "principes".

Ons Plan :: Voorstellen Reeks 7 [ En de WONINGEN ? ]

7.1. Er moet een gediffentieerd woningbouwbeleid gevoerd worden in heel het Brussels Gewest.
    • Waar er overbebouwing én overbewoning en dus overbevolking is zoals in de meeste wijken van het Kanaaldistrict, moet ontdichting en vergroening absolute prioriteit krijgen.
    • Waar er overbebouwing maar onderbewoning is – zoals in delen van de Heyvaert- en de Hertoginnewijken, moeten ontdichting [1°], vergroening [2°] en bewoning  [3°] in deze volgorde prioriteit krijgen.
   
7.2. Op "Kaart 23" hierboven is te zien hoe in ons Kanaaldistrict alleen in de twee wijken die we vermelden nog ruimte is om de bewoningsgraad te verhogen.
    Daarnaast worden de reservegebieden aan het Weststation en het slachthuis van Anderlecht ook aangegeven.
    In al deze gevallen moet de nood aan vergroening voor het hele district voor ogen staan – rekening houdend met de barrières die het kanaal en de spoorwegen vormen.

7.3. In Brussel bestaat een grote angst en nagenoeg géén instrumentarium om (grote delen van) bouwblokken in hun geheel aan te pakken en zonodig af te breken.
    Die angst is terecht en gaat terug op zéér negatieve ervaringen die in het collectieve geheugen zijn gegrift: het Justitiepaleis, de Noord-Zuidverbinding, de metro-werken in Molenbeek, het Noordkwartier, de Europese wijk, de Zuidwijk,...
    Toch pleiten we ervoor dat in Kuregem en in de Hertoginne- en de Birminghamwijken er zorgzame studies worden gedaan om er én te ontdichten, én flink te vergroenen, én aanzienlijk meer woningen te creëren, én plaats te behouden voor collectieve voorzieningen en werkgelegenheid, én rekening te houden met waardevol patrimonium.
    Zo toont een studie en ontwerpschetsen van de architectuur- en urbanisme- GROEP PLANNING die de basisstudie en het programma uitwerkten voor het Wijkcontract Heyvaert 2002-2006, hoe in de Heyvaertwijk er veel bijkomende woningen kunnen gebouwd worden, mét het nodige buurtgroen. Vraag is waarom daar niets is van uitgevoerd. Zie bijlage 7
   
7.4. Ons ultiem argument om niets – ook geen woningen – te bouwen op de Ninoofsepoort is het gezond verstand.
    Als we nu bouwen, dan moet dat duurzaam zijn, dus niet bestemd om snel weer af te breken. Het is dus voor lange tijd onomkeerbaar.
    Als we nu een groter park van 4 à 5 hectare aanleggen, dan nog vooral met minimale "aanleg" en zo spontaan, natuurlijk mogelijk en gebruik makend van de bestaande vallei en vele hoge bomen, dan kunnen we later – als de groennormen in het kanaaldistrict ooit zullen behaald zijn en als het autoverkeer is teruggedrongen, nog altijd woningen bouwen en/of collectieve voorzieningen.



HOE willen we ons plan (doen) realiseren ?

8. De PARTICIPATIE .
    Wij doen ons werk als verantwoordelijk burger. We willen als zodanig erkend worden en mee betrokken in het verdere proces rond wat er met onze buurt, wijk, district en stad zal gebeuren.
    We willen de nodige faciliteiten krijgen om dit te blijven doen.

De wettelijk vastgelegde overlegprocedures voor dit project zijn amper gevolgd. Ze zijn al minimaal en worden helemaal uitgehold zodat alleen wat formele regeltjes overblijven.
    Wij kunnen en zullen zonodig op deze formele tekortkomingen terugkomen. Maar wat ons interesseert is de vraag of de door ons gekozen en/of betaalde verantwoordelijken een stad willen voor ons en onze (klein)kinderen.
    Dus eisen we onze plek op in het komende proces om het hele project voor de Ninoofsepoort te herzien. We willen betrokken worden bij het uitwerken van een visie voor het Kanaaldistrict en voor de stad.
    Duurzaam werken betekent ondermeer, rekening houden met het voorradig potentieel en dit noch miskennen en verwaarlozen, noch oeverloos uitputten. Het belangrijkste potentieel van Brussel zijn de talrijke, vooral jonge inwoners met een unieke diversiteit aan capaciteiten. De grootste en meest verfoeilijke energieverspilling is het niet willen luisteren naar en gebruik maken van dit potentieel.

Wij willen dat ons plan, onze visie voor de Ninoofsepoort en het Kanaaldistrict eenzelfde aandacht krijgt als allerlei zogenaamd "visionair" gefantaseer voor Brussel 2020 of zelfs 2040, via duurbetaalde wedstrijden, recepties en exposities.
    Als men computerontwikkelde "plannen" voor de heraanleg van de Belliardstraat en de Europese wijk in Bozar durft tonen, dan hebben "mensenontwikkelde" plannen en verwachtingen van het Kanaaldistrict er ook hun plaats.

*|* Jawel, we willen in Bozar met ons plan.
Maar eerst willen we het op punt stellen, verfijnen, nuanceren en kleuren in onze eigen buurten en wijken. En daar willen we middelen voor.

Ons Plan :: Voorstellen Reeks 8 [ De PARTICIPATIE ]

8.1. Zo snel mogelijk alle rommel op de site van Ninoofsepoort afbreken, opruimen en groen maken zodat het hoogstnodige gedaan is: verandering brengen in deze stadswoestijn. De stadsjungle in de bouwput van Besix zichtbaar maken maar afgeschermd houden om het unieke "spontane" karakter te kunnen behouden.

8.2. De oude woningen op de hoek van de Ninoofsesteenweg voorlopig laten staan en  inrichten tot buurtlokalen en ateliers voor het participatieproces. Er zijn zeker bewoners te vinden die er (voorlopig) hun intrek willen nemen als "concierge".

8.3. Het project starten om buurt per buurt, wijk per wijk, voorstellen te maken en te concretiseren, in scholen, buurthuizen, de huurdersorganisaties, de verenigingen, de . Niet alleen voor de Ninoofsepoort, maar voor het hele Kanaaldistrict en voor de hele eerstkomende generatie:
    • het WATER
    • de MENS
    • de LUCHT
    • het GROEN
    • de GEZONDHEID

8.4. Een website en communicatiesysteem uitwerken en bijhouden

8.5. Een professionele kracht die dit alles begeleidt.



Bijlage 1                  

De site van de Ninoofsepoort die nu [09-2011] ter discussie voor heraanleg voorligt, omvat ongeveer 10 hectare "ruimte", gemeten van rooilijn (façade) tot rooilijn, kanaalruimte inbegrepen.
    Daarrond is er een nog "bredere visuele ruimte": van waaruit er een direct visueel contact is met (een belangrijk deel van) de site Ninoofsepoort.
    De belangrijkste visuele grenspunten van deze ruimtelijke site zijn: 
    Barthelémylaan @ Hopstraat
    O.L.V.-van-Vaakstraat
    Bloemenhofplein
    Fabriekstraat  / Ninoofseplein / Kruitmolenstraat /
    Slachthuislaan
    Slachthuisstraat
    Cuerensstraat & T'Kintstraat
    Poincarélaan @ Arts & Métiers
    Poincarélaan @ Nijverheidskaai
    Heyvaertstraat
    Nijverheidskaai @ Sportcentrum
    Marimontkaai
    Ninoofsesteenweg
    Hertoginneplein
    Onafhankelijkheidsstraat
    Delaunoystraat
    Verrept-Dekeyserstraat
    E. Pierronstraat
    F.Brunfaustraat
    Henegouwenkaai


Kaart met de visuele ruimte – in turquoise – rond de site van de Ninoofsepoort in Brussel.
>Klik op de illustratie om die groter te zien<





Bijlage 2          

Het Kanaalsdistrict in Brussel

We gebruiken de term "Kanaaldistrict", een stadsdistrict met meer dan 100.000 inwoners dat het centrale deel van de Zennevallei in Brussel omvat en waar het kanaal naar Charleroi – tussen het Saincteletteplein en het slachthuis van Anderlecht – de centrale as van is. De Ninoofsepoort vormt het centrum van dit district.

Omschrijving van ons "Kanaaldistrict"
    Het Kanaaldistrict omvat 9 wijken van de gemeenten Koekelberg, Sint-Jans-Molenbeek, Brussel-Stad en Anderlecht : de wijken Koekelberg, Historisch Molenbeek, Begijnhof-Diksmuide, Dansaert, Anneessens, Kuregem Bara, Kuregem Dauw, Hertogin en Weststation.
    Het Kanaaldistrict is 490 hectare groot en telde in 2008 (officieel) 75.000 inwoners - een dichtheid van 15.300 inwoners per km2.
    Rekening houdend met de groei (nieuwe woningen; demografische ontwikkeling), 10 % niet-officiële bewoners en een groeiend aantal studenten, rekenen we dat het kanaaldistrict momenteel 100.000 inwoners telt (begin 2012). Dat geeft nu 20.000 inwoners per km2.
    Het kanaaldistrict is groter dan de vijfhoek (410 hectare). Het ligt in de grootte-orde van een stad op maat van de voetganger. Ter vergelijking: Brugge binnen de wallen is 430 hectare; Leuven binnen de oude stadswal 410 hectare.
    Zie op bijgevoegde kaart de cirkel van 800 meter in vogelvlucht rond de brug van de Ninoofsepoort – de wandelafstand van 10 à 15 minuten voor volwassenen, van 20 à 30 minuten met (kleine) kinderen.
    800 meter is het streefcijfer dat in 2003 in Vlaanderen al wel vastgelegd via MIRA-S 2000 voor de maximum afstand naar wijkgroen dat als park minstens 5 hectare moet zijn.


Het Kanaaldistrict en het gebied op 800 meter in vogelvlucht rond het midden van de brug aan de Ninoofsepoort.
>Klik op de illustratie om die groter te zien<




Bijlage 3.         

De 5 verschillende waterlopen aan de Ninoofsepoort

De Zenne stroomde via twee armen de huidige Vijfhoek binnen en vormde daar verschillende eilandjes. De kleinste arm, de "Ransfortzenne" [1] stroomde Brussel binnen op de site van de Ninoofsepoort. In de middeleeuwen werd er een waterpoort voor gebouwd, het "Kleine Spui" (La Petite Ecluse), ongeveer op de plaats waar nu aan de Slachthuislaan het vierkante modernistische gebouw staat dat vroeger het onderstation van de electriciteitscentrale was. In de Heyvaertwijk en verder in Kuregem is de vroegere loop van de Ransfortzenne nog te herkennen.

In de veertiende eeuw  [ 1350 ] werd de tweede vesting rond Brussel aangelegd waarvan we tot vandaag via de "Kleine Ring" de sporen zien. Rond de stad werd een brede gracht gegraven, de stadswal [2] en langs de binnenkant een stevige muur met toegangspoorten gebouwd. De "Ninoofse Poort" is als stadspoort slechts in de 19de eeuw aangelegd. In het westen was de stadswal gevuld met water. In het Kleine Spui stroomde het frisse water van de Ransfortzenne in aquaduct boven het vuile water van de stadswal de stad binnen.

In de zestiende eeuw [ 1561 ] werd ter vervanging van de dichtslibbende Zenne het Kanaal naar Willebroek aangelegd, met havenkaaien tot in het centrum van Brussel.

Om dit kanaal van fris water te voorzien werd evenwijdig met de stadswal een onbevaarbaar kanaaltje aangelegd, het Zinneke [3] (la Sennette / la Petite Senne). Dit maakte de verbinding tussen de Grote Zenne, dwars door Kuregem waar het "Zavelzinneke" werd genoemd, over de Ninoofsepoort en door Molenbeek waar het Sint-Jans-Zinneke of Sint-Janslei werd genoemd, naar het nieuwe kanaal naar de zee.

In 1815 – onder Hollands bestuur – worden de plannen gemaakt voor een nieuw "steenkoolkanaal" naar Charleroi. Het tweede kanaal, het Kanaal naar Charleroi [4] wordt geopend in 1832.

Na een cholera-epidemie in 1863 besluit burgemeester Anspach de voorziene saneringswerken van de Zennewijken te versnellen. De Zenne wordt overwelfd tussen het Zuid- en het Noordstation. De Ransfortzenne wordt gedempt. Het spoor is nog te volgen via luchtfoto's of de kadasterplannen.

In de jaren '50 wordt de ondergrondse Zenne verlegd. Nu ligt ze in 2 betonnen kokers onder de westelijke boulevards van de Kleine Ring, vanaf het Baraplein tot het Saincteletteplein. Er loopt dus opnieuw een Zenne onder de Ninoofsepoort [5].

Een geïllustreerde geschiedenis van de Ninoofsepoort en het water in Brussel is te vinden op : http://www.bruxel.org/2004/porte_ninove2004/history_prtninove2004/index.html




Bijlage 4.      

Het erfgoed op/rond de Ninoofsepoort

Op en rond de Ninoofsepoort is een staalkaart te ontdekken van resten van de economische en sociale ontwikkeling en soms schokgolven die Brussel heeft gekend.
• De twee octrooipaviljoenen
• O.L.V.-van-Vaakstraat : Brasserie l'Etoile
• Kruitmolenstraat : 19de-eeuwse arbeiderswoningen
• Kruitmolenstraat : Loodhagelfabriek met loodtoren
• Kruitmolenstraat : Onderstation van de electriciteitscentrale
• Poincarélaan : Arts & Métiers < Slachthuis van Brussel
• Nijverheidskaai : muur van het Slachthuis van Brussel
• Heyvaertstraat : Slachthuis van Kuregem
• De Nijverheidskaai : oudste dépot van Brussel met houten gebinte
• De sluis van Molenbeek
• De voetgangersbrug Gosseliesstraat - Princesstraat
• De Marimontkaai
• Het industriële bouwblok Delaunoystraat - Onafhankelijkheidsstraat met de Bottelarij als decor
• De sociale woningbouw vanaf 1920 tot 2000 in de E.Pierronstraat, St-Martinstraat en F.Brunfautstraat - met de Brunfaut65-toren
• De Brasserie Belle-Vue
• De loskaden van Dépot-Design

Opvallend is de tegenstelling tussen de linkeroever (Molenbeek) waar de industriële gebouwen open en bloot te zien zijn, in zeer grote afwisseling, contrasten en diversiteit terwijl men op rechteroever nagenoeg uitsluitend burgershuizen ziet.
    Zoals men in de Fabriekstraat nagenoeg geen enkele fabriek, atelier of dépot vanop straat kan zien of herkennen. Als men echter op luchtfoto's kijkt of de vele inrijpoorten binnenstapt in deze straten van Brussel-Stad, dan ziet men dat overal evenveel, even grote en diverse industriële panden de hele bouwblokken inpalmen.
    Zoals de verschillen in ballustrades aan het kanaal een "standingverschil" willen aangeven tussen Brussel-Stad en "de overkant", zo heeft men in de stad Brussel het industriële patrimonium altijd achter een décor van "burgerlijkheid" en "standing" willen verbergen. Op de westoevers in Molenbeek was dit niet eens nodig. Nutteloze kost uitgespaard. Maar dit geeft Molenbeek nu wél een sterk pluspunt.




Bijlage 5.       

Historische verklaringen van de achterstelling en de dichtheid van de Zennevallei in Brussel

• Het overstromingsgebied van de Zenne werd begrensd door de centrale noord-zuid as in Brussel-Stad (de huidige boulevards); ten westen vormde de Ransfortstraat en de huidige Marimontkaai de grens. Dit is duidelijk te zien op de eerste globale en nauwkeurige kaart van Brussel, van 1550 door Jacob van Deventer.
    [ http://www.bruxel.org/2004/porte_ninove2004/history_prtninove2004/pages/03bruxel1550.html ]

• De benedenstad van Brussel blijft tot de tweede helft van de negentiende eeuw voor het volk "met natte voeten". Een echte "steenweg" was er een luxe en dus vinden we er maar één: de Vlaamse.
    Alleen collectieve initiatieven houden stand in dit natte deel van Brussel: watermolens, hospitaal of in het Brabants "gasthuis", een begijnhof, kloosters, een pesthuis, marktplaatsen en slachterijen, verzamelplaatsen van mest en menselijke uitwerpselen. De hinderlijkste nijverheden die meestal ook veel water nodig hebben vinden we er ook terug zoals de wolnijverheid en leerlooierijen met hun onbeschrijflijke stank door de urine- en sulferbaden.
    De overstromingsweiden ten westen van de Zenne in Brussel maar ook in Kuregem en Molenbeek worden tot de negentiende eeuw gebruikt als bleekweiden voor de wollen en linnen lakens en voor de wasserijen. Activiteiten die veel werkvolk vragen – vrouwen en kinderen vooral. Daarbij werd giftig blauwsel gebruikt dat tot vandaag in de grond en soms vrijkomend wordt teruggevonden in het kanaaldistrict.

• Bij de aanleg in de zestiende eeuw van het zeekanaal en de haven van Brussel wordt met de uitgegraven aarde de kaaien aangelegd en nieuwe terreinen bouwrijp gemaakt. Maar de Zenne blijft onvoorspelbaar en vaak een geduchte "vijand". Met het nieuwe Zinneke door Kuregem en Molenbeek tracht men het water beter te beheersen. De hele westelijke Zennevallei blijft nog lange tijd overwegend alleen maar goed genoeg voor het nodige werkvolk "met natte voeten".

• In Kuregem – het gebied tussen de twee Zenne-armen buiten de stad en het Zinneke als verbindingskanaaltje – ontstaan er vanaf de achttiende eeuw al manufacturen voor de textielproductie. Het zal de kern blijven van het latere "Manchester van Brussel", symbool van een textielstad. Vooral spinnerijen, de basis voor verdere textielnijverheid, vragen veel en proper water.

• Onder Frans bestuur in het jaar XIII (1804) wordt een nieuwe Ninovestraat getrokken dwars door de tuinen van het Kartuizerklooster en mondt uit aan de stadswal die een open riool en stortplaats is. In 1810 besluit de Franse keizer Napoleon dat de vestingmuur moet afgebroken worden. De muren worden als bouwstenen verkocht en gesloopt, de wallen gedempt en erbovenop rond de stad komen stevige tolhekkens waar opnieuw «poorten» in gemaakt worden. Op het oude "bolwerk" van de stadsvesting worden nieuwe "boulevards" aangelegd. In het westen duurt die "heraanleg" véél langer en is in 1871 nog niet afgewerkt. Tientallen jaren is het er een mengvorm van ruïnes, stortplaatsen, stinkende plassen, een gevaarlijke trein, kanaal- en bouwwerven, ...
   
• In 1816 wordt het "Ninoofse Plein" aangelegd dat vrijwel direct "Ninoofsepoort" wordt genoemd naar de poort in het tolhekken. De twee octrooipaviljoenen worden er pas in 1833 gebouwd, bijna bovenop het nieuwe kanaal en aansluitend op de brug erover.
   
• In 1827 wordt de Ninoofsesteenweg getrokken en de Ninovestraat omgedoopt tot "Fabriekstraat" omwille van de vele nieuwe ateliers en fabrieken die er werden opgetrokken. Men is zeer zuinig met de perceelindeling want de Zenne is nog steeds niet getemd. Door de beperkte bebouwbare oppervlakte buiten overstromingsgevaar, is de bebouwingsdichtheid in de haven- en de fabriekswijken zeer hoog. Nagenoeg overal worden binnenruimtes van de bouwblokken ook volgebouwd, eerst met de nodige ateliers, fabrieken en dépots en daarna de resten opgevuld met "huisvesting" voor het werkvolk, soms via steegjes (impasses) soms via de hoofdpoort.
    De nieuwe industrieën die veel en zware grondstoffen nodig hebben en/of grote en zware eindproducten leveren kunnen zich aanvankelijk uitsluitend in het vlakke overstromingsgebied vestigen. De gemotoriseerde transportsystemen (trein; transportbanden; kabelbaan;...) blijven nog tot 1835 zeldzaam op het continent. Het nieuwe kanaal vanaf 1832, en de trein vanaf 1835 zullen grote veranderingen brengen.

• Vanaf 1815 onder Hollands bestuur worden plannen gemaakt voor een nieuw "steenkoolkanaal" naar Charleroi – de namen van de kaaien op linkeroever wijzen naar dit steenkoolkarakter: "Steenkoolkaai", Steenkoolgraversstraat (sic!), Henegouwenkaai, Marimontkaai (de eerste steenkoolmijn in België).
    Geopend in 1832 worden snel de economische mogelijkheden van het nieuwe kanaal duidelijk. De nieuwe stoommachines met steenkool als energiebron, bewijzen in Engeland welke rijkdom en winsten te rapen vallen.
    Tussen de haven en de Ninoofsepoort gebruikt het nieuwe kanaal de oude bedding van de stadswal en vervangt als stadsgrens ook het tolhekken. Het nieuwe kanaal komt tot vlak tegen de nieuwe octrooipaviljoenen aan de Ninoofsepoort en maakt er een hoek van 90 graden met een grote zwaai- en wachtkom.

• Het tolsysteem vormt een rem op de industriële ontwikkeling buiten de tolhekkens van de stad. Vooral voor de productie van dagelijkse verbruiksgoederen waarop tol moet betaald worden als die de stad worden binnengebracht, zoals bier, zeep, meel, suiker, textiel- en lederwaren, ...
    Dit tolsysteem veroorzaakt een nog grotere druk op de gierigheid en speculatie met de grond in het westen van de stad.
    In 1860 wordt dit tolsysteem afgeschaft. De tolpoort aan de Ninoofsepoort bijft open en verdwijnt.

• In 1835 rijdt de eerste stoomtrein op het continent, van Sint-Jans-Molenbeek (waartoe het grondgebied van het huidig Noordstation en het toenmalig Groendreefstation behoorde) naar Mechelen. Doelbewust buiten de tolhekkens van Brussel. In 1840 is er al een tweede Boogaerdenstation in het zuiden van Brussel op het huidige Rouppeplein. Even doelbewust binnen de tolzone.
    In 1841 wordt een "Noord-zuidverbinding" aangelegd, gewoon midden de westelijke boulevard op de oude stadsvesting en komt dus voorbij de Ninoofsepoort. Die verbinding is levensgevaarlijk, zelfs al rijdt de stoomtrein stapvoets voorafgegaan door een agent met fluit en rode vlag. Dit zal tot 1871 standhouden. Dan wordt de westelijke spoorverbinding in gebruik genomen – tot vandaag een belangrijke fysieke grenslijn in de stad en een grens van ons kanaaldistrict.
   
• Na een cholera-epidemie die de volkswijken decimeerde in 1863 besluit burgemeester Anspach (1829-1879) de voorziene saneringswerken van de Zennewijken te versnellen. De Zenne wordt overwelfd tussen het Zuid- en het Noordstation. Huizen en krotten afgebroken en grote boulevards naar Parijs model, komen in de plaats. 47 km open riolen worden dichtgemaakt. De werken betekenden de onteigening van 1.100 woningen, ateliers en molens. Het was een Engelse bankconstructie die met veel schandalen en fraude de financiële klus klaarde. In november 1871 wordt de overwelfde Zenne ingehuldigd. Intussen zijn de boulevards op de westelijke ring nog steeds niet afgewerkt.
    De Zenne is uiteindelijk getemd. De laatste maar grote buurten zijn nu ook bouwrijp. Veel nieuwe bouwpercelen komen ter beschikking – alleen al die 47 km open riool leveren 20 à 30 hectare op.

• Vanaf 1870 begint de ongeremde verovering en uitbating/uitbuiting van het Westen van Brussel en van de Zennevallei. Honderd vette jaren zullen volgen. De Zennevallei in Brussel wordt tot de jaren '70 van de twintigste eeuw het belangrijkste industriebekken van België, zowel wat betreft het aantal bedrijven en hun winstproductie als voor het aantal industrie-arbeiders.

• Op linkeroever - de "overkant" in laag en historisch Molenbeek en op rechteroever in Kuregem zorgt het Zinneke voor een extra faciliteit voor de industrie. Aan de "voorkant" ligt het nieuwe kanaal dat voor het nodige frisse en "proper" water zorgt – als grondstof, voor de stoommachine, om te koelen, te spoelen,... Aan de achterkant ligt een open riool, het Zinneke waar het vervuilde water en veel ander afval kan gedumpt worden. Dit verklaart mee waarom zo veel bedrijven opeen gedrumd liggen tussen het kanaal en het Zinneke.
    Het zijn ook de 2 wijken die heel vlak zijn en dus het goedkoopst voor transport en voor bebouwing.




Bijlage 6.       

Criteria voor bereikbaar en aantrekkelijk groen


Download : [ 2003_monitor_publiek-groen.pdf ]
Monitor voor Bereikbaar en Aantrekkelijk Groen | De betekenis van de groene ruimte voor de kwaliteit van de leefomgeving hanteerbaar gemaakt voor discussie, afweging en besluitvorming.
Ann Van Herzele & Torsten Wiedemann | Ruimte & Planning, Jg. 23 nr. 2/2003
*
Download : [ 2004_monitor_groen-steden.pdf ]
Monitor voor bereikbaar en aantrekkelijk groen in steden
Ann Van Herzele, Torsten Wiedemann, Eva De Clercq
Vakgroep Menselijke Ecologie Vrije Universiteit Brussel
Studie uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij, MIRA
MIRA/2004/05 juni 2004


Terug naar tekst