www.bruxel.org   |   www.bruxel.org/molenbeek   |   www.bruxel.org/zinneke   |   www.bruxel.org/forum

U R B A N [ART] I S M E

Opinions / Propositions de
Standpunten / Voorstellen van


Lieven SOETE

Reaction ::
lieven.soete[at]bruxel.org


2009-04 | NL | Voorstellen voor het Wijkcontract 2009-2013 CINEMA / BELLE-VUE in Molenbeek
    13 voorstellen binnen het Luik 1: Sociale woningen
      9 voorstellen binnen het Luik 4: De creatie en heraanleg van openbare ruimten
      9 voorstellen binnen het Luik 5: Socio-economische herwaardering van de wijk


2008-09 | NL | Bemerkingen bij het «MASTERPLAN 2010 voor nieuwe publieke ruimtes in de Kanaalzone», [de Ninoofse Poort] voorgesteld op 3 september 2008
2008-02-02 | FR | Pourqoui le «schéma directeur» pour le site de la gare de l'Ouest @ Molenbeek, ne suffit pas

2007 - 2009 | NL | Columns in de oVerKant - periodiek van De Vaartkapoen / VK* - Molenbeek

2007-10-31 | NL | Bij de heraanleg van de lanen en kaaien langs het kanaal [Molenbeek @ Brussel]
2007-05-22 | NL | Voorstel voor de «Bottelarij», Delaunoystraat, Molenbeek
2007-05-22 | NL | Voorstel voor «meer [frisse] lucht» in Molenbeek - Wijkcontract «Westoever»


2006-06-16 | NL | Waarom geen Watan-gedrocht aan de Ninoofse Poort?
2006-06 | FR/NL | Dossier Porte de Ninove / Ninoofse Poort @ Brussels

2005-10 | FR | caNar : le canal, un site permanent d’art et de culture
2005-10 | NL | caNar : het kanaal, een permanente kunst- en cultuurplek

2004-01 | FR/NL | Dossier Rue Brunfautstraat @ Molenbeek [Brussels]





Molenbeek [Brxl], 18-09-2008
Lieven SOETE

Bemerkingen en suggesties bij
het project voor de Heraanleg van de Ninoofse Poort van 3-09-2008

Vooraf
a.| Sinds 2004 heb ik persoonlijk de site van de Ninoofse Poort en wat er rond en op gebeurt, van zeer nabij gevolgd. Ik woon er in de directe buurt.
    Op mijn website: www.bruxel.org heb ik sindsdien documenten, artikels, foto’s bijeen gezet. Ik heb in november 2004 de hele site ook in een fotoverslag vastgelegd. Dit kan als illustratie dienen bij veel van wat volgt.
    Te vinden via: www.bruxel.org/2004/porte_ninove2004/porte_ninove_start.html

b.| Dit zijn mijn bemerkingen en suggesties i.v.m. het project voor de heraanleg van de Ninoofse Poort, dat voorgesteld werd op 3/09/2008 door de Brusselse ministers Evelyne Huytebroeck en Pascal Smet en de burgemeester van Sint-Jans-Molenbeek, Philippe Moureaux.
    Deze plannen - «MASTERPLAN 2010 voor nieuwe publieke ruimtes in de Kanaalzone» zijn te vinden op de site:
    www.mobielbrussel.irisnet.be/
    www.bruxellesmobilite.irisnet.be/

1. Het voorgestelde “Masterplan voor nieuwe publieke ruimtes in de Kanaalzone” lijkt een ernstige poging om binnen verkeerd getrokken marges, er toch het beste van te maken.
     De basis voor het voorliggende masterplan is een structuurplan met twee symmetrische driehoeken die een centrale circulatie-as van het NinovePlein naar het westen omsluiten - als een soort “poort”.
     Dit plan is slecht.
     . Het vertrekt van een bijna absolute priotiteit voor de auto. Het water, het groen, de voetganger, fietser en het openbaar vervoer blijven ondergeschikt. [pt 2.]
     . Het houdt geen rekening met de historische betekenis van deze site. [pt 3.]
     . Het doorkruist het opzet om van de Ninoofse Poort een ontmoetingsplaats te maken. [pt 4.]
     . Het resulteert in twee “eilanden”. Kantoren kan men zich daar voorstellen. Wonen, zoals het in een echte stad behoort, is er moeilijk en zelfs af te raden. [pt 5.]
     . Het legt een zware hypotheek op een mens- en stadsvriendelijke toekomst.
     
Waar komt deze structuur vandaan?
     Op het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP / PRAS) van 2001 staan deze twee driehoeken ingekleurd als gebieden voor administratie (kantoren) en zijn er nieuwe rooilijnen uitgetekend.
     Op het GWOP (Gewestelijk OntwikkelingsPlan / PRD) van 2002 vinden we deze rooilijnen terug. Uiteraard.
     In 2003 krijgt de Watangroep een bouwvergunning voor twee kantoorblokken die passen in de uitgetekende rooilijnen van het PRAS.
     Eind 2003 worden de funderingen van het eerste, meest noordelijke Watanblok gebouwd.
     In 2006 wordt een nieuwe bouwvergunning gevraagd want de bouwplannen zijn gewijzigd.
     Ik herhaal hier de argumentatie die ik in 2006 formuleerde tégen het Watan-project, ter gelegenheid van het openbaar onderzoek. www.bruxel.org/forum/simpleforum_pro.cgi?fid=03&topic_id=1150124566
     De vergunning voor een blok van 9 verdiepingen wordt toegekend, ondermeer op voorwaarde dat de twee blokken worden uitgevoerd.
     Eind 2007 wordt een stevige palissade rond de funderingsput van Watanblok 1 gebouwd, er duidelijk op voorzien dat er in de eerstkomende (tientallen?) jaren niet verder zal gewerkt worden. [Achter deze palissade verschuilt zich momenteel een merkwaardige stadsjungle, vol water, met een wilde flora en zelfs fauna. Soms te bezichtigen door op zo’n vrachtwagen voor transport van auto’s te klimmen en over de palissade te kijken.]
     Maar deze betonnen put legt wél een zware hypotheek op de mogelijkheden om van de Ninoofse Poort iets merkwaardigs te maken.

Alllereerst moeten alle mogelijkheden nagegaan worden om deze situatie te keren.
     Zes jaar is voldoende lang om een nieuwe visie op dit stuk stad aanneembaar te maken.
     De praktijk toont dat de optie voor kantoren fout was: er is geen vraag meer naar en er is geen draagvlak meer voor onder de Brusselse bewoners.
     Andere bestemming voor de funderingsput van het Watanblok: speelvijver; klim- en avonturenpark; brok wilde stadsjungle zoals het momenteel is;...
     Die put afbreken en de ruimte gebruiken om via een helling het contact met het water veel directer te maken. Dit blijkt onmogelijk in het resterende deel ten noorden van het Watanproject - omdat daar de overloop van de ondergronds gekalaniseerde Zenne naar het kanaal zou zitten.

Als dit toch niet zou kunnen [omwille van problemen rond rechtszekerheid], dan mag alleen het eerste Watanproject als vaststaand worden beschouwd.
     De centrale circulatie-as voor auto’s moet in vraag gesteld en letterlijk “omgebogen”.
     De symmetrische structuur - met verwijzing naar “een poort” - heeft geen zin.
     Een tweede bouwblok - om het even met welke functie erin - is uit den boze.
     Woningen voorzien op die plek is niet de beste idee.

     
2. Waarom krijgt de auto nog steeds absolute prioriteit?
De auto is per definitie secundair en in feite niet op zijn plaats in een historische stad als Brussel. Er moet een duidelijk signaal gegeven worden: dit is een gebied waar de voetganger/fietser de eerste prioriteit heeft en dus voorrang.
     De hele site en omtrek van de Ninoofse Poort moet minimaal “Zone 30” zijn, gezien de vele voorzieningen voor kinderen en jongeren in de directe omtrek.
     Bochten zijn uitstekende snelheidsremmers. Auto’s kunnen bochten makkelijker aan dan trams en bussen, dan fietsers en voetgangers. De bochten in de autowegen op het voorliggende plan lijken uitgetekend voor snelheden van 90 à 120 km per uur. Waarom?? Met kortere bochten kan men restruimtes tussen de rijvakken wegwerken en dus meer plaats vrijmaken voor voetgangers, fietsers, echte groene of openbare ruimtes.
     Het is niet te meten hoe breed de rijvakken voor de auto’s zijn voorzien, maar ze lijken eerder heel ruim. Terwijl smallere rijvakken ook goede snelheidsremmers zijn. Ook hier: meer ruimte vrijmaken voor de prioritaire stadsbewoners en “-belevers” . [Een automobilist “doorkruist” en “gebruikt” de stad.]
     Er werden berekeningen en simulaties gemaakt wat het zou betekenen om een rijvak meer of minder aan te leggen in de verschillende richtringen. Juist, uiteindelijk zijn ook opnieuw de omwonenden het ergste slachtoffer van de files: fysiek gevaar, stress, tonnen CO2 en fijn stof, lawaai, stank en belangrijke bron van zwerfvuil.
     Er bestaan mogelijkheden en middelen om te ontraden. De overheid moet signalen sturen dat het ersatz-paard dat de auto is, verouderd is en bovendien zeer schadelijk voor de mens, de stad en de planeet. Belangrijkste is: ervan uitgaan dat de auto plaats moet en zal ruimen. Dit durven voorzien en ook durven zeggen. Natuurlijk “zijn we niet tegen de auto”. Zoals we ook niet “tegen de dinosaurus” kunnen zijn.
     
De hoofdcirculatie van de kleine ring en de aansluiting met de Ninoofse steenweg kan en moet:
     . zo smal mogelijk en voorzien om op (snelle) termijn nog te versmallen;
     . zodanig dat een zo groot mogelijk aaneengesloten publieke ruimte ontstaat. In lusvorm naar het noordoosten verleggen (waar nu de Watan-put ligt); zo diep mogelijk (half) ingegraven waarbij de bestaande betonnen funderingen als avonturenmuur kunnen benut.

De nieuwe brug (voor voetgangers en fietsers) over het kanaal zodanig aanleggen dat ze in één grote beweging het kanaal én de hoofdverkeerswegen overbrugt. Met trappen en/of lift  aan beide oevers van het kanaal.
    Deze brug kan in driehoeksvorm trapsgwijs aangelegd boven het kanaal zodat ze dienst kan doen als toeschouwersplaats voor concerten op het kanaal  - bv op de verbrede richel, juist in de knik van het kanaal recht tegenover dergelijke brug/theater.
    Een architectuurwedstrijd voor uitschrijven. Een nieuwe merkwaardigheid creëren.

De voetgangers overal prioriteit geven.
     De volledige kruispunten als één groot zebrapad inrichten (zie experimenten in NL en FR). Zodat voetgangers (én fietsers) ook kruiselings kunnen oversteken tijdens de groene tijd, speciaal voor hen. Voetgangers willen (terecht) altijd de kortste weg nemen; ze verbruiken ook het meest eigen energie en tijd per afgelegde meter.

3. De historische, sociale en culturele betekenis van de site en buurt van de Ninoofse Poort maximaal benutten
Zie voor de geschiedenis van 1250 tot 2004 van de Ninoofse Poort, de Zenne, het Zinneke, het kanaal: www.bruxel.org/2004/porte_ninove2004/porte_ninove_start.html

De site van “de Ninoofse Poort” is uitgebreid. Men kan er makkelijk een wandeling / rondleiding doen van 2 à 3 uur met alle bezienswaardigheden / ontdekkingen. Het kan dus educatief en toeristisch en trekpleister worden.
     Een plaats om naartoe te gaan en niet alleen om voorbij te komen.
     
Het is de plek in Brussel waar nog duidelijk is of kan gemaakt, wat het water voor/in Brussel betekende.
    De plek waar je nog kan zien hoe Brussel in een vallei is ontstaan. Met de centrale platte noord-zuid-as en de oplopende heuvels naar het oosten en het westen. De plek waar de tweede arm van de Zenne (de “RansfortZenne”) de stad binnenkwam: komt bijna overeen met de lange blauwe lijn die in het zuiden van het huidige plan, van west naar oost loopt en dan de blauwe “oversteekplaats” naar het vroegere “kleine Spui” (la Petite Ecluse). Dat “kleine Spui” is nu het ex-onderstation voor electriciteit.
    De Zenne zelf loopt nu onder de “boulevard” = “bolwerk” = de promenades, aangelegd bovenop de afgebroken stadsmuren en/of dichtgegooide stadswallen. Het tracé van het Zinneke, het kanaaltje (coupure) dat gegraven werd bij de aanleg van het kanaal naar Willebroek (1663), is nog duidelijk te zien achter de brasserie Belle-Vue, en te herkennen in de Heyvaertstraat. De verschillende tracés van het tweede kanaal (naar Charleroi) en alle gevolgen van de wijzigingen daarin, zijn juist oorzaak van deze woestijnachtige plek, de site van de Ninoofse Poort (de huidige knik in het kanaal / het verleggen van de sluis / ...). De sluis is op zich een zeer merkwaardig, spectaculair ding, in het centrum van onze stad.
     Het gebruik van blauw in de minerale bedekking van het “park”, is (bewust of toevallig?) zeer goed. Men zou explicieter (maar toch subtiel genoeg = als een “tweede laag”) het “historische water” kunnen benutten voor de vormgeving van het park en zo een historische wandelweg maken doorheen de site die meteen de hele geschiedenis van het water in Brussel samenvat.
     In elk geval: de systematiek in kleurgebruik van de grondbedekking doortrekken naar en in de zone ten westen van het kanaal (De brug zelf; Espace Pierron / Brunfautbuurt)
     Meer en systematisch gebruik van water - onder alle mogelijke vormen, afhankelijk ook van het seizoen - is aangewezen. Open kanaaltjes met snelstromend water als begrenzers; fonteinen; sproeiers; speelplassen en -vijvers; verstuivers; ....
     De afwatering van het regenwater van de hele site “openbaar” maken: tonen hoe en waar het regenwater naartoe gaat - misschien zelfs rechtstreeks in het kanaal? Zo aanschouwelijk maken welke gigantische hoeveelheid er uit de riolen kan gehouden worden (tenzij dit nodig is om het nodige spoelwater te behouden. Berlijn stinkt momenteel, ondermeer omdat er te weinig regenwater in de riolen terecht komt.)
     Het park op de site moet dus zo open mogelijk blijven: een groene bodem, zonder struiken of perken, met naast de bestaande platanen een minimum aan nieuwe bomen die zo snel mogelijk een hoge blote stam en hoge kruin hebben. Zodat de “vallei van de Zenne, het Zinneke en het Kanaal” weer zichtbaar wordt.

De site van de Ninoofse Poort is een plek waar men een belangrijke brok sociale en economische geschiedenis van Brussel en België nog kan aflezen.
     Dit “lezen van de stad” met alle beschikbare middelen bevorderen en invullen. In het oosten, in Brussel: de “fabrieksbuurt” met de nog zichtbare loodtorens, de vele resterende industriële panden, de neogothische “sociale woningen” in de Kruitmolenstraat, het onderstation van de electriciteitscentrale, het ex “slachthuis van Brussel” (het “Gesticht” Arts & Métiers). In het midden: de octrooi-paviljoenen die tot 1860 een economische grens en rem vormden rond de stad. In het westen: de site van de brasserie Belle-Vue | het kanaal | de Mariemont- en de Industriekaaien en hun vele nog resterende en ook actieve industriële panden.
     Tussen de octrooi-paviljoenen, géén bomen zetten! Perspectief herstellen vanuit de westkant van het kanaal: tussen de 2 paviljoenen (in de verte dus) ziet men ook de toren van het stadhuis van Brussel... als die rommellige bomen weg zijn.
     In de plaats daarvan: een stuk van het octrooi-hekken reconstrueren, met de poort ertussen. En uiteraard: die poort vastzetten dat ze (gedeeltelijk) open blijft. Misschien subsidie vragen aan Europa: het is zowaar een symbool van het afbreken van de letterlijke “tolhekkens” en “de poort openzetten voor de vrije markt”. [Dat was dus wél revolutionair,... 150 jaar geleden!]
     De ruimte voor de voetgangers aan de westkant van de paviljoenen is veel te krap. Er moet ook aan de westkant een minimum van veilig plein zijn, om de paviljoenen in hun geheel te kunnen bekijken. Dat kan door tussen het Watan-blok en de paviljoenen de restruimtes tussen de verkeersstroken te reduceren, en door het nieuw te bouwen wooncomplex meer naar het westen te verschuiven zodat ook daar het geheel van de rijvakken voor auto’s en trams, meer naar het westen kan. (De rechtlijnigheid van de rooilijn aldaar is totaal ondergeschikt, want uitsluitend vanuit een machine (auto of tram) te ervaren).
     “Molen-beek” is ontstaan rond een economische pre-industriële functie: een watermolen. De windmolentjes aan het kanaal geven reeds een referentie naar de molens van Molenbeek. Men zou een aantal windmolens die electriciteit opwekken kunnen neerzetten op de site. Uiteraard niet zo’n reuzegrote monsters. Veel kleiner van schaal. Aan artiesten vragen om die van gepaste kleur te voorzien. Waarom het regenwater dat in het kanaal stroomt (als dit kan) niet via een watermolen laten passeren en zo ook stroom opwekken. Rentabiliteit is hier niet het eerste criterium. De educatieve, recreatieve, artistieke en sociale meerwaarde is belangrijkst.

Als die Watantoren er dan toch zou komen, een van de “heliplatformen” die er nu op voorzien zijn, openstellen voor het publiek zodat men panoramisch zicht heeft over de hele westkant van Brussel en de oostkant van Molenbeek.
     Met “panoramische” tafel die verwijst naar de vele interessante punten van de site + omgeving: historisch erfgoed, artistiek interessante punten, sociale en culturele diensten,...
     Watan dwingend vragen (= opleggen) om er zonne- en windenergie-installaties te plaatsen.

4. Openbare ruimte = ONTMOETING creëren, stimuleren, koesteren
Het is niet goenoeg een ruimte te maken en die “openbaar” te verklaren. Mensen blijven niet zitten, hangen, staan, als er geen reden toe is.
     Dus alles wat nodig is en zoveel mogelijk wat nuttig zou zijn, bewust samenbrengen zodat er een punt onstaat waar men “naartoe gaat”, een afspraak maakt, en niet louter “voorbij komt”.
     Dit kan en moet gestuurd worden.
     [Een deel van de voorgestelde functies zou ook kunnen ondergebracht worden in het nieuw (woning)complex als dit er toch zou komen - zie verder.]

Een “station” maken
     Eén centrale stop- en dus overstapplaats vh openbaar vervoer: tram + bus + taxi + fiets in de voorziene (blauwe) driehoek, in het zuidoosten. Onderzoeken of nieuwe tramlijnen mogelijk zijn.
    Onderzoeken om een kabelbaanlijn langs het kanaal te installeren met een stopplaats (een lus dus) op deze site. Alvast rekening houden dat dit er misschien ooit komt.
     Standplaats voor huurfietsen
     Standplaats voor de cambio huurwagens
     Taxi-plaats: voor de nieuwe groepstaxi’s. Systeem invoeren dat taxi kan opgeroepen worden (ouderwetse praatpaal?) Tram- en bus”bedding” gebruiken (via electronische systeem dat toegang geeft tot die “bedding”)
     [Aan het station van Leuven rijden verschillende bussen van De Lijn (en de taxi’s) nu vlak voor de in- en uitgang van het station, op het centrale voetgangersplein, zonder verhoging of verlaging, met alleen een lichte schakering in het materiaal (een soort moderne kasseien). Na te gaan wat de balans van enkele jaren dergelijk gebruik is.
     [Het busstation in Leuven (vlak naast het sproorwegstation en boven een grote parking) is ook op een ander vlak interessant. De info-verstrekking op dit verkeersknooppunt voor voetgangers is rustig, duidelijk, overzichtelijk. Met slechts één taak: de reiziger helpen. Géén bijkomende prullaria of publiciteit. Alles in eenzelfde stijl.]

Daaraan gekoppeld: één centraal info-, dienst- en aanspreekpunt
     Bankautomaten
     Hot-Spot voor internet en andere electronische communicatie
     Info-station: wachtplaats | zitplatsen | overdekt en windvrij | met de nodige automaten voor tickets, info,...
     Bij voorkeur bemand: een “levend” aanspreekpunt maken | “antenne” van de parkwachters | ...
     Een historisch, cultureel en dus toeristisch vertrek- en infopunt.
     Met “panoramische” tafel die verwijst naar de vele interessante punten van de site + omgeving: historisch erfgoed, artistiek interessante punten, sociale en culturele diensten,...

Alle nutsvoorzieningsmaatschappijen verplichten om ook daar hun “centrale” te maken - vermijden / verbieden dat overal allerlei kotjes, dozen, deksels, palen, kabels,... komen. Electriciteit | Verlichtingssystemen | Aansluitingen voor geval van groot verbruik (attracties / concert / ...) Waterleidingen | Aansluitingen voor pompiers | Kranen en bedieningspanelen voor fonteinen | Kabelmaatschappijen | Riolering |
     Afvalsorteer”centrale” [op buurtniveau] met ondergrondse collectoren voor glas / blik / plastic / papier / batterijen / olie...

Als centrale functie voor een nieuw te bouwen ding: een verdeel-/afhaal-punt voor kleine goederen
     Met stockeerruimte. Vaste verbinding en bevoorrading via de (goederen)tram.
     Postbus en post-automaten (zogenaamd “Postpunt”)
     Afhaalpunt voor de koeriersdiensten (NMBS, TNT, DHL,...)
     Afhaalpunt voor internetbestellingen (E-bay, Pixmania, Collishop, fotoprintbedrijven,...)

De functies in de openbare ruimte zélf (zowel het groene park- als het blauwe asfaltgedeelte) maximaal afstemmen op: ontmoeting. Waarbij “rust” en “privacy” secundair zijn.
     Marktplaats (nutsvoorzieningen / bereikbaarheid met bestelwagens of goederen-tram).
     Plaats voor kleinschalige evenementen: kleine concerten (een kiosk?!); straattheater; ...
     Spel- en sportinstallaties die ontmoeting bevorderen: geen individuele speeltuigen, maar groepsspeeltuigen. Bv watertuigen waar men minstens met 3 moet zij om ze in werking te zetten. Draaimolens (op spierkracht uiteraard); wipplank;... | Banken en lighellingen naar elkaar gericht: uitnodigen tot gesprek | Installaties die energie opwekken (en opslaan): tredmolens; zwierders;... | Installaties die (zachte) muziek maken en waar men samen iets kan realiseren | Installaties om barbecue te maken | Grote gezelschapsspelen | ...
     Misschien een speciaal hondenparcours voorzien met de eigen toiletten.
     In géén geval een optelsom maken van “voor elk wat wils” waar elke “categorie” zijn/haar “eigen plek” krijgt.
     
Vanaf nu een logo en campagne ontwikkelen dat de Ninoofse Poort symboliseert als het ontmoetingspunt:
     . Tussen Brussel + Molenbeek + Kuregem (Anderlecht)
     . Tussen de mensen, het water, het groen en de stenen
     . Tussen het erfgoed, het heden en de toekomst
     . Goed bereikbaar met alle vormen van openbaar vervoer.
     . In het midden (10 à 15 minuten stappen) van: de Grote Markt - De Baramarkt [Zuidstation] - Het slachthuis - het Saincteletteplein - het Weststation - Ossegem
 
   
5. Is wonen, zoals het in een echte stad behoort, mogelijk op de Ninoofse Poort?
Hoe men het ook oplost, men moet beseffen dat een wooncomplex op de Ninoofse Poort een eiland blijft binnen een stadsweefsel dat onmogelijk directe verbinding kan geven met de rest van de omringende woonblokken en buurten [naar het NinovePlein en naar de Heyvaertstraat / Industriekaai]. Een stadsweefsel betekent een minimum aan bebouwde continuïteit, met minimaal visueel contact en zonder te grote fysieke barrières.
     Toekomstige bewoners moeten beseffen dat wie daar woont haar/zijn kinderen niet autonoom naar een bakker zal kunnen laten gaan op zondagmorgen, of naar de dichtsbijgelegen basisschool. Dat er buiten de medebewoners van dit eventueel nieuw complex er geen directe buren zullen zijn en er dus slechts eenzijdig direct sociaal contact en netwerkvorming zal ontstaan. Dat men moeilijk naar “de buurtwinkel” kan, want die liggen hoedanook “aan de overkant” van iets: ofwel van het park, ofwel van de stadssnelweg, ofwel van het kanaal. Dit zal dus de bewoners versterken of duwen in het gebruik van de auto.
     Hier is niets aan te doen en dus ontstaat een dilemma: zo weinig mogelijk woningen betekent minder slachtoffers van deze verkeerde stadspolitiek, maar het vergroot juist hun sociale ellende.
     Wonen is géén goede functie voor de Ninoofse Poort.

Misschien een oplossing: hier een complex van noodwoningen bouwen met een duidelijk herkenbaar tijdelijk karakter - bv in “container”vorm. Na maximum 10 jaar kan geëvalueerd worden of men ze omzet in een definitief woningcomplex, of de plaats ruimt voor iets anders.
     Suggestie: dergelijk noodwoningcomplex misschien op de eerste plaats inrichten voor (alleenstaande) senioren. Met een aangepast socio-medische hulppost. Senioren hebben het meest behoefte aan ontmoeting en mensen en dingen “die bewegen” - en veel minder aan “rust” en “kalmte”. Ze zijn ook gestructureerder in hun mobiliteit. Bovendien kunnen ze bijdragen aan een permanente sociale controle op deze openbare ruimte.

Als alles toch al beslist zou zijn, en er komen hoedanook woningen:
     Maximaal visueel contact realiseren tussen het nieuwe wooncomplex en de (nieuwe) woonbuurt aan de Heyvaertstraat / Nijverheidskaai. Dat betekent: een open en direct zicht dwars doorheen het park. Met ruime verlichting; met een brede, directe wandelverbinding (nu niet voorzien!).
     Een dergelijk open park is dus niet alleen gewenst vanuit een veiligheidsoverweging. Het is op de eerste plaats een kwestie van het open vallei-aspect van de site te verzekeren en bovendien om het visuele contact met de omgevende stad te bawaren.

6. Nog enkele opmerkingen
* Is asfalt echt de best denkbare bedekking?
     Wat met de doorlaatbaarheid van regenwater?
     Wat met het onderhoud, vooral i.v.m. kauwgum.

* De brug over het kanaal zelf:
     Er blijven langs weerszijden van de tram- en wegverkeersstroken, nog heel ruime vrije ruimten open. Dit mogen geen “restruimtes” zijn, maar moeten geïntegreerd in het geheel (materiaal, kleur, straatmeubilair,...)





Molenbeek, 02-02-2008

Pourqoui le «schéma directeur» pour le site de la gare de l'Ouest ne suffit pas

0|. Bases pour cette discussion:
.a. Le 30 janvier 2008 a eu lieu la présentation du projet d'aménagement du site de la Gare de l'Ouest (schéma directeur) par les auteurs, membres du bureau d'urbanism
e «Aménagements sc» [Bruxelles].
.b. Quelques copies sont distribuées à cette occasion:
    Carte 1: Schéma des circulations / Schema verkeer  | Cliquez pour la voir plus grande

   
    Carte 3: Plan masse indicatif / Indicatief overzichtsplan   | Cliquez pour la voir plus grande

.c. Cliquez ici pour voir les vues aériennes du site, via Google-Map


1|. On ne dit rien sur différents parties importantes du site:

a/ Le site de la brasserie VandenHeuvel, au sud: chée de Ninove / rue Van Humbeek / rue E.Bonehill
    Une grande potentatilité: patrimoine / architecture / espace vert /
b/ La gare de l'Ouest même: qu'est qu'on est en train d'y construire? En «stoemelings»?
    Comment est-ce qu'on veut «humaniser» ce coin et cette carrefour?
c/ Les tours de logements sociaux [bd de Roovere / bd E. Machtens]
    Elles sont construites dans les années '50 - '60.
    Quand est-ce qu'on va discuter sur leur avenir: rénovation, démolition et remplacement, ...?
    http://www.molenbeek.be/Images/PDF/Logement/ParcLocatif.pdf.
d/ Le carrefour Ossghem, au nord: chée de Gand / rue Dubois-Thorn / rue Vandenpeerenboom
    L'aménagement des voiries et des espaces publics est repris dans le contrat de quartier "Rives Ouest".
    Mais qu'est ce qu'on va faire avec ces ponts sinistres (du métro + du train) qui sont construits sans le moindre respect pour le quartier et les gens qui y habitent.
    La STIB a encore une grande dette envers Molenbeek - suite à la manière qu'on a fabriqué le métro.
e/ Pourquoi l'ilôt entre la rue d'Osseghem, la rue Dubois-Thorn, la rue Jules Vieujant, bd E. Machtens
    Uniquement pour y ajouter un seul batiment (de 3 niveaux)? est compris dans le périmètre du site?


2|. Le site de la gare de l'Ouest est une ZIR: une zône d'intérêt régional.
     Même plus: le site est repris dans le PDI de la Région: le Plan de Développement International [2007].
     Dans la dernière «Feuille de route» de ce plan [déc. 2007] on peut lire:

La ZIR Gare de l'Ouest
Le site de la gare de l'Ouest sera le pôle multimodal le mieux desservi par les transports publics de toute la Région. Ce site est stratégique car son développement permettra de relier les deux rives de Molenbeek. Le schéma directeur prévoit notamment la création d'espaces publics conviviaux de qualité.
    Le schéma directeur est financé par Beliris. L'étude a démarré au printemps 2006 et devra être finalisée pour début 2008.
    Une fois ce schéma directeur approuvé, la Commune de Molenbeek pourra élaborer son PPAS, sur base d'un arrêté gouvernemental.
    Par ailleurs, il faudra réaliser un master plan avec des projets concrets menés en concertation avec la commune, la STIB et la SNCB.

Actions prioritaires
    Objectif: relier les deux rives de Molenbeek en créant un nouveau quartier avec une mixité fonctionnelle.
    Mise en oeuvre: schéma directeur: adoption par le Gouvernement au printemps 2008; arrêté du Gouvernement demandant à la Commune de Molenbeek de réaliser un PPAS en mai 2008; PPAS à élaborer par la Commune de Molenbeek (2 ans).


3|. On ne dit rien sur l'environ du site de la gare de l'Ouest.
    Pourtant il y a des possibilités, des projets très concrets, intéressants et urgents à y répondre.
    a/. Le prolongement de la brasserie VandenHeuvel: l'ilôt entre la rue des Quatre Vents, la rue P. Van Humbeek, la rue E. Bonehill et la rue de Lessines.
    Une suggestion / proposition: y créer un espace vert, lié au point c/. ici plus bas.
    b/. L'ilôt de «La Bottelarij» [de Belle-Vue], entre la rue Delaunoy, la rue des Quatre Vents, la rue de l'Indépendance et la rue H. De Saegher.
    Un investisseur privé l'a acheté pour y construire des logements «de haute standing».
    Lisez ma proposition que j'ai entrée en mai 2007, comme réponse à l'appel aux projets pour le contrat de quartier «Rives Ouest». [Lisez - plus bas à cette page]
    c/. Qu'est ce qu'on veut faire avec l'ilôt entre la rue Vandenpeereboom, la rue J.-B. Decock et la rue de Lessines.
    Il y a une possibilité de faire un lien entre l'espace vert existant et le site de la gare de l'Ouest et avec le point a/. plus haut.


4|. Conclusion des points 1| au 3|
    Dans le projet actuel du schéma directeur, je ne retrouve rien qui indique pourquoi ce site serait d'un intérêt régional, et certainement pas international.
    Ce projet est plutôt un projet pour un PPAS communal. Et même un tel PPAS ne témoignerait pas d'ambition ni d'inspiration.
    On a la possibilité et l'occasion:
    . d'humaniser les vieux quartiers, des deux côtés du site;
    . de rattraper un retard de 150 à 50 années dans lequelles les autorités n'ont presque rien investi dans ces quartiers [à l'exception des 10 dernières années]
    . de créer une mixité urbaine: entre le bâti et l'ouvert, le vieux et le nouveau, la circulation et la tranquillité; entre l'homme et les pierres, le silence et le bruit, le jeu et le sérieux, le travail et le repos; entre les différentes couleurs et situations acoustiques, le patrimoine et l'expérience, l'art et la nature, l'air, la terre et l'eau,...
    Et pas uniquement et même pas prioritairement une «mixité fonctionnelle».
    . de réaliser quelques «rèves» de Molenbeek. Une commune de 80.000 habitants... sans maternité ni hôpital; sans centre culturel ni sportif; sans école supérieure et presque plus des écoles secondaires; ...
    C'est la réalisation de ces «rèves» – qui sont des besoins, des nécessités «primaires» pour une communauté de 80.000 personnes – qui peut créer ce point de liaison, cette charnière tant demandée entre les deux parties de molenbeek: l'Est et l'Ouest.
    . de créer un coeur «modèle» d'une vraie «commune»
    Et avec ça, Molenbeek pourrait «se positionner» [se «marquer»]. Même sur la scène internationale.
    En réalisant un projet «communale», on réalise un projet régional, national et internationale.

    Le projet actuel ne traduit pas du tout cette aspiration.
    Pourquoi, à Molenbeek, nous ne pouvons pas avoir des ambitions d'une même envergure que la Commission Européenne qui présente son «carnet de charges» avec tous ce qu'elle veut voir être réalisé à Bruxelles?


5|. Je n'accepte pas les axiomes de base de ce schéma directeur:

a/. Que l'urbanisme doit suivre «la logique du marché»

   
«Les écoles ne sont pas interessés à s'inplanter sur ce site, donc on ne fait pas.»
    C'est le monde à l'envers.
    Il y a 20.000 jeunes de 0 à 14 ans à Molenbeek. A juste titre on construit des nouvelles écoles primaires. Mais il n'y a presque plus d'écoles secondaires...! Les écoles forment le facteur le plus important pour les problèmes de mobilité dans la région bruxelloise.
    La conclusion est évidente: construisons un pôle d'enseignement secondaire – de préférence multilingue – sur ce site. C'est bon pour Molenbeek. Et il sera bon pour toute Bruxelles.

    Presque personne peut mentionner comme lieu de naissance: «Molenbeek». Simplement parce qu'il n'y a pas de maternité dans notre commune. Comme il n'y a pas de clinique ou hôpital. Même pas une polyclinique où on trouve toutes les services nécessaires pour une population très jeune d'un côté et plus des gens agés de l'autre côté de la gare de l'Ouest. La solution est logique: une policlinique au centre de la commune.
   
    On peut continuer. Les besoins dans le secteur culturel, social, artistique, sportif, récréatif, administratif, les services de sécurité, ...


b/. Que nous devons pas «exagérer» quand on parle des sous
    Pour créer un ensemble urbanistique et architectural qui lie les deux côtés du site de la gare de l'Ouest, c'est nécessaire d'enlever la barrière: le chemin de fer. On doit le mettre en sous-sol sur une partie la plus grande que possible.
    Le schéma directeur présenté part de l'axiome que «de toute façon cela est impossibke, parce que trop cher.» Ca coûterait «plusieurs centaines de millions de francs belges».
    Pour résoudre un problème crucial d'une communauté de 80.000, je répète.
    Je ne suis pas d'accord qu'il serait «trop cher».
    La rénovation du building «Berlaymont» à la Place Schumann, siège de la Commission européenne, a coûté 882.000.000 ... d'euros ! C'est le chiffre officiel, mentionnée au Parlement belge en 2006.
   
    882.000.000 euros pour quelques milliers de fonctionnaires européens.
    5.000.000 à 22.500.000 euros pour 80.000 habitants de Molenbeek.
    Pourquoi c'est «trop cher»?

c/. Que nous devons accepter les limites des possibilités techniques
    Bruxelles - dans cette vallée
marécageuse – a une riche tradition de travaux publiques d'une complexité et difficulté assez grande. Le canal de Willebroek [16ème siècle], la réconstruction de la Grand-Place et du centre de la ville [17ème siècle], la réconstruction du Mont des Princes [18ème siècle], l'envoûtement de la Senne [19ème siècle], la liaison Nord-Sud [pour l'expo '58], le métro,...
    Le bonus social de tous ces travaux, je n'en parle pas.
    Mettre en sous-sol un chemin de fer sur le site de la gare de l'Ouest, c'est certainement pas facile. Mais «impossible», ça n'existe pas.
    Peut-être qu'on reviendra sur le point précédent: «trop cher». Mais on a un certain marge quand-même...



6/. Trop facilement, on veut augmenter la densité dans nos quartiers

a/ la densité d'habitation
    La partie occidentale du périmètre du site [chemins de fer / av. De Roovere / av. E.Machtens / rue Vieujant / rue Osseghem / rue Dubois-Thorn] avec ses tours d'habitations, a déjà la densité de population la plus élevée de Molenbeek, de tout Bruxelles, de Belgique ... et de l'Europe [à l'exception de quelques quartiers à Paris]: plus que 275 habitants par hectare ou 27.500 par km2.
   
[Regardez la carte :: www.bruxel.org/.../molenbeek-densite.jpg]
    Le schéma directeur propose même d'augmenter cette densité, dans ces ilôts!
   
    Dans l'ensemble de Molenbeek orientale, la densité d'habitation et donc la densité de population augmente:
    - à juste titre on remplace les chancres et remplis les trous, de préférence avec des logements
    - de plus en plus des constructions industrielles (ateliers, dépots, usines) sont transformées en logements (des lofts).
    - ici et là, on construit des nouvelles habitations sur des espaces libres et mêmes des espaces verts
   
b/ la densité de construction
    Regardez la carte avec les espaces verts à Molenbeek:
www.bruxel.org/.../PCD-espacesverts.jpg
    Dans les quartiers aux deux côtés du site de la gare de l'Oust, il n'y a presque pas d'espaces verts. Sûrtout dans les ilôts bâtis. Presque toute la surface de nos quartiers et "minéralisée".
    Ca posera de plus en plus de problèmes pour
l'évacuation de l'eau de pluie – souvenez-vous les inondations à Molenbeek, le 15 juin 2007!
    Mais ca pose sûrtout des problèmes de rafraichissement. Les minéraux gardent la chaleur - et c'est sûrtout l'herbe et des pelouzes qui
rafraichissent l'air.

c/ Le schéma directeur propose d'occuper une grande partie des espaces libres, parfois verts du site de la gare de l'Ouest.
    J'ose poser que c'est dangereux. On devrait chercher une solution (globale) dans le sens inverse: de plus q'on augmente la densité d'habitation, de plus qu'on doit élargir les espaces verts, avec y dedans une grande proportion de pelouzes.


___Top
Molenbeek, 31-10-2007

Betreft: Oktober 2007 | Openbaar onderzoek voor

de heraanleg van de lanen en kaaien langs het kanaal
,
van het Saincteletteplein tot de Ninoofse Poort, op grondgebied Brussel en Molenbeek

1. Het project stelt uitdrukkelijk: «De keuzes voor de Ninoofse Poort hebben geen invloed meer op de kanaaloevers tussen de Ninoofse Poort en het Saincteletteplein.»
    Dit was misschien de enige thesis waarmee de architecten en stadplanners aan het werk konden. Maar deze stelling is wél heel kortzichtig als beleid en legt een zware hypotheek op de (nabije) toekomst.
    De site van de Ninoofse Poort is de enige, zo dicht bij het stadscentrum, waar de Brusselaars en hun beleidsmakers nog echt iets kunnen doen en wat stommiteiten uit het nabije verleden kunnen herstellen. Het is de enige site die gemakkelijk kan hersteld in haar "natuurlijke" stedelijke functie en landschap: de vallei van de (Ransfort)Zenne, het Zinneke, het kanaal.
    Er mag en moet eerst een ernstig debat komen over de Ninoofse Poort. Waarbij opnieuw ruimte wordt gegeven aan de dromen van de jeugd: geef tenminste op dat ene plekje daar aan de Ninoofse Poort, de stad terug. Een plek om te dromen, te vrijen, te rusten, te babbelen, te barbecuen, te dansen,...
    Dat dit «geen invloed heeft op de (rest van de) kanaaloevers», kan een architect alleen maar schrijven als de gehaaste functionaris die zijn trein moet halen, zijn potlood vasthoudt.

2. Er is sprake in het dossier van het vervangen van de relingen (ballustrades) aan beide oevers van het kanaal.
    Buiten de zone waar een verbreding van de wandelzone komt en dus een nieuwe reling noodzakelijk is, lijkt me dat helemaal niet nodig. Integendeel, zelfs ongewenst.
    De kanaalrelingen zijn een stuk cultureel erfgoed, met een heel duidelijke historische, sociale en dus culturele boodschap. Op grondgebied Brussel – waar de kaaien «boulevard» in hun naam dragen – zijn de relingen in art-decostijl en getuigen van de bedoeling ze een zekere «standing» te geven. Op grondgebied Molenbeek – waar de kaaien nog gewoon «kaaien» zijn – zijn de relingen in het meest eenvoudige smeedwerk dat toendertijd kon afgeleverd worden. Dat verschil is geen schande in zoverre het verwijst naar een sociale geschiedenis. Dit verschil in stand houden biedt de kans om ook in de relingen een brok geschiedenis van Brussel te ontdekken. En vergroot dus het échte interessante van de kanaalzone.
    In de voorziene heraanleg van de kaaien stroomopwaarts van de Ninoofse Poort (Mariemont- en Nijverheidskaaien) is het behoud van de bestaande relingen trouwens uitdrukkelijk bevestigd en verantwoord door Philippe Moureaux, burgemeester van Molenbeek en historicus. Continuïteit kan hier helemaal geen kwaad.

3. Er is in het dossier sprake van nieuw stadsmeubilair.
    Vooreerst lijkt het uitgangspunt hier écht wel te zijn: het mag niet te veel kosten. Maar vooral: stadsmeubilair wordt heel eng en kortzichtig geïnterpreteerd.
    Er moet een eenheid zijn in de functionele en artistieke visie op het geheel van het stadsmeubilair: verlichtings- en signalisatiepalen (voor weg- spoor- en waterverkeer), vuilnisbakken en zitbanken, wachtplaatsen, fietsstallingen, verhuurplaatsen van fietsen en wagens – en hun aankleding en aankondiging, fonteinen en geluidssignalen, telecommunicatiecabines, toegangsdeksels tot allerlei ondergrondse nutsvoorzieningen, afvalsorteerinstallaties, automaten voor kleine consumpties, openbare toiletten, ontmoetingspunten, kleur en materiaal van wegdek, fiets- en voetpaden,...
    Er moet rekening gehouden worden met de molentjes op de Molenbeekse oever (die worden veralgemeend over de hele betrokken zone). En met volgende punt 4.

4. Bij grote openbare werken kan er een budget voorzien worden voor kunst.
    De heraanleg van de kanaalsite kan van deze plek in Brussel, een permanente kunst- en cultuurplek maken.
    Een groep bewoners van de kanaalzone hebben hiervoor een voorstel: het project vertrekt vanuit de vogelpopulatie die zich op en rond het kanaal bevindt in het Brusselse Gewest. De verschillende vogelsoorten die hier voorkomen, worden gebruikt als uitgangspunt voor een reeks twee- & driedimensionale kunstwerken. Kunstenaars werken samen met schrijvers & dichters. Zij wonen in Brussel. Bij een kunstwerk wordt een gedicht of een tekst geschreven of omgekeerd: de kunstenaar maakt een werk bij een tekst/gedicht.
    Deze kunstwerken en gedichten worden vanaf het begin van de heraanleg van het kanaal, geïntegreerd in het nieuwe stadsmeubilair, de wanden, lantaarnpalen, deksels van de nutsvoorzieningen, etc...
    Ze vormen de kanaalzone om tot een thematisch geheel, de twee oevers worden met elkaar verbonden in een stadswandeling die loopt van Sainctelette tot de Ninoofse poort. Ze vormen een permanente tentoonstelling van artistiek en literair Brussel.
    Ze vormen een wandeling met rustpunten langs beide kanten van het kanaal, waar ook historische uitleg wordt gegeven over de architectuur en de groei van de stad langsheen het water.

Lieven SOETE
Molenbeek [Brxl]

___Top
 
Molenbeek, 22-05-2007

Aan de Dienst Gesubisieerde Projecten van de Gemeente Sint-Jans-Molenbeek
Graaf van Vlaanderenstraat 20 / B33
1080 Brussel

Antwoord op de «Ideeënoproep voor de wijk» in het kader van het Wijkcontract «Westoevers»

Voorstel voor de «Bottelarij»


Het complex «de Bottelarij» [Vierwindenstraat - Delaunoystraat - Vanderdussenstraat en Onafhankelijkheidsstraat] is verkocht. In de jaren '60 van vorige eeuw werden de vele bewoners van dit bouwblok onteigend om het huidige industriële complex op te trekken. Sommige bewoners van toen wonen nog steeds in de wijk.
    Dit is het geschikte moment om met het elan van het wijkcontract een gedurfd plan op te zetten en uit te werken voor dit belangrijk geheel. De overheden kunnen - in overleg met de buurtbewoners uiteraard - zélf bepalen wat er op die plek in de stad nodig en nuttig is voor de bevolking en op basis daarvan samenwerking zoeken met de nieuwe eigenaars.

Alvast mijn voorstellen:
1. Het hele complex van de ex-bottelarij Belle-Vue afbreken.
    Het is een gedrocht dat de skyline van Oost-Molenbeek domineert en geen architecturale waarde heeft.

2. Ondergronds een parking aanleggen voor de buurtbewoners, zodat aanpalende straten en pleintjes helemaal parkeervrij kunnen gemaakt worden.

3. Het bestaande «pleintje zonder naam» op de kruising van de Vierwindenstraat, Onafhankelijkheidsstraat en Teirlinckstraat uitbreiden met een deel van het vrij te maken bouwblok.
    Een stadsplein creëren en een openbaar parkje en/of speelpleintje voor kleuters. Het een naam geven: «Bottelarijpleintje».

4. Zo groot mogelijke groene ruimte creëren in de binnenruimte van het bouwblok.
    Daarin een diagonale verbinding creëren als openbare ruimte vanaf de hoek Vanderdussenstraat-Delaunoystraat, naar het nieuwe «Bottelarijpleintje».

5. De gemengde functies van de bestaande buurt bewaren: woningen, socioculturele en medische diensten, nijverheid en kleine industrie.

6. In de nieuwbouw kan/mag er ernstig nagedacht worden om een stuk in de hoogte te bouwen en zo meer (groene)ruimte vrij te houden. Er mag een signaal komen dat een tussenstap vormt naar het project op de site van het Weststation. Dezelfde hoogte bijvoorbeeld als de huidige «zwarte bunker» van de bottelarij. Liefst geen banale bloempottenarchitectuur zoals het KBC-gebouw of de geplande Watan-toren.

7. Plaats vrij houden voor een project analoog met dit van de groep «L'Espoir» [Bonnevie] in de Eindestraat (rue Fin): kapitaalarme bewoners groeperen zich onder begeleiding van professionele sociowerkers, zoeken de voordeligste gesubsideerde of overheidsfinanciering, en realiseren als eigenaars hun eigen koopwoning.

8. Plaats vrij houden voor een aantal buurtgerichte verenigingen die nu in het complex van de Bottelarij een onderkomen hebben.

9. De vele andere - vooral artistieke - verenigingen die nu in de Bottelarij gevestigd zijn, een nieuwe vestigingsplaats verzekeren in Molenbeek: enerzijds binnen het project van het Weststation; anderzijds in de gebouwen van ex-brouwerij Decoster [nu brouwerij Belle-Vue] aan de Henegouwenkaai.

10. Het nieuwe Bottelarijpleintje met de nodige ondersteuning uitwerken als een buurtgericht handelscentrum.
    Aansluitend op de Teirlinckstraat is het een pool van de dinsdagmarkt op het Hertoginneplein.

11. Een openbaar of gesubsideerd initiatief creëren dat diversiteit in het aanbod verzekert [varkensvlees en afgeleide producten; alcoholische dranken; postdiensten; kranten- en boeken; internet;...].
    Dit kan naar het voorbeeld van de coöperatieve winkels van de arbeidersbewegingen vroeger: de «COOP»-winkels van de socialistische beweging en de «Welvaart / Bien-Etre»-winkels van de christelijke arbeidersbeweging.
    Misschien te koppelen aan een opleidings- en/of tewerkstellingsproject.

Dit voorstel past in volgende categorieën van het wijkcontract:
. Woningbouw
. Economische ontwikkeling en werkgelegenheid
. Openbare ruimte
. Sociale samenhang

Voorstel ingediend door:
Lieven SOETE
Molenbeek
___Top

Molenbeek, 22-05-2007

Aan de Dienst Gesubisieerde Projecten van de Gemeente Sint-Jans-Molenbeek
Graaf van Vlaanderenstraat 20 / B33
1080 Brussel

Antwoord op de «Ideeënoproep voor de wijk» in het kader van het Wijkcontract «Westoevers»

Voorstel: «Meer [frisse] lucht» in Molenbeek

Binnen de perimeter van het wijkcontract / of in welbepaalde zones ervan, voor wat betreft de binnenruimtes van de «ilôts» of bouwblokken:
    - Een premie toekennen per vierkante meter die wordt vrijgemaakt van bebouwing of overdekking.
    - Een extra premie toekennen per vierkante meter die daarvan wordt aangelegd als tuin of vaste groene ruimte (plantenbakken).
    - Gratis ophalen van alle afbraakmaterialen.
    - Gratis raadpleging van technische specialisten.
    - Gratis ter beschikking stellen en aanbrengen van de nodige natuurmaterialen (aarde, planten, bomen, graszoden...). Hier kan ook een plaatselijk opleidings- en tewerkstellingsproject worden aan gekoppeld.
    - Een extra premie toekennen voor het gebruik van isolerende «groene dakbedekking» bij vernieuwbouw of herinrichting.
    - De verplichting om minstens gedurende 10 jaar de gesubsidieerde situatie te bewaren.

Verantwoording:
1. Op een kaartje in «Molenbeek Info» nr. 5 van juni 2003, bladzijde 16, staat het deel van «Westoever» ten oosten van de spoorweg, in het rood ingekleurd. Dat betekent dat de bevolkingsdichtheid er tussen 200 en 275 inwoner per hectare bedraagt [of 20.000 à 27.500 per vierkante kilometer]. [Zie op deze link :: www.bruxel.org/.../molenbeek-densite.jpg ]
    Dat is de hoogste bevolkingsdichtheid van heel Brussel, heel België en nagenoeg heel Europa - enkele buurten in Parijs uitgezonderd.

2. Bovendien is dit oostelijke deel van Molenbeek bijna volledig dichtgeslibd wat bebouwde oppervlakte betreft. Binnen de bouwblokken zijn er nagenoeg geen tuinen, geen open ruimtes. Resterende open ruimtes of koeren zijn vaak «stoemmelings» overdekt tot afdak of koterij.
   
[Zie de groene ruimtes in Molenbeek op deze link :: www.bruxel.org/.../PCD-espacesverts.jpg ]

3. Dit stelt het probleem dat er geen lucht is in dat deel van Molenbeek. En dus zeker geen frisse lucht, gezuiverd door wat groen.
    Tijdens de laatste zeer warme zomermaanden [in 2006] was het ondraaglijk heet in de huizen... maar ook erbuiten omdat er gewoon niet voldoende lucht voorhanden is om de warmte die zich opstapelt in de stenen en het asfalt, af te koelen.
    Groene ruimte – al is het minimaal een grasveld – werkt zeer efficiënt voor de afkoeling. Als de «opwarming van het klimaat» regelmatig voor verzengende zomers zal zorgen in ons land, dan zal dergelijke natuurlijke luchtverfrisser en -ververser noodzakelijk zijn in dichtbevolkte en dichtbebouwde gebieden zoals Oost-Molenbeek.

4. Blijkbaar zijn er onvoldoende strenge wetten, regels, normen in verband met de bebouwingsdichtheid. In elk geval wordt in de praktijk de regel toegepast: waar er een gebouw of bouwsel staat, daar wordt herbouwd.
    In veel gevallen is dat uit pure noodzaak: omdat ook in de annexen en achterbouwsels woningen zijn ingericht, en de woningnood heel nijpend blijft in Brussel.
   
5. Strengere regels, normen, controle en bestraffing zijn een mogelijkheid. Maar dat werkt niet altijd het best.
    Een wijkcontract heeft in zijn globaliteit van de aanpak ook en misschien zelfs vooral een educative taak en waarde. Een hele buurt kan worden vooruit gestuwd, letterlijk en figuurlijk.
    Positieve stimulans kan een weg zijn om dergelijke «groene» problematiek binnen te brengen en aanvaardbaar te maken in Oost-Molenbeek. De woningnood is zo groot dat de oplossing ervan meestal absolute prioriteit krijgt. De zeer hoge werkloosheid brengt ook mee dat alle inkomsten uit de verhuur van allerlei bouwsels, hoe klein ook, zeer welkom zijn.

6. Er bestaat een succesrijk voorbeeld waarnaar dit initiatief kan uitgewerkt worden: de premies binnen het kader van een wijkcontract, voor het opknappen van de gevel en voor beplanting tegen de gevels op de openbare ruimte (de straat).

7. Als het wettelijk instrumentarium alsnog zou ontbreken om dit voorstel te realiseren, dan kan Molenbeek opnieuw de pionier zijn voor heel het Brusselse Gewest en waarom niet, ook voor andere dichtbebouwde en -bevolkte stadsdelen.

Dit voorstel past vooral in de categorieën:
. Openbare ruimte
. Woningbouw - aspect algemeen wooncomfort en gezondheid
. Sociale samenhang

Voorstel ingediend door:
Lieven SOETE
Molenbeek.

___Top

caNar

Silencieuse, l’eau coule et sépare notre ville en deux. Sur une rive, le quartier Dansaert, avec dans son voisinage, le Petit Château et la rue de la Senne.
En face, le Molenbeek historique.

C’est entre Sainctelette et la Porte de Ninove que nos édiles s’occupent en ce moment de parfaire des plans, de mesurer le cadastre, de délimiter des zones et d’adapter des espaces. Tout ceci pour réaménager les deux allées qui longent le canal.

En tant qu’habitants du quartier, il nous plairait, qu’à l’occasion des travaux, le fossé que forme le canal entre ces deux parties de la ville puisse être quelque part comblé et que soit trouvée une certaine cohésion entre les deux rives. Ainsi nous espérons que la lumière reflétée dans le canal couvre d’égale façon les deux quartiers et que le canal fonctionne plutôt tel un pont entre les deux rives que telle une frontière ou une ligne de démarcation.

1. Le réaménagement de la zone du canal est, en fait, une intervention dans une méga-infrastructure : gestion de la réserve d’eau, des eaux usées, du transport (par eau et par route), des artères de grand trafic, des transports publics et de l’aménagement de nœuds routiers de grande importance.

2. Le réaménagement du site du canal exige une fois de plus un savoir technique et technologique bien connu dans l’histoire de l’eau de la ville de Bruxelles.
    Nous pensons à la canalisation de la Senne par la Zinneke de Saint-Jean, à l’aménagement du canal de Bruxelles - Willebroek et le canal Bruxelles - Charleroi avec ses différentes écluses, aux différents voûtements de la Senne.

3. Le réaménagement se situe au cœur d’un lieu riche en histoire, en grande partie sur le tracé de la deuxième enceinte fortifiée entourant la ville avec au centre, la porte de Flandre.
    Celle-ci donna lieu à l’existence même de Bruxelles sur la route reliant Bruges à Cologne.
    Le canal fit figure d’artère industrielle au long de laquelle une partie considérable de la richesse de la ville vit le jour.

4. Le site du canal est l’un des endroits les plus populaires et colorés de la région bruxelloise. Il y a un passé varié et plain de vie et représente avant tout une réelle capacité d’action.

5. De toute évidence, la zone du canal forme depuis toujours une ligne de démarcation autant que de contact :
    entre les couches sociales du haut et de la base;
    entre les cultures francophones et néerlandophones;
    entre la “belle” ville haute avec ses parcs, plaines, boulevards et les faubourgs embourbés à l’ouest de Bruxelles, Molenbeek et Kuregem.

*
Tout ceci résulte en une grande diversité des deux rives du Canal qui quelquefois fait frontière, d’autres fois trait d’union, une charnière ouverte, fermée ou entre-baillée.
    La diversité est alors richesse et énergie ou encore confrontation et défi. En tout cas, source de mouvement et par la même de renouvellement.
    Ce site demande d’être conservé et chéri. C'est notre patrimoine.

 *
Réaménager le site du canal nous donne la chance de réaliser une oeuvre intégrale en restant , à chaque phase, attention à tous les aspects d’un ensemble urbain: techniques, urbanistiques, architecturaux, historiques, économiques, écologiques, artistiques, sociaux et culturels.
    Ces différents aspects ne peuvent s’intégrer tels des pièces dans un patchwork.
    Contrastes, défis et confrontation en sont la dynamique et la force.

Le réaménagement technique du site signifie un moment bien spécifique dans la vie sociale et dans son évolution permanente.
    La loi de la jungle (des plus forts) ne saurait y régner, mais bien celle de la cité (la vie en société).
    Inviter, accueillir sur l’autre rive est dans ce cas la plus belle métaphore que le canal nous offre.

Art  et culture sont par définition la langue dans laquelle ce processus s’exprime.

Il faut une unité dans la vision fonctionnelle et artistique de l’ensemble du mobilier urbain: poteaux d’éclairage et de signalisation, poubelles et bancs, abris pour bicyclettes, fontaines et équipements sonores, cabines de télécommunications, couvercles de toutes sortes d’équipement sous-terrain, installations de tri des déchets, automates-distributeurs pour petites consommation, toilettes publiques, points de rencontre, matériaux et coloris du revêtement des rues, trottoirs et pistes cyclables.

Dans un environnement artistique et culturel, il faut faire de la place à la diversité, au dialogue et à la confrontation qui nous stimulent et nous motivent pour accepter l’invitation et pour faire la traversée.

Le réaménagement de la zone du canal peut faire de cette partie de Bruxelles un site permanent d’art et de culture portant un nom digne de celui du Mont des arts: caNar

La zone située entre Sainctelette et la Porte de Ninove sera réaménagée.
    En vue de travaux publics il est à chaque fois prévu un budget pour le domaine de l’art.

Les habitants de la zone du canal ont dès lors une proposition: que le projet parte de la population aviaire vivant près du canal.

Ces différentes sortes d’oiseaux formeront le point de départ d’une série d’oeuvres d’art bi- ou tri-dimentionnelles, les artistes collaborant avec des écrivains et des poètes. Ceux-ci vivant à Bruxelles.

Chaque oeuvre d’art sera accompagnée d’un texte ou d’un poème ou l’inverse: l’artiste créera une oeuvre inspirée par un texte ou un poème;

Dès le début des travaux ces oeuvres d’art et ces poèmes seront intégrés dans le nouveau mobilier urbain, le parapet du canal, les parois, les réverbères, etc.

Ils feront de la zone du canal un ensemble thématique : les deux rives se rejoignent dans une promenade qui va de Sainctelette à la Porte de Ninove et forment une exposition du Bruxelles artistique et littéraire.

Il se forme ainsi une véritable promenade avec  des aires de repos de chaque côté du canal où l’on donnera un aperçu historique de l’architecture et de l’évolution de la ville située le long de l’eau.

Enfin soit, caNar …

Molenbeek, octobre 2005
Judith van IstendaelKoen Cobbaert | Lieven SOETE
___Top


caNar

Geruisloos snijdt het water onze stad in twee. Aan de ene oever de Dansaertwijk met er rond de buurten van het Klein Kasteeltje en de Zennestraat. Aan de overkant historisch Molenbeek.

Rond deze grens, tussen Sainctelette en de Ninoofse Poort, zijn onze beleidsmensen momenteel druk bezig kaarten bij te werken, kadasters juist te beheren, zones af te bakenen, ruimtes in te kleuren en aan te passen. Men schikt, bewerkt en ordent om straks de beide de lanen rond het kanaal heraan te leggen.

Als bewoners zouden wij graag zien dat bij deze heraanleg de kloof, die het kanaal vormt tussen deze beide stadsdelen, wat te dichten en eenheid te creëren tussen beide oevers. Zo hopen wij dat het licht dat weerkaatst in het kanaal beide buurten evenwaardig bestrijkt en dat het kanaal veeleer zal functioneren als een brug tussen de beide stadsdelen dan als een grens.

1. De heraanleg van de kanaalsite is een ingreep in de macro-infrastructuur: waterhuishouding, afval(water)beheer, groot transport [over het water en de weg], centrale wegverkeersaders, assen van het openbaar vervoer met enkele belangrijke knooppunten.
    De heraanleg van de kanaalsite wordt een zoveelste bewijs van technisch en technologisch kunnen.     Na enkele merkwaardige technische hoogstandjes in de geschiedenis van het Brusselse water:
    de kanalisatie van de Zenne via de grachten van de stadsomwalling en het Sint-Jans-Zinneke;
    de aanleg van het kanaal Brussel-Willebroek;
    de aanleg van het kanaal Brussel-Charleroi met de verschillende sluizen en draai- en ophaalbruggen;
    de overwelvingen van de Zenne, eerst onder de centrale lanen en later onder de ringlanen in Brussel.   

3. Deze heraanleg gebeurt op een plek met historische betekenis: grotendeels op het tracé van de tweede stadsvestingsmuur en omwalling.
    Met in het centrum van de site, de ontstaansreden zélf van Brussel: de Vlaamse Poort, op de verbindingsweg tussen Brugge en Keulen.
    Met het kanaal als industriële ader, waarlangs een belangrijk deel van de rijkdom van Brussel werd gecreëerd.

4. De kanaalsite beheerst een van de volk- en kleurrijkste delen van het Brusselse Gewest. Met dus een zeer levendig en gedifferentieerd verleden én vooral: potentieel.

5. De kanaalzone vormt vanouds en nog steeds een van de meest duidelijke grens- én contactlijnen:
    tussen de sociale boven- en onderlagen;
    tussen de Nederlands- en de Franstalige culturen;
    tussen de "mooie" bovenstad met zijn parken, pleinen en lanen, en de dichtgeslibde suburbs van westelijk Brussel, Molenbeek en Kuregem.

*
Dit alles resulteert in een grote verscheidenheid. Langs beide oevers van het kanaal.
    Waarbij het kanaal soms een grenslijn en soms een verbindingsteken is.
    Een scharnier dat het mogelijk maakt te openen of te sluiten. Of op een kier te staan.
    Waarbij verscheidenheid staat voor rijkdom en mogelijkheden. Soms voor confrontatie en uitdaging: hoe dan ook bron van beweging en dus vernieuwing.
    En anderzijds vraagt om gekoesterd en bewaard te worden. Het is een belangrijk erfgoed.

*
De heraanleg van de kanaalsite is dus een gedroomde kans om er een «totaalwerk» van te maken.
    Met bij elke fase aandacht voor alle aspecten van een stedelijk geheel: technisch, urbanistisch, architecturaal, historisch, economisch, ecologisch, artistiek, sociaal en cultureel.
    De verschillende aspecten mogen dus niet als een lappendeken simpelweg aan elkaar worden genaaid.
    Tegenstelling, uitdaging en confrontatie worden daarbij niet geschuwd, maar als een kracht gebruikt.

*
De ruimtelijke, technische, heraanleg van de kanaalsite kan een moment betekenen in het sociale weefsel dat voortdurend in ontwikkeling is.
    Waarbij niet de wet van de jungle (de sterkste), maar de wet van de stad (het samenleven) geldt.
    Uitnodigen, vragen om over te steken is daarbij de belangrijkste metafoor die het kanaal aanreikt.

Cultuur en kunst zijn per definitie de talen waarmee dit proces wordt verwoord.

Er moet een eenheid zijn in de functionele en artistieke visie op het geheel van het stadsmeubilair: verlichtings- en signalisatiepalen, vuilnisbakken en zitbanken, fietsstallingen, fonteinen en geluidssignalen, telecommunicatiecabines, toegangsdeksels tot allerlei ondergrondse nutsvoorzieningen, afvalsorteerinstallaties, automaten voor kleine consumpties, openbare toiletten, ontmoetingspunten, kleur en materiaal van wegdek, fiets- en voetpaden,...

Er moet binnen het artistieke en culturele plaats zijn voor verscheidenheid, dialoog of confrontatie die prikkelt om in te gaan op de uitnodiging en over te steken.

De heraanleg van de kanaalsite kan van deze plek in Brussel, een permanente kunst- en cultuurplek maken. Met een naam, de tegenhanger op de kunstberg waardig: caNar

De kanaalzone tussen Sainctelette en de Ninoofse Poort wordt heraangelegd. Bij openbare werken is er altijd een budget voorzien voor kunst.

De bewoners van de kanaalzone hebben hiervoor een voorstel: het project vertrekt vanuit de vogelpopulatie die zich op en rond het kanaal bevindt in het Brusselse Gewest.
    De verschillende vogelsoorten die hier voorkomen, worden gebruikt als uitgangspunt voor een reeks twee- & driedimensionale kunstwerken.
    Kunstenaars werken samen met schrijvers & dichters. Zij wonen in Brussel. Bij een kunstwerk wordt een gedicht of een tekst geschreven of omgekeerd: de kunstenaar maakt een werk bij een tekst/gedicht.

Deze kunstwerken en gedichten worden vanaf het begin van de heraanleg van het kanaal, geïntegreerd in het nieuwe stadsmeubilair, de reling van het kanaal, de wanden, lantaarnpalen etc...

Ze vormen de kanaalzone om tot een thematisch geheel, de twee oevers worden met elkaar verbonden in een stadswandeling die loopt van Saintclette tot de Ninoofse poort. Ze vormen een permanente tentoonstelling van artistiek en literair Brussel.

Ze vormen een wandeling met rustpunten langs beide kanten van het kanaal, waar ook historische uitleg wordt gegeven over de architectuur en de groei van de stad langsheen het water.

Fin soit, caNar…

Molenbeek, oktober 2005

Judith van IstendaelKoen Cobbaert | Lieven SOETE
___Top