Terug naar de website www.bruxel.org update: 28-08-2003
Reacties naar: mieke.vdb@bruxel.org
..: Mieke van de Paille :..
Mieke van de Paille
E-boek door Mieke Van den bussche - verpleegster in het gebouw van de RTT / Belgacom in de rue de la Paille / Strostraat, in het centrum van Brussel, van 1977 tot oktober 2002.

Memoires 1977 > 2002 Dagboek 2001 - 2002
7 mei 2001 24 mei 2001
31 mei 2001
6 december 2001
2 januari 2002
18 januari 2002
22 februari 2002
28 februari 2002
Memoires
1977 ...  | Top
Een dokter die mij onderzoekt in de kliniek César de Paepe, overtuigt mij om het ziekenhuis te verlaten en te gaan werken in zijn bedrijf voor arbeidsgeneeskunde. Er wordt dringend een verpleegster gezocht voor het centrale gebouw van de RTT in de Strostraat - Rue de la Paille te Brussel. Ik heb twee kleine kinderen en de regelmatige werkuren trekken mij sterk aan. Ik doe het. Vanaf 1 januari 1978 zit ik in de Paille.

In het begin mis ik heel sterk het teamwerk van een ziekenhuis. Samen met de collega's werken, en lachen - ook al is er in César de Paepe, de armenkliniek middenin een volksbuurt van Brussel, niets dan miserie. Ook de patiënten van die kliniek mis ik. Ze hebben me mijn Frans geleerd, Brussels dus. Ik ben ze dankbaar want ze hebben mijn marktwaarde doen stijgen door mij tweetalig te maken. Niet direct een stadhuis- of pralinefrans maar wel nuttig voor contact met de Brusseleirs. - Bonjour ma crotteke! en J'ai la maladie des péjes et des méjes.

In César de Paepe was ik er na enkele maanden al de tolk voor bijna alle nationaliteiten. Als je in Brussel een beetje meer dan twee halve talen spreekt, dan versta je zeker wel alle talen. Ik heb er nog enkele woorden Arabisch van overgehouden. Juist genoeg om stoute kinderen op straat eens flink aan het schrikken te brengen.

Wat de taal betreft is de overstap naar de RTT dus een makkie. Mijn eerste taak bestaat erin in heel dit reusachtige gebouw de eerste- hulpdozen te controleren en aan te vullen. Ik doorkruis alle lokalen, gangen, zalen en kottekes en leer zo iedereen kennen. Er werken hier 1200 mensen. Mijn heimwee naar de mensen van vroeger in het ziekenhuis is snel voorbij.

De RTT, dat is toch vooral een mannenwereld. Met ingewikkelde regels: wie is nu verantwoordelijk voor wat in dat grote gebouw? Aan wie kan ik best iets vragen? Komt daar een flinke dosis wantrouwen bij vanwege de werkmensen: is dat niet weer iemand die ons moet controleren? Een engel komt zomaar aankloppen: een arbeider stelt me voor heel het gebouw rond te leiden. Hij vindt mij zo'n vriendelijk en schoon meisken en wil me graag helpen. Achteraf zal ik vernemen dat hij vakbondsafgevaardigde is en niet alleen door mij graag gezien.

Mijn eerste 'ernstig' contact is met de chef van «de betwistingen». Hij voelt zich verantwoordelijk voor mij en wil orde op zaken stellen. Ik moet op het appel komen bij een strenge, punctuele man die zo weggelopen lijkt uit een Engelse film. Het prototype van de bediende: het haar netjes gemillimeterd en met een beige stofjas aan. - «Mevrouw, U bent hier welkom en ik hoop dat we een goede samenwerking zullen hebben. Maar wij hebben hier eigenlijk een échte verpleegster nodig, een zuster, en geen pin-up.» Waw. Ik vermoed dat ik helemaal rood word en stotter maar heb toch de moed te vragen wat er dan mis is. - «Geen spannende jeans meer, geen smalle truitjes of korte rokjes. Hier werken veel mannen die in de fleur van hun leven zijn en die mag je niet van hun werk afhouden.»

Daar sta ik, met een vreselijk spannende jeans en natuurlijk een klein truitje en vooral in de fleur van mijn leven, en ik moet eruitzien als een «zuster». Ik zal daar wél een beetje rekening mee houden, maar ook niet te veel. Warempel, er zijn er toch wel zeker die mij «zuster» noemen. Maar als ik hen dan aanspreek als «pater» is dat rap voorbij.

Heel snel ben ik gekend als «de verpleegster van de Paille» of nog «ons trees» omdat mijn binnennummer 1113 zo klinkt in het Frans. Een beetje later wordt het «Mieke van de Paille». Dat is het gebleven.

Al spoedig fungeer ik als een soort biechtmoeder voor al wie om het even welk probleem heeft. Daar ben ik nu ook weer niet voor opgeleid. Ik heb mijn baas gevraagd een bijscholing te mogen volgen over actief te luisteren, omgaan met depressieve mensen, ruzies en relatieproblemen onder werkmensen aanpakkenÉ

Een kleine kwarteeuw ben ik met duizenden lieve RTT-ers de weg gegaan naar wat nu Belgacom heet. Het was echt dikwijls een grote familie. Samen werken, maar ook samen eten en koffie dringen, samen gaan zwemmenen wandelen en zelfs samen op vakantie.


| Top
Mijn eerste zwaar ongeval. Ik ben bang iets mis te doen. Vlug de 900 gebeld en alle ramptoeristen weggestuurd. Eén persoon van de dienst van het slachtoffer mag blijven om te helpen de nodige informatie over die persoon door te geven. Maar dit gebouw is een echt labyrint, zonder gids verlies je veel tijd. Je denkt dat je de weg kent maar dan staat er een nieuw gebouwde muur, is die en die dienst verhuisd. Misschien wel de enige continuïteit tussen RTT en Belgacom: de drang om steeds maar te verhuizen en te verbouwen.
Het slachtoffer overlijdt aan zijn verwondingen. Iedereen is de kluts kwijt. Ik mag de familie verwittigen, zowat het allermoeilijkste. Ik voel me zo helemaal alleen. Ik bel een collega in een ander gebouw om wat raad.
 
In de Paille zijn er oneindig veel niveauverschillen en dus trappen en trapjes. Gegarandeerd veel kleine en soms grotere ongevallen. Er werken veel techniekers op ladders aan de reusachtige telefoonverbindingskasten, of om steeds maar andere en nieuwe kabels te trekken. Ik heb hier gegarandeerd werkzekerheid. Alleen, als je de mensen zo goed begint te kennen is het niet tof als ze zich bezeren.
 
Na elk ongeval wordt er heel wat bediscussieerd hoe dat is kunnen gebeuren. De mannen van de vakbond komen samen met de dokter. Nieuwe voorzorgsmaatregelen zijn dikwijls het resultaat. Het wordt toch heel ernstig genomen.
 
De mensen van «de inlichtingen» hebben hun specifieke problemen. Het zijn meestal vrouwen. Met soms meer dan honderd in één groot lokaal. Het gaat er zeer streng aan toe. Net een fabriek: ploegenstelsel, beperkte tijd om te verpozen, aanvragen om te gaan plassen waarvan de duur dan zorgvuldig wordt genoteerd. Er heerst veel spanning in die zalen. Regelmatig wordt iemand helemaal overstuur tot bij mij gebracht met verzoek om een kalmeerpilletje. Meestal weiger ik dat. Ik neem de tijd om te luisteren en roep de chef als betrokken persoon dat wil. Soms kan een en ander bijgelegd worden en een stuk spanning weggenomen.
 
Er zijn ook van die ploegleiders die geen greintje begrip hebben voor het functioneren van een vrouw. Het liefst kleineren ze hen als ze zich wat zwakjes opstellen. Het gebeurt dat een vrouw mij komt vragen een briefje te schrijven om wat meer te mogen plassen. Toch echt wel vernederend voor een volwassen vrouw! Eens was er een chef van «de inlichtingen» die zich op een hoge stoel zette in het midden van de zaal en ronddraaiend riep wat er allemaal wel en niet moest gedaan worden. Dat duurde niet lang want hij had ook nog losse handjes en wat te veel hormonen en zo is hij van zijn troon gevallen. En dat eeuwige zelfde deuntje - «Inlichtingen. Met wat kunnen wij u helpen?». Het wordt geteld weetje. Je moet een score halen: zoveel «deuntjes» en dus klanten per uur, of je krijgt een reprimande. Je zou van minder kierewiet worden.
 
Er werken ook mensen met een handicap. Zo ook Germain, een man in een rolwagen. Twee maal per dag moet hij naar het toilet begeleid worden. Het is geen gemakkelijke maar toch bewonder ik hem om zijn moed om vol te houden in dat werk. Ik heb een truc geleerd om hem in één draai op het toilet te krijgen. Tot hij op een dag uitglijdt en met zijn hoofd in de pot hangt en tot overmaat van ramp zijn tanden in de pot laat vallenÉ Ik probeer hem recht te trekken, krijg een scheut in mijn rug en ik mag zélf op handen en voeten om hulp gaan zoeken. Enkele weken werkonbekwaam. Dat is allemaal tamelijk lachwekkend, spijtig dat ik zoveel pijn heb. Germain lijkt meestal van beton, keihard. Maar nu belt hij bezorgd naar mijn echtgenoot om te informeren hoe het is met zijn «gemuscleerde breinolle» -- ik was toen nog mager, stel je voor, en hij vindt dat maar niks -- en hij mist mij. Slot van dit verhaal is: Germain mag niet meer naar de RTT komen werken. Ik voel me rot. Maar er is niets aan te doen want de toestand van Germain gaat te snel achteruit, nu zijn armen ook verlamd zijn.
 
Germain is thuis weggekwijnd. Ik bezocht hem nog op zijn sterfbed. Hij is zo blij me nog eens te zien en te kunnen praten over «zijn inlichtingen» en «zijn RTT». Die mensen hebben zoveel moed om altijd verder te doen, ook bij pijn of andere moeilijkheden. En geven het niet vlug op want «anders is het gedaan» zeggen ze. De gehandicapten worden graag gezien op hun dienst en niet raar bekeken om hun handicap. De collega's helpen hen met kleine klusjes en diensten. Er zijn ook enkele mentaal gehandicapten tewerk gesteld. Dat is moeilijker omdat die er helemaal gewoon uitzien maar dan soms zo onhandig zijn, of traag, of niet in staat hun zaak te verdedigen. Ze worden dus heel vaak niet begrepen en dan wordt ik erbij geroepen. Soms worden ze van kwade wil beschuldigd maar als ik wat uitleg geef aan de collega's kalmeert de situatie meestal. Zo leert men ook met dergelijke «andere» mensen omgaan. Niet altijd gemakkelijk.
 
Ik schiet het best op met de techniekers. Als het even kan gaan we samen een kopje koffie drinken in de mess. Alle problemen worden daar besproken: zowel die van thuis als van het dorp of de stad, de politiek en uiteraard die van het werk. Zalig is dat. Er wordt wat afgelachen. Zo krijg ik echte vrienden. Al ben ik niet echt van de RTT maar door een externe dienst op de RTT geplaatst, toch ben ik voor hen een collega. Ze leren mij wat ze doen, wat hun werk precies inhoudt. Zo fier ze meestal zijn op wat ze doen. Als het misgaat wordt er ook over gepraat. Ik heb veel contact met de sociale dienst van de RTT en ik ken nu nagenoeg alle vakbondsmensen die het echt goed menen met de mensen.
 
1980 ...  | Top
Ik moet nu ook assisteren bij de geneeskundige onderzoeken van de mensen van de Paille. Een bijkomende job, maar aangenaam omdat ik die mensen nu al goed begin te kennen. En alle nieuwelingen passeren zo ook langs mij, verplicht.
 
Als de lassers aan de beurt zijn en er is juist een dokter van dienst die wat «wereldvreemd» is zoals zij dat noemen, dan wordt er opvallend veel pikante praat verteld in de hoop de vrouwelijke dokter wat te choqueren. Maar als zij dan in hun blote billen bij haar staan worden ze bloedernstig en zo stil als lammetjes.
 
Onlangs komt er een man die vijftien kilo is bijgekomen op een jaar tijd. Ik verwittig hem dat hij slecht zal scoren bij de dokter. Boos antwoordt hij -- «dat is geen vet! Dat zijn allemaal spieren!» -- en hij trekt de kleedcabine binnen. Na enkele minuutjes komt hij er terug uit, met gebalde spieren, houding van Rambo - «zie je nu wel!». Ik moet proberen serieus te blijven.
 
Het wordt bloedserieus als de dokter een of andere aandoening ontdekt. Een begeleidingsbrief voor de huisarts is meestal geen al te best teken. Er komt heel wat overtuigingswerk bij kijken, soms is het vooral een kwestie van moed inspreken. Het gebeurt dat ik mensen voor het laatst zie als ze met die brief naar huis en hun dokter vertrekken. Blijkt dat ze een terminale ziekte hebben. Dat is ook voor mij heel hard. Met een telefoontje naar huis of het ziekenhuis waar ze liggen tracht ik de banden aan te houden. Ik wordt specialist in het omzeilen van de bureaucratie in veel ziekenhuizen en kom meestal te weten wat er echt aan de hand is met «mijn mensen». Zo kan ik de collega's ook op de hoogte brengen.
 
De beeldschermwerkers, dat is een compleet ander publiek. Ze zijn ernstiger maar ook veel nerveuzer. Het is moeilijker hun vertrouwen te winnen. Ze zijn meer bezig met alleen maar hun eigen probleempjes, tot het soms plots losbarst en alles eruit spuwt. Ze hebben altijd verschillende werkuren en kunnen dus moeilijk echte vrienden maken op het werk. Er is een slaapzaal ingericht in de Paille voor de mensen die niet meer thuis kunnen geraken omdat ze te ver wonen. Een meisje woont in de verste punt van Luxemburg. Ze werkt een avond plus een ochtend plus een namiddag en kan dan voor twee dagen naar huis. In het begin was nachtwerk nog verboden voor vrouwen en waren het dus alleen mannen. Ook een aparte sfeer. En eigenlijk niet eens goed betaald. De premie voor onregelmatig werk compenseert het een beetje. Iedereen vindt dat dus niet leuk. Veel koppels zijn aan dit werkritme al kapot gegaan. Mensen vervreemden van hun gezin en raken steeds meer afhankelijk van de drank. Wat de kringloop van problemen nog uitzichtlozer maakt.

[24-11-2001]

Ik heb nu een aantal vaste groenteboeren die mij voorzien van de vruchten van hun moestuin. Als eerste krijg ik aardbeien; verse scharreleieren. Een vaste "smokkelaar" brengt mij rond de feestdagen een fles "eau de vie" van over de schreef mee. "Poire Williams" is mijn geliefkoosd drankje. Hij weet dat nu...

Wat hier allemaal geruild wordt. Het is wonderlijk hoe de mensen sleuren voor mekaar. Meestal zomaar, omdat je hun vriend bent. In ruil komen ze wel eens om raad vragen als ze weten dat mijn man architect is en ze met schrik zitten dat een deel van hun huis zal instorten als ze een muur inkloppen. "Kan hij niet eens komen kijken. Volgens mij staat die muur al scheef. Mijn vrouw is heel ongerust." "Ik weet niet of ik daar een garage mag bijbouwen." Zo komen we in het weekend het land rond. Dikwijls met een karton verse groenten of fruit terug naar huis.
 
1981...  | Top

Er is hier een "huismeester" van de Paille. Hij is verantwoordelijk voor de gebouwen en de inrichting. Het is een echte uitvinder. Soms geeft hij me foto's mee naar huis om raad te vragen aan mijn man. Het is een zeer boeiend man, eigenlijk meer een fantast. Daarom heeft hij wel eens moeite om zijn collega's te overtuigen van zijn kunnen. Met andere chefs ging hij een weddenschap aan: om ter langst pompen met de armen. Je weet wel, zoals in die Amerikaanse stoeffersfilms. Ze hadden een scheidsrechter nodig en een gepaste locatie. Ik werd uitgekozen. En maar pompen, doodernstig. De verzorging van de fysieke conditie hoort ergens wel tot mijn taken...

Ik heb een zwemclubje opgericht. Eenmaal per week gaan we s'avonds zwemmen. Heerlijk is het daar, het zwembad aan de "voddenmarkt" in 't hartje van Brussel.

Er gebeurt iets vervelends. Er is iets met een oude dame in de "mess" - zoals het restaurant hier genoemd wordt. Gepensioneerden van de RTT - en hun man of vrouw - mogen hier levenslang blijven komen eten aan de spotlage prijzen.

Vlug naar "ons trees" bellen. De dame is aan tafel plots onwel geworden. Haar hoofd viel op de schouder van haar tafelbuurman. Als ik erbij kom, blijkt ze overleden te zijn. Wat moet ik doen. Iedereen zit daar smakelijk te eten. Ik haal dus maar een goocheltruc uit. Ik roep een mess-medewerker erbij om me te helpen de vrouw naar een lokaal naast de mess te brengen, "omdat ze onpasselijk is geworden". Als mijn helper hoort dat hij meegeholpen heeft een dode te verplaatsen wordt hij zeer boos op mij. Ik heb de grootste moeite hem te kalmeren en moet hem vragen nog te zijgen omdat er anders misschien paniek ontstaat in de overvolle eetzaal. Ik weet dat de meeste mensen helemaal niet kunnen omgaan met een plotse dood. Misschien maar best ook.

Ook voor de gepensioneerden blijf ik "hun verpleegster". Op vrijdag mogen ze langs komen, om hun bloeddruk te nemen, een pikuur te zetten...

Op en dag valt er een man van een stelling. Heel ongelukkig. Ernstige rugblessure. Terwijl ik de nooddienst 100 verwittig dondert er een pot sneldrogende lijm naar beneden, op het slachtoffer. Ik roep om water om dat spul af te lengen en daar komt juist een kuisvrouw voorbij. Het dweil- en spoelwater moet dus maar dienst doen. Vreselijke smeerboel. De situatie is echter zo komisch dat het slachtoffer in al zijn miserie toch moet en kan lachen.

Achteraf heb ik die man niet meer terug gezien. Hij belde mij wel nog regelmatig. Het incident met de lijmpot is bijgebleven. "Het heeft mijn pijn toen verzacht. Ik had geen tijd er aan te denken.".

Ik heb het gevoel dat er vertrouwen is bij de RTT als er zoiets ergs gebeurt. Achteraf komt er altijd wel iemand om mij te bedanken. Alhoewel ik zelf dikwijls heel erg twijfel of ik nu alles wel goed heb gedaan.

Terug naar die chef van "de betwistingen". Ondertussen heb ik geen problemen meer gehad met hem. Maar de mensen van zijn dienst vertellen mij dat hij soms heel moeilijk doet. Dat zou het gevolg zijn van een zwaar ongeval vroeger waardoor hij metalen plaatjes in zijn hoofd heeft. Zijn stokpaard is de stiptheid. Niet op het uur, maar op de minuut, zelfs op de seconde. Hij kan daar razend om worden.

Hij wil nu dat ik hem 's morgens opbel als ik op de Paille aankom. Ik heb de goede ("slechte" zegt mijn man) gewoonte om minstens een kwartier te vroeg op mijn post te zijn. Nu blijkt dat ik door die sectiechef op te bellen ook de aandacht trek op het feit dat anderen te laat zijn. Zij moeten er om 7u30 zijn. Ik bel om 7u45 en dan zijn sommigen soms nog niet in het bureel. Ik ben dus gestopt met dat bellen. Tot hiertoe zonder verdere gevolgen.

Ik ben geen werknmer van de RTT. Ik werk daar wel, maar ben daar geplaatst door Gezondheid en Arbeid, een extern bedrijf voor bedrijfsgeneeskunde. Ik heb een eigen uurregeling die samengaat met de wekelijkse arbeidsduur die wij in de gezondheidszorg hebben verworven. Dat gaat met minuten per dag: zeven uur en twaalf minuten. Dikwijls schept dat problemen. Telkens opnieuw moet ik dat geduldig uitleggen. Bijvoorbeeld aan de chauffeurs die om 16 uur binnen rijden en bij mij nog eens willen langs komen om een opgelopen wondje te verzorgen. Maar ik heb in feite al gedaan om 15u45. Voor hen ben ik "hun verpleegster", van de RTT dus. Ze willen dat ik rekening hou met hen. Terecht. Alles is uit te leggen onder verstandige mensen, denk ik dan. Nu komen die chauffeurs een kwartiertje vroeger binnen als het nodig is. Of ze verwittigen mij en dan vind ik het niet erg om wat langer te blijven om hen te verzorgen. De meesten zijn intussen ook vrienden geworden. Ik voel mij een beetje als een halfbloed: half RTT en half Gezondheid en Arbeid.



Van halfbloeden gesproken, dat is een nogal moeilijk punt bij de RTT. De migranten bedoel ik. "Staatsinstellingen" of openbare diensten mogen alleen "echte" Belgen tewerkstellen. Eerste vakje, in te vullen op alle sollicitatieformulieren is: "nationaliteit". Geen Belg, niet bij de RTT dus. Wat maakt dat er geen niet-Belgen werken. En onbekend is onbemind, zoveel is duidelijk.

Meer dan eens heb ik me al kwaad moeten maken. Ze noemen me nu soms al plagend "Fatima". Als je die anti's echter bij jou alleen hebt en je kan argumenteren, dan verandert er (soms) wel iets. In de groep doen de meesten mee met de overheersende trend: is dat tegen de vreemdelingen, dan is het heel de groep. Kan je de trend omdraaien, wat soms gebeurt aan een tafel in de mess, dan durven ze geen grove grappen over Marokkanen en Turken meer bovenhalen.

Wie hier getrouwd is met een Arabier, die heeft het hard. Voor mij is dat totaal onbegrijpelijk. Die mensen mogen nog zo hun best doen, het kan niet goed zijn want... ze zijn in het verkeerde land geboren. Ze krijgen een onuitwisbare stempel. Duizend keren heb ik al gezegd dat ik geen verschil zie tussen de huidskleuren, zoals ik ook het verschil niet zie tussen de vakbondskleuren. Ik lijdt aan een zelfopgelegde, artificiële kleurenblindheid. Maar als je een tijdje in Brussel woont, leeft en werkt, dan zie je ook die kleurverschillen niet meer! Ze moeten daar zo de aandacht niet op trekken op al die verschillen. Veel belangrijker en plezanter zijn de gelijkenissen.

De meest kleurrijke figuren, dat zijn zeker de echte Brusselaars. Neem nu Jean l'Amour, de Roste Portier, Jaja - die elke zin begint met een filosofisch "Ja-Ja!", Marjette, "la Reine des Marolles", Mon Janssens, "den uitvinder", Dikke Piet, Fleur of Titinne. En Yvonne met haar twee "canichkes" (poedels) die ze soms meebrengt. Stuk voor stuk zéér kleurrijk. Met een hart van goud maar een breed bakkes.

Zeker Lejopol niet vergeten, "l'antenne des marolliens". Hij laat al zijn vrienden uit de Marollen hier 's middags komen eten, met vrouw, man en kind. Klandizie erbij voor mij.

Fleur is de meest "gecultiveerde". Altijd heel koket, met mooie juweeltjes versierd. Dikke Piet is een vrouw. Ze leeft samen met een Griek die veel jonger is. Regelmatig vloeit er een traan in dat huishouden. Zoals haar naam het aangeeft is ze nogal struis maar ze kan enorm goed dansen. Alles beweegt soepel op het ritme van de muziek.

Jaja is een echte clochard. 's Avonds zoekt hij in de vuilnisbakken naar eten voor zijn dertig katten. Op een dag krijgt hij een bloedaandrang, hier op het werk. Ik ga met hem mee naar het Sint-Jans hospitaal. Daar zie ik iets dat ik nog nooit heb gezien. Jaja liet jarenlang zijn teennagels groeien en die krulden onder zijn voet door, wel twintig centimeter lang. In een gruwelfilm zou je ermee lachen...

Maar het leven van Jaja is in feite een brok tragiek. Later is hij in een instelling in Bierbeek geplaatst. Als men zijn woning wilde opruimen, bleek dat verschrikkelijk: overal katten, een afschuwelijke stank. En dan vonden ze vier miljoen frank, verstopt in een vaasje...

Ik ben hem blijven bezoeken in Bierbeek. Telkens wou hij met mij mee terug. Mijn hand vastgeklemd, niet willen lossen. Ik denk dat hij daar van verdriet gestorven is. Echt triestig...

Jean l'Amour is zo'n echte Brusselse ket. Van geen kleintje vervaard. Hij is "chef d'équipe" van de werkvrouwen en kan die flink choqueren met zijn woordenschat. Maar die vrouwen zijn ook niet op hun mond gevallen. Hun krakeel (er is een straat die zo noemt in de Marollen!) eindigt af en toe in wapengekletter met borstels en emmers. Dan schakelen ze mij in als vredesgezant voor een wapenstilstand.



1. Dat heeft niets te maken met 'controlegeneeskunde'. Ik moet de werknemers verzorgen en helpen beschermen tegen gevaren op het werk. Nu, in 2001, spreekt men niet meer over 'arbeidsgeneeskundige dienst', maar wel over een 'dienst voor gezondheid en preventie'.    |Terug
 
 
 
Dagboek 2001-2002
Maandag 7 mei 2001  | Top
Ik heb nu definitief besloten vervroegd met pensioen te gaan. Vorige maandag heb ik de papieren getekend. Nog vijftien maanden. Er is een pak stress van mij afgevallen. Ik wil opnieuw naar de mensen luisteren want dat heb ik sedert de intrede van mijn pc echt verwaarloosd. Als iemand binnenkomt kijk ik niet eens meer op. Ik blijf maar doortikken of met de muis schuiven, om toch maar niet uit mijn programma te vliegen. Soms moet ik vragen om af en toe eens op de muis te klikken terwijl ik de bloeddruk aan het opnemen ben, om mijn computer wakker te houden want als ge te lang wacht en niets doet dan wordt de internetlijn onderbroken en moet ik heel het circus opnieuw in gang zetten. Om zo te werken, daar heb ik niet voor gekozen. Ik ben verpleegster, geen verlengstuk van een machine. Pas op, ik ben niet tegen die nieuwe dingen, ze zijn nuttig maar ze moeten hun plaats kennen.
 
Billie, een goede vriend, komt binnen. Met proper hemd en broek - geen Belgacomuniform met vetvlekken. Deze namiddag moet hij naar zijn laatste les en hij wil daar eens over spreken. Het heeft iets te maken met Best. Na Turbo het zoveelste ÔprojectÕ. Hij is een waterval maar wat een klare kijk. Eerst legt hij mij grondig uit hoe het systeem geperfectioneerd wordt om zeker geen minuutje te verliezen. Komt hij aan zijn conclusie: als je erin slaagt zo goed je Best te doen als ze je daar in die cursus voorstellen, dan ga je je eigen ondergang tegemoet omdat je als werkman een robot wordt en dus kapot gaat of gek wordt. Taken komen zo uit de pc of op je gsm zodat je geen tijd meer verliest met het groeten van je collegaÕs en een praatje hoef je helemaal niet meer te maken. De verschillende werkeenheden die ze tot in het oneindige uitgesplitst hebben zouden ze nu terug bijeen brengen. Hoe moet een gewone werkman dat nu verstaan? Wat een geldverspilling is dat niet allemaal? Die grote koppen doen precies niet anders dan zoÕn dingen uitvinden om ze daarna weer te kunnen veranderen en te kunnen zeggen dat ze iets nieuws gevonden hebben. Maar telkens zijn er een pak mensen die uit de boot vallen en niet meer kunnen volgen.
 
Flexibiliteit, o.k., maar verliest men zo niet enorm veel tijd? De job goed kunnen, dat telt niet meer. Je moet telkens iets nieuws proberen en als je het een beetje kent is het weer voorbij, weer iets anders. Best betekent niet ÔbestÕ in het Nederlands. Dat zou te simpel zijn. Het is de afkorting van vier woorden, in het Engels waarschijnlijk. Denken die nu echt dat wij kleine kinderen zijn? Dat wij enthousiast zullen juichen omdat ze een nieuw woord uitgevonden hebben? Ze hebben dat ook geprobeerd bij de eerste grote reorganisatie van Belgacom. Was er per afdeling een groot feest. Verplicht aanwezig te zijn. Verplicht ook om bij het binnenkomen een das van Belgacom aan te trekken en een petje op te zetten. De manager sprong op de tafel zoals Felice in het Springpaleis en iedereen moest meezingen van Òwe are the bestÓ.
 
Ze zijn die mensen hun veerkracht aan het breken. Ik zie het al aankomen, ik zal weer veel werk hebben met overspannen en gebroken veren.
 
Vanmorgen hoorde ik op de radio dat het de nationale dag van de masturbatie is en dat dit zo gezond is als middel tegen de stress en tegen de prostaat en dat masturberen zo goed is voor de buikspieren. Ik durf dat hier nu toch niet propageren. Alhoewel het misschien efficiënter zou zijn dan de stresscampagne waar niet veel mensen durven instappen uit schrik met de vinger nagewezen te worden.
 
Maandag 21 mei 2001  | Top
Een beetje extra vroeg gekomen daar ik deze week maar drie dagen werk en toch hetzelfde werk van vier dagen moet doen. Er staat al iemand aan de deur, met diarree.
 
Ik start de pc op met het vooruitzicht wat flink door te werken. Karel komt hijgend binnen. Een collega ondersteunt hem. Hij heeft pijn in de borststreek. Pols en bloeddruk lijken normaal. Dan stort hij inÉ Ik krijg het hele verhaal. Hij heeft een promotie gemist. Een jonge kerel is op die plaats gekomen en die zal nu eens alles verbeteren. Voorbije weekend was Karel van wacht. Hij is op het appel geroepen voor een negatieve evaluatie. Komt daarbij dat enkele weken geleden een van zijn vrienden van de fietsersclub waar Karel verantwoordelijke is, werd doodgereden door een racende auto. Ik vind dat hij toch zo vaak naar zijn borstkas grijpt. Het lijkt me ernstig. Ik stel hem voor de 100 te roepen maar dat mag absoluut niet want wat zullen ze dan wel denken?! Ik vraag een dienstwagen om Karel zo vlug mogelijk naar de spoeddienst te brengen. Daar is hij een stuk veiliger.
 
Even later komt de bewuste chef bij mij informeren wat er met Karel aan de hand is. Ik vraag hém wat er gebeurd is. - «Die persoon kan eigenlijk maar niet vatten dat hij niet meer mee kan. Alles verandert nu zo snel.» Ik vraag hem hoe dat zit: Karel is 48 jaar en hoe oud is den John? Heel wat ouder, dacht ik. Voor de bazen is er duidelijk geen leeftijdsgrens.
 
Komt er een collega van Karel binnen. Hij heeft een heel ander verhaal. - «Die chef wil naar niemand luisteren, wil alles veranderen. Niemand kan zijn job nog echt goed doen.» Die opgefokte en opgejaagde ambitieuze «joengs» zijn soms verschrikkelijk. Geen oor voor ervaring.
 
De voormiddag is nog maar half voorbij als Wies binnenkomt. Zij is licht mentaal gehandicapt en werkt in de keuken. Een ex-collega van haar, een meisje dat daar vroeger ook werkte, leed aan anorexia. Ze heeft zelfmoord gepleegd. Wies is nog maar juist buiten of ik krijg een telefoon van de personeelsdienst om te verwittigen dat een man van de TGX, 38 jaar, overleden is. Wat blijkt, ook zelfmoord. Hij zou veel schulden gehad hebben en grote relatieproblemen. Dat zal wel kloppen. Maar vroeger kon je bij je collega's nog eens een en ander kwijt. Nu begint de werkdag met het openen van je pc om je werkschema op te vragen. De rest van de dag krijg je de opdrachten en de opvolging ervan via de gsm. Geen plaats meer voor een praatje.
En lap, daar gaan al mijn goede voornemens om eens flink door te werken op mijn pc.
 
Ôs Namiddags vind ik eindelijk de tijd mijn gewone post te bekijken. Een tof briefje van een collega met foto van haar zoontje die me zegt dat zijn mama mij hier heeft vervangen vorige vrijdag. Ik prik de foto op. Het baaske lacht me met grote ogen toe. In de omslag van een andere collega de foto van haar dochtertje die haar eerste communie heeft gedaan. Prachtige foto van een mooi meisje. Gelukkig heb ik goede collegaÕs waar ik eens een praatje kan mee maken, anders mochten ze me hier ook afvoeren. Want soms zijn dat hier situaties die je niet echt alleen aankan, zonder omkadering. Iedereen heeft te veel werk, dus tracht ik toch maar op mijn eentje mijn plan te trekken en slik ik die opmerking maar in.
 
Na zoÕn mooi weekend waar iedereen buiten was - met toch een koude noorderwind - komen er nogal wat mensen met kleine kwaaltjes: keelpijn, diarree, verstuikte enkels, schaaf- en snijwonden van het werk in de tuin of van te vallen met de fiets. Mijn pc heeft zich nog niet kunnen warmwerken.
 
Komen ze nu ook een nieuwe telefoonlijn aansluiten. Die man doet mij ook zijn verhaal. Hij kan niet meer werken zonder kalmeerpillen en heeft zopas een depressie achter de rugÉ
 
Deze avond komen mijn oudste zoon en zijn vriendin eten. Dan kan ik toch eens over iets anders praten. Of toch weer niet, want zij werken ook als jonge zotten, veel te hard, te onregelmatigÉ
 
Woensdag 23 mei 2001  | Top
Billie is nu al enkele keren binnengekomen deze week. Hij is gekwetst aan zijn hoofd door een werkongeval. Zijn kwetsuur is nu maar klein maar hij komt voor naverzorging en eigenlijk wil hij praten. Nu hij merkt dat ik weer wat meer tijd wil nemen voor een praatje begint hij zijn verhaal.
 
Hij moet ÔgeëvalueerdÕ worden. Zijn chef - een nieuwe die nog zijn strepen moet halen - heeft vooraf al gezegd dat hij Billie niet meer dan een drie (op vijf) kan geven want als hij te veel punten zou geven dat hij dan zijn geloofwaardigheid verliest tegenover zijn superieuren. Billie: - ÒIk heb in mijn carrière nog nooit zo hard gewerkt als de laatste tijd, met zoveel overuren, en zonder te mopperen. Als ik nu maar een drie krijg, is dat ook een streep door mijn inkomen. Moet ik dat verdragen?Ó Er is namelijk een premie verbonden aan het prestatiecijfer!
 
Die chef wil alleen zélf goed overkomen en beoordeelt dus zijn mannen niet maar kijkt hoe hij die kan gebruiken om zelf een goede evaluatie te krijgen. Als hij te veel goede punten geeft, dan is hij niet streng genoeg en dat kan geen goede chef zijn. Het was te verwachten dat het met dat puntensysteem zo zou uitdraaien. Dat is nu in de mode. ÒLoon naar werkÓ roepen de snoeshanen en ze breken alle collectieve verworvenheden en overeenkomsten af.
Donderdag 24 mei 2001  | Top
Oef! Einde van drie drukke dagen en morgen is het "jees-klimop", een welgekomen rustdag dus. Daar zijn die goddelijken en heiligen toch goed voor.

Eerst een reeks consultaties mee afgewerkt. Alles rustig. Allemaal routine onderzoeken behalve Arlette, een meisje dat zoveel pijn heeft aan haar rug dat ze een aangepaste stoel komt vragen aan de dokter. Dat moet eigenlijk eerst volgens een omslachtige procedure aangevraagd worden en de persoon in kwestie moet ook bewijzen hebben van de handicap, liefst via een specialist om echt indruk te maken.

Na een serieuze studie blijkt nu dat iedereen een betere stoel zou moeten hebben. Die zijn niet eens zoveel duurder. Hetzelfde met de beeldschermen: verkeerde lichtinval en weerkaatsing is heel schadelijk. Dat is nu algemeen geweten en bewezen. Waarom dus niet direct voor iedereen een antireflexie scherm? Nee, eerst een aanvraag bij de chef. Die mailt naar de personeelsdienst. Die moet zwaar peinzen en na het peinzen krijg ik een mail om een afspraak te maken. Ik antwoord met de consultatie-agenda van de geneesheer. Onderhoud met de dokter, liefst met zoveel mogelijk medische documentatie. Als er een positief advies komt van de dokter, brieven naar de personeelsdienst en naar de verpleegster van het hoofdbestuur. Alles moet intussen in de computer. Ik word er warempel moe van, alleen nog maar van er aan te denken. Vandaag was het resultaat: een steunbankje voor de voeten omdat het Arlette te klein is en daarom slecht zit en een antireflexiefilter op het scherm. Twee doodsimpele dingen die ook doodnormaal aan elke werker met een beeldscherm zouden moeten gegeven worden.

Na de middag, allerlei kleine verbandjes verzorgen. Prokofjev heeft een lelijke voet. Natuurlijk noemt hij zo niet echt, maar Peter De Wolf. Op zijn dossier naar de dokter had ik automatisch "Prokofjev" geschreven. Ik ben nogal verstrooid als het om verbanden gaat - tussen woorden en namen welteverstaan. Een lelijke voet dus, blauw en zwart en nog zeer dik ook. Naar de dokter gaan kan niet, want geen tijd. Hij komt daar te laat voor thuis. Er zit een dikke splinter in een teen. Dit is nu echt mijn specialiteit zie: splinters uithalen, de moeilijkste en meest hopeloze het liefst. Ik zal hier in totaal wel een hele boomstam bijeen gepeuterd hebben.
 
Donderdag 31 mei 2001  | Top

Ik heb rugpijn, of is het buikpijn. Met het lang sinksenweekend voor de deur maak ik me niet te veel zorgen. Na de middag maak ik toch een afspraak met mijn huisarts. Die vraagt zich af wat er met mij gebeurt, ik ben helemaal gespannen. Hij wil me ziekteverlof voorschrijven maar ik weiger omdat dat niet gaat gewoon. Er is te weinig volk bij ons. Ik besluit het pijnprobleem op te lossen met een pijnstiller...

Het weekend is trouwens helemaal niet leuk. Ik heb een schoonzusje die in de palliatieve zorg ligt. Ze heeft nog zeer veel moed, ook al weet ze dat ze moet gaan. Mijn schoonmoeder is 91 jaar en dit weekend gaan we haar bezoeken. Ze is neerslachtig omwille van haar stervende schoondochter. Kan het daarvan zijn dat ik zo gespannen ben? Ik begrijp hoe het komt dat je er echt onderdoor kan gaan als er op het werk én in de familie altijd alleen maar spanning is.

Als ik thuiskom en wil rusten schiet Belgacom terug op het voorplan. Een vriend heeft dit dagboek gelezen en moedigt me aan verder te schrijven. Mijn stijl bevalt hem. Ziehier dus...

Ik mis mijn mannen. Om er eens mee te praten, te lachen. Het kan toch niet dat dit allemaal voorbij is. Vroeger hoorde ik Yves luid lachen in mijn gang. Hij is veel stiller geworden. Het lachen vergaat hem letterlijk. Te veel stress.

Zelf heb ik ook veel meer werk dan vroeger. Vooral administratie dan. Soms zit ik uren gespannen op de top van mijn stoel om alles nog af te krijgen. Vandaar mijn rugpijn, denk ik. En wanneer krijg ik die nieuwe internetverbinding zodat ik tenminste eens naar het toilet kan zonder dat de verbinding uitvalt. Vandaar mijn buikpijn misschien.

Kan ik nu echt niets positiefs vertellen deze week? Jawel. Billie is komen zeggen dat hij toch een vier kreeg bij de evaluatie. Een binnenpretje nog tijdens de consultatie. Een veertiger heeft een soort eczeemplek op zijn schouder. Volgens de dokter is dat mooi afgerond vlekje een beet van zijn nieuwe vriendin die er nogal hevig tegenaan gaat. Nu is hij wat fier op zijn "vlekje". Overal vertelt hij hoe goed ze is en hoe verliefd ze zijn.

Ik heb echt heimwee naar vroeger. Vooral naar de vriendschap en het vertrouwen dat je hier kon hebben in elkaar. Komt dat echt niet meer terug? Welk onverwoestbaar ingenieus systeem is hier de oorzaak van?

Ik was in maart op vakantie in Cuba. Ik kon er uitgebreid praten met verpleegsters, ondermeer met Gloria die verantwoordelijk is voor een groot vakantiecentrum in Guama waar enkele honderden Cubanen werken. Ze vroeg mij naar medikamenten, dat mankeren ze er erg. Gelukkig waren we daarop voorzien. We hadden wat klein verzorgingsmateriaal kunnen inzamelen en nu kon ik Gloria daar dolgelukkig mee maken. Ik mocht haar verpleegzaaltje bezoeken. Armtierig maar zeer netjes. Niets geen computer, fax, printer of andere machinerie. Gloria is een zeer rustige, lieve vrouw. Ze werkt 12 uur per dag omdat ze zo meer thuis kan zijn en minder het openbaar vervoer moet gebruiken. Dat is wel echt nog een groot probleem in Cuba omdat er door de boycot van de Amerikanen bijna geen petrol is. Gloria vindt die uurregeling niet erg, ze werkt veertig uur per week. Haar man mag in het weekend bij haar komen in het vakantiedorp.

Ze is wat jaloers op onze moderne technologie. Maar wat een prijs betalen wij daarvoor: stress, vereenzaming, ieder voor zich... Ik heb meer redenen om jaloers te zijn op haar. De Cubanen zien er echt zeer gezond uit: bijna geen dikke mensen, en zeker geen ondervoede, altijd opgewekt, veel tijd voor elkaar en voor jou als je iets vraagt of een babbeltje wilt doen. (Ik spreek of brabbel een aardig mondje Spaans, vandaar.) Cuba lijkt een beetje op de RTT vroeger maar dan wél met veel meer zon en muziek! Ik ga er nog terug.
 
Donderdag 6 december 2001  | Top

Ik zie het niet echt meer zitten om verder te schrijven aan dit dagboek. Eerlijk gezegd, ik denk dat het niet zo boeiend meer is - vooral wat er nu nog te schrijven valt. Maar er zijn mensen die me aanmoedigen, vooral jongeren en dat doet me wel het meest van al plezier.

Ik moet bekennen, ik had terug de breinaalden vastgepakt. Voor mijn twee kleinkinderen. Nu ze nog zo klein zijn is dat heel dankbaar, zo'n schattige kleine kleertjes. Als een furie was ik beginnen breien. Maar nu, na twee "cache-coeurkes" en een monnikskap voor Wannes is mijn wol opgebreid en hier in Brussel moet je vreselijk zoeken om nog breiwolwinkels te vinden. Zo zit ik opnieuw met de pen in aanslag - 't is te zeggen, een "Bic Soft Feel - made in USA". Stel je voor, ik die momenteel vreselijk mijn twijfels heb over al wat die van de USA aan 't uitsteken zijn - overal vechten. Tegen terroristen zeggen ze. Maar is het niet zo dat als je jarenlang wordt geterroriseerd je eindigt als zogenaamde terrorist? Enfin, dit allemaal terzijde, om te vertellen met wat voor een pen ik schrijf.

Het is dus zes december. Zoals altijd ga ik te voet naar mijn werk in de Paille. Ongeveer een half uurtje stappen. Vandaag ga ik via de Lemonnierlaan want ik moet geen brood hebben van mijn bakkertje in de Hoogstraat. Er brandt licht in de taverne waar mijn vriendin werkt. Verbaasd ga ik toch eens kijken. Normaal is er daar pas leven in de brouwerij rond negen uur. Het is nu pas kwart na zeven. Je weet nooit of er geen inbrekers zijn. Neen. Annemie staat daar in volle glorie. Ze heeft er duidelijk zin in want ze is de sinterklaas aan het klaarleggen voor haar medewerk(st)ers. Die hebben geluk met een chef die tijd voor hen tijd neemt!

Ik heb consultaties vandaag. Dat betekent dat er zestien à zeventien mensen op preventief geneeskundig onderzoek komen. Vroeger was zoiets een leuke bedoening: collega's zagen elkaar daar terug, er werd veel gelachen. Nu is alles bloedernstig geworden.

Het waren vandaag vooral mensen die bij de klantendienst werken. Allemaal met de gsm in aanslag wil iedereen de eerste zijn want er wachten nog veel klanten. De meesten ken ik al jaren, maar ligt het nu aan mij, ik heb de indruk dat ze tien jaar ouder zijn. Hyperzenuwachtig allemaal.

Ik zit daar continu in een gsm-gepiep tot ik er zelf doodnerveus van word en voorstel om die toestellen asjeblieft uit te zetten. "Dit algemeen onderzoek gebeurt maar eenmaal per jaar. Jullie moeten daar de nodige tijd voor vragen en vrijmaken." Het is alsof ik niet tot in hun oren doordring. Iemand zegt me dat hij het nut niet inziet van ons bestaan en dat hij geen tijd heeft voor "al dat gedoe". Tot hij terugkomt uit het dokterslokaal met een verwijsbrief naar zijn huisarts. Nu is hij er niet zo zeker meer van dat "ons gedoe" zo zinloos was. Vooral omdat hij over veertien dagen moet terugkomen met antwoord, zoniet is hij ongeschikt voor zijn huidige job.

Ik praat wat met iedereen. Echt waar, het is alsof er een bom onder die mensen ligt. Zo kunnen ze niet langer verder - de hele dag opgejaagd. Vroeger waren ze met twee, nu alleen. Met hun autootje, een laptop als partner die de agenda en orders bijhoudt en hun gsm die continu controleert en nieuwe bevelen doorgeeft. Ze nemen bijna allemaal medicamenten om het vol te houden. En dan worden er veel toch nog depressief... De dokter stelt veel hoge bloeddruk vast en al de soorten kwalen die door stress worden veroorzaakt. Ik maak me zorgen om deze mensen.

's Middags wil ik absoluut in de personeelskantine - de "mess" - blijven eten. Om tussen de mensen te zijn. Ik heb een aantal vaste vrienden waar ik samen mee eet. Ook daar is het allemaal kommer en kwel. De partner van Rosie werkt als technieker bij Belgacom. Hij heeft voortdurend pijn aan zijn schouder - van op zijn eentje het gewicht te sleuren van de gereedschapskoffer die vijftien kilo weegt. Hij neemt nu pijnstillers om het vol te houden...

Een rustige namiddag verder. Er is nog tijd om wat te praten. Er komt iemand met zijn voet die heel dik is en blauw ziet. Ik regel alles om hem naar de kliniek te brengen voor een radiografie. Hij sputtert eerst fel tegen. Hij heeft schrik van ziektedagen en de controleurs die dan thuis komen...

Terug naar huis. Maar niet in rechte lijn. Eerst boodschappen doen. Vroeger was dat de GB achter de Beurs, nu is dat Carrefour. Voor de klant is het misschien wel verbeterd: meer ruimte en overzichtelijker schikking. Maar aan de kassa's!! Een enorme file. Als het mijn beurt is zie ik dat de mevrouw aan de kassa ook weer bloednerveus is. Ze roept dat ze efkes wil stoppen, maar er is blijkbaar niemand om haar te vervangen.

Wat een dag. Hoe moet dat hier verder, iedereen doodzenuwachtig. Toch niet, daar zie ik de studentenstoet: veel muziek, te veel bier, sinterklaas... Wat een contrast met mijn werkers. Eerst revolteer ik maar daarna vind ik dat ze het er maar moeten van nemen want na hun studententijd is het gedaan. Hurry, hurry en alles draait om money, money! De clochards trachten wat mee te vieren met de studenten, vooral het gratis bier trekt aan natuurlijk. Ze worden wel steeds talrijker, en steeds meer jonge mensen...
 
Woensdag 2 januari 2002  | Top

Ik begin mijn laatste jaartje op de Paille. Met gemengde gevoelens. Ik ben blij iets anders te kunnen gaan doen en wat meer tijd te hebben voor mezelf, mijn kleinkinderen. Om Leen, mijn schoondochter, te kunnen helpen die een drukke dokterspraktijk heeft in laag Molenbeek. Ze werken daar aan terugbetalingstarieven, met vrijwilligers om de receptie te doen. Daar zie ik wel iets weggelegd voor mij, maar ik wil me ook niet vast-vast leggen. Ik werk nu 37 jaar en heb echt een ingebouwde klok: elke dag om zes uur wordt ik als een automaat wakker - ook als ik niet moet werken. 's Avonds ben ik dan snel doodop. Als ik al die mensen rondom mij nog zo druk bezig zie voel ik me soms schuldig omdat ik dan al zo moe ben. Ik hoop dat dit zal verbeteren als ik niet meer ga werken.

Langs de andere kant, dat contact met de mensen in de Paille, zal ik dat niet te veel missen? Ik weet het niet. Vandaag is er een nieuwjaarsreceptie. Dat is nieuw. Vroeger was er feest in elk bureau, maar dat mag niet meer. Dus organiseert Belgacom zelf een receptie. Best wel leuk. Iedereen van het gebouw samen in de "mess" zodat je iedereen eens kan zien. Ik ga natuurlijk eerst eens bij de anciens, maar de sfeer zit er niet echt in...

In veel groepjes praat men alleen over het einde van het BeST-project - de jongste reorganisatie bij Belgacom. Het gonst van de geruchten maar niemand weet het zeker. Er is zogezegd nog veel volk te veel. Toch heeft iedereen veel te veel werk. Hoe kan een normaal mens zoiets nu begrijpen?

De mensen van de mess zijn wat grimmig omdat zij niet mee mogen feesten, zij moeten de receptie verzorgen. Ze hebben ook al zoveel werk. Er werken nu maar 6 mensen van Belgacom meer in de kantine. Vroeger, in de tijd van de RTT (tot 1990) waren dat er 44. Daarna is er veel volk vertrokken. De vrouwen die er nog mooi en jong uitzagen konden naar de nieuwe "towers" aan het Noordstation - want daar moet alles er chic uitzien. Geen gehandicapten of oudere mensen.

Dat is de nieuwe Belgacom-cultuur: van 44 naar 28 mensen voor hetzelfde werk, waaronder nog drie gehandicapten en vier vijftigplussers. Iedereen loopt op de toppen van zijn tenen. Gevolg: Agnes kan niet meer. Ze is vierenvijftig. Heeft veel pijn aan de voeten en de rug maar toch durft ze niet thuis blijven. Ze neemt nu pijnstillers... tot ze kraakt! Ik moet haar dringend naar de kliniek laten brengen en daar loopt dan nog allerlei mis: een dringende operatie blijkt noodzakelijk; ze moet eerst afkicken van verslavende pijnstillers. Zestig druppels Valtran per dag nam ze al - een dosis waar een normaal mens direct tureluut van wordt. Ik vraag eens na in de mess hoe lang dat al aansleept en wat blijkt, Agnes is niet de enige die dat goedje regelmatig neemt om verder te kunnen functioneren. Ik kan niet anders dan de chef van de mess daarover aan te spreken. Hij blijkt op de hoogte want ze hebben hem ook al die druppels aangeboden als hij eens pijn had. Samen met de dokter hebben we die spiraal kunnen stoppen. Maar hoe geraken die mensen aan dat spul? Een coureur vliegt in den bak als hij spul gebruikt om zijn stiel te kunnen uitoefenen - in naam van de "zuivere" sport en omdat het ongezond zou zijn. Maar duizenden, miljoenen mensen drogeren zich dagelijks, gewoon om hun job te kunnen doen. Dat mag niet alleen, dat moet zelfs...! Wat voor een zottekesnest is dat hier?

De mess is nu geprivatiseerd, verkocht aan Sodexho. Er werken nog zes mensen van Belgacom en ongeveer vier van Sodexho, waaronder een ex-sabenienne die wat blij is dat ze terug werk heeft. Serge is licht mentaal gehandicapt. Hij is buiten kader geplaatst - hij telt dus niet mee in het budget van de mess. Hij heeft het zeer moeilijk. Mist vooral de sfeer van vroeger. Het is bijna niet meer mogelijk om een praatje te maken met collega's en hij heeft nogal wat privé-problemen. De fles wordt nu zijn compagnon. Je moet niet raden... Gelukkig is Piet, de nieuwe kok van Sodexho een zeer sociaal man en ziet hij tijdig de problemen aankomen. Serge wilde er een eind aan maken. Het was genoeg. Nu is hij opgevangen in een instelling. Maar ik zie het hier niet goed zitten voor hem. Die stress is echt dodelijk.

Piet heb ik ook al naar spoedgevallen moeten brengen met een kleine hartaanval. Misschien is hij te sociaal en mag hij geen medeleven hebben.

Waar was ik gebleven in de nieuwjaarsreceptie?
Bij de anciens. Dat er nog veel volk weg moet. Billie krijgt gelijk: je doet zo goed je BeST dat ze je helemaal niet meer nodig hebben. Er zouden nu weer 4000 mensen weg moeten uit Belgacom. Allemaal op vrijwillige basis. Zo te horen wil er niemand blijven, uit schrik het niet meer aan te kunnen.

Claude twijfelde nog. Hij is alleenstaande en volgens hem kan Belgacom hem niet missen. Maar toen hij liet blijken dat hij misschien wou blijven begonnen de problemen. Men verwittigde hem dat hij zijn uurregeling moet veranderen: niet meer op vaste tijden koffiepauze of zelfs middagmaal, maar blijven werken tot een taak afgewerkt is en pas dan mag je eten of pauzeren. Daar gaat zijn illuzie van onmisbaarheid. Hij wordt er echt ziek en depri van. Moet naar de dokter en neemt nu ook pillen om vol te houden. Dat hij een totaal andere job zou moeten doen was de doodsteek voor Claude. Hij die dacht dat zijn plaatske onvervangbaar was...

De meeste jonge mensen ken ik niet zo goed. Ze komen eenmaal per jaar op geneeskundig onderzoek. Ik vind ze wel tof maar als ze samen zijn praten ze over niets anders dan over hun werk. Echt wel voorbeelden van de nieuwe bedrijfscultuur. Voor hoe lang?

Voor Billie mag het stoppen. Hij komt nog graag voor zijn collega's maar de toekomst schrikt hem te veel af. Hij heeft een zeer toffe compagnon. Die lachen wat af, die twee. Toch moeten ze zeer hard werken. Hier en daar is er nog zo'n enkeling die op het eerste gezicht ontsnapt aan de alles overheersende stress.

Hoe kon dit in tien jaar tijd allemaal zo grondig veranderen? Er wordt voortdurend gezeurd over de concurrentie die klaar staat om ons kapot te maken; we moeten altijd maar beter, vlugger, klantvriendelijker, enz. worden. Altijd meer, sneller, beter, groter... zotter, ja!

Dat heb je dan van de privé. Ik zie er geen voordelen in. Zelfs de bureaucratie waar ze zo'n punt van maken is volgens mij nu veel erger. Nu moet alles bewezen kunnen worden. Dus alles in de pc. Omdat ze willen vinden waar er nog kan bespaard worden. Maar de tijd die in het verzamelen van bewijsmateriaal is gestoken wordt precies niet meegeteld.

Mijn verhaal is helemaal niet leuk meer. Dat kan toch niet aan mij liggen? Ben ik misschien eenzijdig en vergeetachtig wat betreft de vervelende zaken van vroeger? Wordt ik toch een oude zaag met het deuntje van "vroeger was alles beter"? Dat is alleszins mijn lijfspreuk niet. Mijn botten dat het vroeger allemaal beter was. 't Is eerder omgekeerd: we gaan beetje bij beetje terug naar heel vroeger, de tijd van Daens zelfs, waar het allemaal veel slechter was voor de mensen!
 
Vrijdag 18 januari 2002  | Top

De anciens hebben eindelijk hun brief thuis gekregen. Er wordt over niets anders gepraat. Al wie 50 jaar is en genoeg anciënniteit heeft kan zich aanmelden om vervroegd op pensioen te gaan. De interesse voor het aanbod is enorm, ook al zijn er dit keer geen uitstappremies aan verbonden. Er wordt wat afgecijferd en vergeleken. Al wie denkt rond te kunnen komen met 75 procent van zijn of haar wedde en geen lief lopen heeft op Belgacom - de natuur speelt dus ook mee - is enthousiast om op pensioen te kunnen gaan.

Van de 4450 mensen die in aanmerking komen zijn er zo'n 4000 die tekenen om te vertrekken. Moet nog de periode geregeld worden dat elk nog moet blijven. Dat hangt af van het niveau en van de behoeften van de dienst. De mensen mogen ook zelf een datum voorstellen dat ze willen vertrekken. De eerste week van februari moet alles binnen zijn. Veel tijd is er dus niet. Ik krijg de indruk dat niemand die weg kan nog wil blijven uit angst voor de toekomst.

Het gaat allemaal héél snel. De eerste lichting kreeg al antwoord. Ze mogen - of moeten - binnen een maand al weg! Voor velen is dat wel een beetje te veel van het goede, alhoewel, nu er overal zoveel spanning heerst willen de meesten liever snel weg voor ze er helemaal ziek van worden.

Billie mag nu ook gaan. Hij heeft geen zin meer. Ook veel rug- en kniepijn. Hij durft geen lichter werk vragen omdat hij dan niet meer met zijn maat zal samen zijn. Op 1 maart vertrekt hij.
 
Vrijdag 22 februari 2002  | Top

De mensen die vervroegd op pensioen gaan moeten bijna allemaal op 28 februari stoppen. Niet veel tijd om afscheid te nemen van soms wel 30 jaar dienst. Maar feesten zullen ze, in de oude tradities van de RTT nog wel. Het mag namelijk niet meer dat iedereen die vertrekt in zijn bureau of werklokaal een afscheidsfeestje brouwt voor de collega's. Maar dat zie je van hier! De Colruyt doet gouden zaken. Er wordt veel, zeer veel spijs en drank binnen gesmokkeld.

Billie geeft zijn feestje de woensdag, midden in de week. Ik wil hem nog een poets bakken. Ik roep hem op om woensdag langs te komen voor een geneeskundig onderzoek - als een ultieme service van mijn bedrijf Arista aan de Belgacomwerknemers. Er zal een laatste grondig onderzoek gedaan worden van de urine, de faeces en het sperma. Ik laat hem via de interne koerier drie potjes bezorgen om het nodige in te zamelen en mee te brengen.

Wat dacht je. Een half uurtje later komt Billie zelf de gevulde potjes binnen leveren: een met bruin spul, een met geelachtig vocht en een met een sperma-achtige substantie. Ik schrik me een bult: zou hij dat nu echt menen?

Dan doet Billie de potjes open en vraagt me eens te ruiken, kwestie van de kwaliteit te schatten. Wat heeft die schelm gedaan: een potje met witte porto, een potje met opgeloste bruine speculaas en een met rauw eiwit. Geloof me, het lijkt elk heel sterk op echt materiaal! Als straf moet ik op zijn feestje alles opbiechten in het publiek en het bewijsmateriaal tonen.
 
Donderdag 28 februari 2002  | Top

Er geldt een officieus verbod om muziek en feestgedruis te maken. Ik ben uitgenodigd op vier afscheidsfeestjes. De Paille lijkt hier en daar meer op een discotheek. Lege lokalen worden omgetoverd tot feestzaal met drank en hapjes en zelfs flinke maaltijden voor wie langer wil blijven.

Ik heb het zeer moeilijk. Al die mensen waarmee ik samen een lange weg ben gegaan zal ik niet meer zien. Midden het feestgedruis krijg ik een krop in mijn keel. Ik moet hun adres noteren - hen nog kunnen schrijven - zal ik ze nog terugzien? - we maken plannen - maar nu wil ik ineens ook vlug weg uit de Paille - ik ben bang voor de toekomst hier - nog meer stress...

Plots komt iemand vertellen dat er weer iemand zelfmoord heeft gepleegd deze week. Opgehangen aan een koord. Volgens een man van de vakbond zijn het er nu al meer dan 70 die op die manier zijn gegaan sedert de Belgacomperiode.

Wat me verwondert, heel eventjes wordt het stil. Dan trekt men de schouders op, want ze kennen die persoon niet en het is al gewoon dat er een Belgacommer zelfmoord pleegde.

Ik wordt er een beetje depri van, maar dat wil ik niet. Dus knop omdraaien en naar een ander feestje. Rond acht uur vertrek ik weemoedig naar huis. Het feest is nog niet gedaan. De muziek schalt nu over het hele gebouw. Ik hoop dat "mijn mannen" het verder goed maken.