









| Magie
en volksgeneeskunde door :: www.museumdrguislain.be
| Gent
In de prehistorie en in zogenaamde primitieve culturen kadert de geneeskunde in een magisch-mythologisch wereldbeeld. Magie kunnen we omschrijven als een dialoog tussen de mens en de hem omringende werkelijkheid door middel van een woord, een gebaar of een ritueel. Door middel van magie probeert men vat te krijgen op een onbegrijpbare wereld met woorden gebaren en riten. Ziekte wordt toegeschreven aan oergeesten, natuurgeesten of demonen, of aan geesten van overleden voorouders die uit onvrede of wraakzucht het lichaam of een deel van het lichaam in bezit nemen. Geneeskunde bestaat erin de boze geesten op afstand te houden of, wanneer dat niet is gelukt, hen weer uit het organisme te verjagen. De medicijnman of -vrouw of de sjamaan heeft het vermogen met de geestenwereld te communiceren. Daarnaast bezit de sjamaan ook een uitgebreide kennis van geneeskrachtige planten en mineralen, hem overgeleverd door een leermeester. De middeleeuwse geneeskunde bevat veel magische elementen. Het gebruik van kruiden is hierbij belangrijk. Men gebruikt de dierenriem voor het bepalen van de plaats van aderlatingen en voor talrijke medische ingrepen. De maan heeft evenveel invloed op het lichaam als de lichaamsvochten. Door middel van tabellen en afbeeldingen kan de arts de therapie bepalen naargelang de stand van de maan en de planeten. In de volksgeneeskunde gebruikt men vaak technieken die het therapeutisch proces symboliseren. Men doorbreekt de band tussen zieke en ziekte door afbinden, afstrijken, uitsnijden, achteruitwerpen, knopen, doorkruipen…
Ook laat men in de volksgeneeskunde de patiënt plots schrikken, in de hoop dat de ziekte door de schok zal verdwijnen. Soms gaat men daarbij heel ver en komen er bijvoorbeeld geselslagen aan te pas. Uit vrees dat de krankzinnige bij het uitkramen van wartaal God zou verloochenen - een bijzonder zwaar vergrijp - schrijft men voor de zieke te laten stikken in een kussen: het smoren van de dollen. De christelijke traditie heeft veel magische elementen geïncorporeerd, zoals het branden van kaarsen, het eten van de hostie en het wijden van huizen, vee of auto’s. Ook in het hedendaagse bijgeloof vinden we deze magische houding terug. We lopen niet onder ladders door om ongeluk te vermijden en komen liever geen zwarte poezen tegen. http://www.museumdrguislain.be/ewebeditpro4/cms/asp/database/template.asp?id=82 |
| La magie et la médecine populaire par :: www.museumdrguislain.be
| Gent [Gand]
Dans la préhistoire et dans les cultures dites primitives la médecine cadre dans une image du monde magico-mythologique. Nous pouvons décrire la magie comme un dialogue entre l’homme et la réalité qui l’entoure, par un mot, un geste ou un rite. Par la magie on essaie de comprendre le monde incompréhensible au moyen de mots, de gestes et de rites incompréhensibles. La maladie est attribuée à des esprits primitifs, naturels ou à des démons, ou à des esprits d’ancêtres qui par mécontentement ou soif de vengeance viennent habiter le corps ou une partie du corps. La médecine consiste à garder les esprits malins à distance ou, quand cela n’a pas réussi, à les chasser de l’organisme. Le sorcier ou la sorcière ou le chaman possède aussi une connaissance étendue de plantes médicinales et de minéraux médicinaux, qu’un maître transmet de génération en génération. La médecine médiévale contient beaucoup d’éléments magiques. L’utilisation d’épices est important ici. On utilise le zodiaque pour déterminer la place des saignées et pour de nombreuses interventions médicales. La lune a autant d’influence sur le corps que les humeurs. Au moyen de tableaux et d’images le médecin peut déterminer la thérapie en fonction de la position de la lune et des planètes. Dans la médecine populaire on utilise souvent des techniques qui symbolisent le processus thérapeutique. On brise le lien entre malade et maladie par le fait de ligaturer, frotter, exciser, jeter en arrière, nouer, ramper, …
Dans la médecine populaire on fait soudainement sursauter le patient, espérant que la maladie disparaîtra par le choc. Parfois on va très loin en pratiquant par exemple la flagellation. De crainte que le malade mental, dans son délire, nierait Dieu - ce qui était une offense particulièrement grave - on prescrivait de laisser le patient s’étouffer dans un coussin. La tradition chrétienne a incorporé beaucoup d’éléments magiques, comme allumer des cierges, manger l’hostie et consacrer des maisons, du bétail ou des voitures. Dans les croyances contemporaines aussi nous retrouvons cette attitude magique. Nous ne passons pas sous les escaliers, pour éviter des accidents, et nous préférons ne pas rencontrer des chats noirs. http://www.museumdrguislain.be/ewebeditpro4/cms/asp/database/template.asp?id=172 |
St.
Vitus' dance - chorea sancti viti(a term coined by Paracelsus) - for a
long time (and until now) was a source of misunderstandings as it was
equally assumed to be epilepsy, chorea and hysteria [17, 18].
The assumption with epilepsy relates to the famous
engravings after Pieter Brueghel's drawings known as Pilgrimage
of the Epileptics to the Church at Molenbeek (fig. 9).
Very largely employed identification of St. Vitus' dance
with
Sydenham's (rheumatic) chorea is believed incorrect as St. Vitus' dance
represents a completely different condition - dancing mania (a form of
mass hysteria widespread in 14th and 15th Century Central Europe) - and
has nothing to do with rheumatism.
St.
Vitus was an early Sicilian Christian martyr at the time of the Roman
Emperor Diocletian (about 300 A.D.). According to the legend, he
performed a lot of miracles and healings that led to St. Vitus'
reputation as the patron of nervous disorders. He was especially
successful in healing unsteady step, trembling limbs, limping knees,
paralyzed hands etc, i.e. conditions that mimicked dance movements.
Sufferers of such conditions prayed successfully to the saint for
relief at his chapels in Germany, Czech Republic and other countries [19].