| Terug naar de website www.bruxel.org | update: 28-08-2003 |
| Reacties naar: mieke.vdb@bruxel.org |
|
|
| Memoires 1977 > 2002 | Dagboek 2001 -
2002
7 mei 2001 24 mei 2001 31 mei 2001 6 december 2001 2 januari 2002 18 januari 2002 22 februari 2002 28 februari 2002 |
| Memoires |
| 1977 ... | | Top |
In het begin mis ik heel sterk het teamwerk van een ziekenhuis. Samen met de collega's werken, en lachen - ook al is er in César de Paepe, de armenkliniek middenin een volksbuurt van Brussel, niets dan miserie. Ook de patiënten van die kliniek mis ik. Ze hebben me mijn Frans geleerd, Brussels dus. Ik ben ze dankbaar want ze hebben mijn marktwaarde doen stijgen door mij tweetalig te maken. Niet direct een stadhuis- of pralinefrans maar wel nuttig voor contact met de Brusseleirs. - Bonjour ma crotteke! en J'ai la maladie des péjes et des méjes.
In César de Paepe was ik er na enkele maanden al de tolk voor bijna alle nationaliteiten. Als je in Brussel een beetje meer dan twee halve talen spreekt, dan versta je zeker wel alle talen. Ik heb er nog enkele woorden Arabisch van overgehouden. Juist genoeg om stoute kinderen op straat eens flink aan het schrikken te brengen.
Wat de taal betreft is de overstap naar de RTT dus een makkie. Mijn eerste taak bestaat erin in heel dit reusachtige gebouw de eerste- hulpdozen te controleren en aan te vullen. Ik doorkruis alle lokalen, gangen, zalen en kottekes en leer zo iedereen kennen. Er werken hier 1200 mensen. Mijn heimwee naar de mensen van vroeger in het ziekenhuis is snel voorbij.
De RTT, dat is toch vooral een mannenwereld. Met ingewikkelde regels: wie is nu verantwoordelijk voor wat in dat grote gebouw? Aan wie kan ik best iets vragen? Komt daar een flinke dosis wantrouwen bij vanwege de werkmensen: is dat niet weer iemand die ons moet controleren? Een engel komt zomaar aankloppen: een arbeider stelt me voor heel het gebouw rond te leiden. Hij vindt mij zo'n vriendelijk en schoon meisken en wil me graag helpen. Achteraf zal ik vernemen dat hij vakbondsafgevaardigde is en niet alleen door mij graag gezien.
Mijn eerste 'ernstig' contact is met de chef van «de betwistingen». Hij voelt zich verantwoordelijk voor mij en wil orde op zaken stellen. Ik moet op het appel komen bij een strenge, punctuele man die zo weggelopen lijkt uit een Engelse film. Het prototype van de bediende: het haar netjes gemillimeterd en met een beige stofjas aan. - «Mevrouw, U bent hier welkom en ik hoop dat we een goede samenwerking zullen hebben. Maar wij hebben hier eigenlijk een échte verpleegster nodig, een zuster, en geen pin-up.» Waw. Ik vermoed dat ik helemaal rood word en stotter maar heb toch de moed te vragen wat er dan mis is. - «Geen spannende jeans meer, geen smalle truitjes of korte rokjes. Hier werken veel mannen die in de fleur van hun leven zijn en die mag je niet van hun werk afhouden.»
Daar sta ik, met een vreselijk spannende jeans en natuurlijk een klein truitje en vooral in de fleur van mijn leven, en ik moet eruitzien als een «zuster». Ik zal daar wél een beetje rekening mee houden, maar ook niet te veel. Warempel, er zijn er toch wel zeker die mij «zuster» noemen. Maar als ik hen dan aanspreek als «pater» is dat rap voorbij.
Heel snel ben ik gekend als «de verpleegster van de Paille» of nog «ons trees» omdat mijn binnennummer 1113 zo klinkt in het Frans. Een beetje later wordt het «Mieke van de Paille». Dat is het gebleven.
Al spoedig fungeer ik als een soort biechtmoeder voor al wie om het even welk probleem heeft. Daar ben ik nu ook weer niet voor opgeleid. Ik heb mijn baas gevraagd een bijscholing te mogen volgen over actief te luisteren, omgaan met depressieve mensen, ruzies en relatieproblemen onder werkmensen aanpakkenÉ
Een kleine kwarteeuw ben ik met duizenden lieve RTT-ers de weg gegaan naar wat nu Belgacom heet. Het was echt dikwijls een grote familie. Samen werken, maar ook samen eten en koffie dringen, samen gaan zwemmenen wandelen en zelfs samen op vakantie.
| 1980 ... | | Top |
Ik heb nu een aantal vaste groenteboeren die mij voorzien van de vruchten van hun moestuin. Als eerste krijg ik aardbeien; verse scharreleieren. Een vaste "smokkelaar" brengt mij rond de feestdagen een fles "eau de vie" van over de schreef mee. "Poire Williams" is mijn geliefkoosd drankje. Hij weet dat nu...
Wat hier allemaal geruild wordt. Het is wonderlijk
hoe de mensen sleuren voor mekaar. Meestal zomaar, omdat je hun vriend
bent. In ruil komen ze wel eens om raad vragen als ze weten dat mijn man
architect is en ze met schrik zitten dat een deel van hun huis zal instorten
als ze een muur inkloppen. "Kan hij niet eens komen kijken. Volgens
mij staat die muur al scheef. Mijn vrouw is heel ongerust." "Ik weet niet
of ik daar een garage mag bijbouwen." Zo komen we in het weekend het
land rond. Dikwijls met een karton verse groenten of fruit terug naar huis.
| 1981... | | Top |
Ik heb een zwemclubje opgericht. Eenmaal per week gaan we s'avonds zwemmen. Heerlijk is het daar, het zwembad aan de "voddenmarkt" in 't hartje van Brussel.
Er gebeurt iets vervelends. Er is iets met een oude dame in de "mess" - zoals het restaurant hier genoemd wordt. Gepensioneerden van de RTT - en hun man of vrouw - mogen hier levenslang blijven komen eten aan de spotlage prijzen.
Vlug naar "ons trees" bellen. De dame is aan tafel plots onwel geworden. Haar hoofd viel op de schouder van haar tafelbuurman. Als ik erbij kom, blijkt ze overleden te zijn. Wat moet ik doen. Iedereen zit daar smakelijk te eten. Ik haal dus maar een goocheltruc uit. Ik roep een mess-medewerker erbij om me te helpen de vrouw naar een lokaal naast de mess te brengen, "omdat ze onpasselijk is geworden". Als mijn helper hoort dat hij meegeholpen heeft een dode te verplaatsen wordt hij zeer boos op mij. Ik heb de grootste moeite hem te kalmeren en moet hem vragen nog te zijgen omdat er anders misschien paniek ontstaat in de overvolle eetzaal. Ik weet dat de meeste mensen helemaal niet kunnen omgaan met een plotse dood. Misschien maar best ook.
Ook voor de gepensioneerden blijf ik "hun verpleegster". Op vrijdag mogen ze langs komen, om hun bloeddruk te nemen, een pikuur te zetten...
Op en dag valt er een man van een stelling. Heel ongelukkig. Ernstige rugblessure. Terwijl ik de nooddienst 100 verwittig dondert er een pot sneldrogende lijm naar beneden, op het slachtoffer. Ik roep om water om dat spul af te lengen en daar komt juist een kuisvrouw voorbij. Het dweil- en spoelwater moet dus maar dienst doen. Vreselijke smeerboel. De situatie is echter zo komisch dat het slachtoffer in al zijn miserie toch moet en kan lachen.
Achteraf heb ik die man niet meer terug gezien. Hij belde mij wel nog regelmatig. Het incident met de lijmpot is bijgebleven. "Het heeft mijn pijn toen verzacht. Ik had geen tijd er aan te denken.".
Ik heb het gevoel dat er vertrouwen is bij de RTT als er zoiets ergs gebeurt. Achteraf komt er altijd wel iemand om mij te bedanken. Alhoewel ik zelf dikwijls heel erg twijfel of ik nu alles wel goed heb gedaan.
Terug naar die chef van "de betwistingen". Ondertussen heb ik geen problemen meer gehad met hem. Maar de mensen van zijn dienst vertellen mij dat hij soms heel moeilijk doet. Dat zou het gevolg zijn van een zwaar ongeval vroeger waardoor hij metalen plaatjes in zijn hoofd heeft. Zijn stokpaard is de stiptheid. Niet op het uur, maar op de minuut, zelfs op de seconde. Hij kan daar razend om worden.
Hij wil nu dat ik hem 's morgens opbel als ik op de Paille aankom. Ik heb de goede ("slechte" zegt mijn man) gewoonte om minstens een kwartier te vroeg op mijn post te zijn. Nu blijkt dat ik door die sectiechef op te bellen ook de aandacht trek op het feit dat anderen te laat zijn. Zij moeten er om 7u30 zijn. Ik bel om 7u45 en dan zijn sommigen soms nog niet in het bureel. Ik ben dus gestopt met dat bellen. Tot hiertoe zonder verdere gevolgen.
Ik ben geen werknmer van de RTT. Ik werk daar wel, maar ben daar geplaatst door Gezondheid en Arbeid, een extern bedrijf voor bedrijfsgeneeskunde.1 Ik heb een eigen uurregeling die samengaat met de wekelijkse arbeidsduur die wij in de gezondheidszorg hebben verworven. Dat gaat met minuten per dag: zeven uur en twaalf minuten. Dikwijls schept dat problemen. Telkens opnieuw moet ik dat geduldig uitleggen. Bijvoorbeeld aan de chauffeurs die om 16 uur binnen rijden en bij mij nog eens willen langs komen om een opgelopen wondje te verzorgen. Maar ik heb in feite al gedaan om 15u45. Voor hen ben ik "hun verpleegster", van de RTT dus. Ze willen dat ik rekening hou met hen. Terecht. Alles is uit te leggen onder verstandige mensen, denk ik dan. Nu komen die chauffeurs een kwartiertje vroeger binnen als het nodig is. Of ze verwittigen mij en dan vind ik het niet erg om wat langer te blijven om hen te verzorgen. De meesten zijn intussen ook vrienden geworden. Ik voel mij een beetje als een halfbloed: half RTT en half Gezondheid en Arbeid.
Meer dan eens heb ik me al kwaad moeten maken. Ze noemen me nu soms al plagend "Fatima". Als je die anti's echter bij jou alleen hebt en je kan argumenteren, dan verandert er (soms) wel iets. In de groep doen de meesten mee met de overheersende trend: is dat tegen de vreemdelingen, dan is het heel de groep. Kan je de trend omdraaien, wat soms gebeurt aan een tafel in de mess, dan durven ze geen grove grappen over Marokkanen en Turken meer bovenhalen.
Wie hier getrouwd is met een Arabier, die heeft het hard. Voor mij is dat totaal onbegrijpelijk. Die mensen mogen nog zo hun best doen, het kan niet goed zijn want... ze zijn in het verkeerde land geboren. Ze krijgen een onuitwisbare stempel. Duizend keren heb ik al gezegd dat ik geen verschil zie tussen de huidskleuren, zoals ik ook het verschil niet zie tussen de vakbondskleuren. Ik lijdt aan een zelfopgelegde, artificiële kleurenblindheid. Maar als je een tijdje in Brussel woont, leeft en werkt, dan zie je ook die kleurverschillen niet meer! Ze moeten daar zo de aandacht niet op trekken op al die verschillen. Veel belangrijker en plezanter zijn de gelijkenissen.
De meest kleurrijke figuren, dat zijn zeker de echte Brusselaars. Neem nu Jean l'Amour, de Roste Portier, Jaja - die elke zin begint met een filosofisch "Ja-Ja!", Marjette, "la Reine des Marolles", Mon Janssens, "den uitvinder", Dikke Piet, Fleur of Titinne. En Yvonne met haar twee "canichkes" (poedels) die ze soms meebrengt. Stuk voor stuk zéér kleurrijk. Met een hart van goud maar een breed bakkes.
Zeker Lejopol niet vergeten, "l'antenne des marolliens". Hij laat al zijn vrienden uit de Marollen hier 's middags komen eten, met vrouw, man en kind. Klandizie erbij voor mij.
Fleur is de meest "gecultiveerde". Altijd heel koket, met mooie juweeltjes versierd. Dikke Piet is een vrouw. Ze leeft samen met een Griek die veel jonger is. Regelmatig vloeit er een traan in dat huishouden. Zoals haar naam het aangeeft is ze nogal struis maar ze kan enorm goed dansen. Alles beweegt soepel op het ritme van de muziek.
Jaja is een echte clochard. 's Avonds zoekt hij in de vuilnisbakken naar eten voor zijn dertig katten. Op een dag krijgt hij een bloedaandrang, hier op het werk. Ik ga met hem mee naar het Sint-Jans hospitaal. Daar zie ik iets dat ik nog nooit heb gezien. Jaja liet jarenlang zijn teennagels groeien en die krulden onder zijn voet door, wel twintig centimeter lang. In een gruwelfilm zou je ermee lachen...
Maar het leven van Jaja is in feite een brok tragiek. Later is hij in een instelling in Bierbeek geplaatst. Als men zijn woning wilde opruimen, bleek dat verschrikkelijk: overal katten, een afschuwelijke stank. En dan vonden ze vier miljoen frank, verstopt in een vaasje...
Ik ben hem blijven bezoeken in Bierbeek. Telkens wou hij met mij mee terug. Mijn hand vastgeklemd, niet willen lossen. Ik denk dat hij daar van verdriet gestorven is. Echt triestig...
Jean l'Amour is zo'n echte Brusselse ket.
Van geen kleintje vervaard. Hij is "chef d'équipe" van de werkvrouwen
en kan die flink choqueren met zijn woordenschat. Maar die vrouwen zijn
ook niet op hun mond gevallen. Hun krakeel (er is een straat die zo noemt
in de Marollen!) eindigt af en toe in wapengekletter met borstels en emmers.
Dan schakelen ze mij in als vredesgezant voor een wapenstilstand.
| Dagboek 2001-2002 |
| Maandag 7 mei 2001 | | Top |
| Maandag 21 mei 2001 | | Top |
| Woensdag 23 mei 2001 | | Top |
| Donderdag 24 mei 2001 | | Top |
Eerst een reeks consultaties mee afgewerkt. Alles rustig. Allemaal routine onderzoeken behalve Arlette, een meisje dat zoveel pijn heeft aan haar rug dat ze een aangepaste stoel komt vragen aan de dokter. Dat moet eigenlijk eerst volgens een omslachtige procedure aangevraagd worden en de persoon in kwestie moet ook bewijzen hebben van de handicap, liefst via een specialist om echt indruk te maken.
Na een serieuze studie blijkt nu dat iedereen een betere stoel zou moeten hebben. Die zijn niet eens zoveel duurder. Hetzelfde met de beeldschermen: verkeerde lichtinval en weerkaatsing is heel schadelijk. Dat is nu algemeen geweten en bewezen. Waarom dus niet direct voor iedereen een antireflexie scherm? Nee, eerst een aanvraag bij de chef. Die mailt naar de personeelsdienst. Die moet zwaar peinzen en na het peinzen krijg ik een mail om een afspraak te maken. Ik antwoord met de consultatie-agenda van de geneesheer. Onderhoud met de dokter, liefst met zoveel mogelijk medische documentatie. Als er een positief advies komt van de dokter, brieven naar de personeelsdienst en naar de verpleegster van het hoofdbestuur. Alles moet intussen in de computer. Ik word er warempel moe van, alleen nog maar van er aan te denken. Vandaag was het resultaat: een steunbankje voor de voeten omdat het Arlette te klein is en daarom slecht zit en een antireflexiefilter op het scherm. Twee doodsimpele dingen die ook doodnormaal aan elke werker met een beeldscherm zouden moeten gegeven worden.
Na de middag, allerlei kleine verbandjes verzorgen.
Prokofjev heeft een lelijke voet. Natuurlijk noemt hij zo niet echt, maar
Peter De Wolf. Op zijn dossier naar de dokter had ik automatisch "Prokofjev"
geschreven. Ik ben nogal verstrooid als het om verbanden gaat - tussen
woorden en namen welteverstaan. Een lelijke voet dus, blauw en zwart en
nog zeer dik ook. Naar de dokter gaan kan niet, want geen tijd. Hij komt
daar te laat voor thuis. Er zit een dikke splinter in een teen. Dit is
nu echt mijn specialiteit zie: splinters uithalen, de moeilijkste en meest
hopeloze het liefst. Ik zal hier in totaal wel een hele boomstam bijeen
gepeuterd hebben.
| Donderdag 31 mei 2001 | | Top |
Ik heb rugpijn, of is het buikpijn. Met het lang sinksenweekend voor de deur maak ik me niet te veel zorgen. Na de middag maak ik toch een afspraak met mijn huisarts. Die vraagt zich af wat er met mij gebeurt, ik ben helemaal gespannen. Hij wil me ziekteverlof voorschrijven maar ik weiger omdat dat niet gaat gewoon. Er is te weinig volk bij ons. Ik besluit het pijnprobleem op te lossen met een pijnstiller...
Het weekend is trouwens helemaal niet leuk. Ik heb een schoonzusje die in de palliatieve zorg ligt. Ze heeft nog zeer veel moed, ook al weet ze dat ze moet gaan. Mijn schoonmoeder is 91 jaar en dit weekend gaan we haar bezoeken. Ze is neerslachtig omwille van haar stervende schoondochter. Kan het daarvan zijn dat ik zo gespannen ben? Ik begrijp hoe het komt dat je er echt onderdoor kan gaan als er op het werk én in de familie altijd alleen maar spanning is.
Als ik thuiskom en wil rusten schiet Belgacom terug op het voorplan. Een vriend heeft dit dagboek gelezen en moedigt me aan verder te schrijven. Mijn stijl bevalt hem. Ziehier dus...
Ik mis mijn mannen. Om er eens mee te praten, te lachen. Het kan toch niet dat dit allemaal voorbij is. Vroeger hoorde ik Yves luid lachen in mijn gang. Hij is veel stiller geworden. Het lachen vergaat hem letterlijk. Te veel stress.
Zelf heb ik ook veel meer werk dan vroeger. Vooral administratie dan. Soms zit ik uren gespannen op de top van mijn stoel om alles nog af te krijgen. Vandaar mijn rugpijn, denk ik. En wanneer krijg ik die nieuwe internetverbinding zodat ik tenminste eens naar het toilet kan zonder dat de verbinding uitvalt. Vandaar mijn buikpijn misschien.
Kan ik nu echt niets positiefs vertellen deze week? Jawel. Billie is komen zeggen dat hij toch een vier kreeg bij de evaluatie. Een binnenpretje nog tijdens de consultatie. Een veertiger heeft een soort eczeemplek op zijn schouder. Volgens de dokter is dat mooi afgerond vlekje een beet van zijn nieuwe vriendin die er nogal hevig tegenaan gaat. Nu is hij wat fier op zijn "vlekje". Overal vertelt hij hoe goed ze is en hoe verliefd ze zijn.
Ik heb echt heimwee naar vroeger. Vooral naar de vriendschap en het vertrouwen dat je hier kon hebben in elkaar. Komt dat echt niet meer terug? Welk onverwoestbaar ingenieus systeem is hier de oorzaak van?
Ik was in maart op vakantie in Cuba. Ik kon er uitgebreid praten met verpleegsters, ondermeer met Gloria die verantwoordelijk is voor een groot vakantiecentrum in Guama waar enkele honderden Cubanen werken. Ze vroeg mij naar medikamenten, dat mankeren ze er erg. Gelukkig waren we daarop voorzien. We hadden wat klein verzorgingsmateriaal kunnen inzamelen en nu kon ik Gloria daar dolgelukkig mee maken. Ik mocht haar verpleegzaaltje bezoeken. Armtierig maar zeer netjes. Niets geen computer, fax, printer of andere machinerie. Gloria is een zeer rustige, lieve vrouw. Ze werkt 12 uur per dag omdat ze zo meer thuis kan zijn en minder het openbaar vervoer moet gebruiken. Dat is wel echt nog een groot probleem in Cuba omdat er door de boycot van de Amerikanen bijna geen petrol is. Gloria vindt die uurregeling niet erg, ze werkt veertig uur per week. Haar man mag in het weekend bij haar komen in het vakantiedorp.
Ze is wat jaloers op onze moderne technologie.
Maar wat een prijs betalen wij daarvoor: stress, vereenzaming, ieder voor
zich... Ik heb meer redenen om jaloers te zijn op haar. De Cubanen zien
er echt zeer gezond uit: bijna geen dikke mensen, en zeker geen ondervoede,
altijd opgewekt, veel tijd voor elkaar en voor jou als je iets vraagt of
een babbeltje wilt doen. (Ik spreek of brabbel een aardig mondje Spaans,
vandaar.) Cuba lijkt een beetje op de RTT vroeger maar dan wél met
veel meer zon en muziek! Ik ga er nog terug.
| Donderdag 6 december 2001 | | Top |
Ik zie het niet echt meer zitten om verder te schrijven aan dit dagboek. Eerlijk gezegd, ik denk dat het niet zo boeiend meer is - vooral wat er nu nog te schrijven valt. Maar er zijn mensen die me aanmoedigen, vooral jongeren en dat doet me wel het meest van al plezier.
Ik moet bekennen, ik had terug de breinaalden vastgepakt. Voor mijn twee kleinkinderen. Nu ze nog zo klein zijn is dat heel dankbaar, zo'n schattige kleine kleertjes. Als een furie was ik beginnen breien. Maar nu, na twee "cache-coeurkes" en een monnikskap voor Wannes is mijn wol opgebreid en hier in Brussel moet je vreselijk zoeken om nog breiwolwinkels te vinden. Zo zit ik opnieuw met de pen in aanslag - 't is te zeggen, een "Bic Soft Feel - made in USA". Stel je voor, ik die momenteel vreselijk mijn twijfels heb over al wat die van de USA aan 't uitsteken zijn - overal vechten. Tegen terroristen zeggen ze. Maar is het niet zo dat als je jarenlang wordt geterroriseerd je eindigt als zogenaamde terrorist? Enfin, dit allemaal terzijde, om te vertellen met wat voor een pen ik schrijf.
Het is dus zes december. Zoals altijd ga ik te voet naar mijn werk in de Paille. Ongeveer een half uurtje stappen. Vandaag ga ik via de Lemonnierlaan want ik moet geen brood hebben van mijn bakkertje in de Hoogstraat. Er brandt licht in de taverne waar mijn vriendin werkt. Verbaasd ga ik toch eens kijken. Normaal is er daar pas leven in de brouwerij rond negen uur. Het is nu pas kwart na zeven. Je weet nooit of er geen inbrekers zijn. Neen. Annemie staat daar in volle glorie. Ze heeft er duidelijk zin in want ze is de sinterklaas aan het klaarleggen voor haar medewerk(st)ers. Die hebben geluk met een chef die tijd voor hen tijd neemt!
Ik heb consultaties vandaag. Dat betekent dat er zestien à zeventien mensen op preventief geneeskundig onderzoek komen. Vroeger was zoiets een leuke bedoening: collega's zagen elkaar daar terug, er werd veel gelachen. Nu is alles bloedernstig geworden.
Het waren vandaag vooral mensen die bij de klantendienst werken. Allemaal met de gsm in aanslag wil iedereen de eerste zijn want er wachten nog veel klanten. De meesten ken ik al jaren, maar ligt het nu aan mij, ik heb de indruk dat ze tien jaar ouder zijn. Hyperzenuwachtig allemaal.
Ik zit daar continu in een gsm-gepiep tot ik er zelf doodnerveus van word en voorstel om die toestellen asjeblieft uit te zetten. "Dit algemeen onderzoek gebeurt maar eenmaal per jaar. Jullie moeten daar de nodige tijd voor vragen en vrijmaken." Het is alsof ik niet tot in hun oren doordring. Iemand zegt me dat hij het nut niet inziet van ons bestaan en dat hij geen tijd heeft voor "al dat gedoe". Tot hij terugkomt uit het dokterslokaal met een verwijsbrief naar zijn huisarts. Nu is hij er niet zo zeker meer van dat "ons gedoe" zo zinloos was. Vooral omdat hij over veertien dagen moet terugkomen met antwoord, zoniet is hij ongeschikt voor zijn huidige job.
Ik praat wat met iedereen. Echt waar, het is alsof er een bom onder die mensen ligt. Zo kunnen ze niet langer verder - de hele dag opgejaagd. Vroeger waren ze met twee, nu alleen. Met hun autootje, een laptop als partner die de agenda en orders bijhoudt en hun gsm die continu controleert en nieuwe bevelen doorgeeft. Ze nemen bijna allemaal medicamenten om het vol te houden. En dan worden er veel toch nog depressief... De dokter stelt veel hoge bloeddruk vast en al de soorten kwalen die door stress worden veroorzaakt. Ik maak me zorgen om deze mensen.
's Middags wil ik absoluut in de personeelskantine - de "mess" - blijven eten. Om tussen de mensen te zijn. Ik heb een aantal vaste vrienden waar ik samen mee eet. Ook daar is het allemaal kommer en kwel. De partner van Rosie werkt als technieker bij Belgacom. Hij heeft voortdurend pijn aan zijn schouder - van op zijn eentje het gewicht te sleuren van de gereedschapskoffer die vijftien kilo weegt. Hij neemt nu pijnstillers om het vol te houden...
Een rustige namiddag verder. Er is nog tijd om wat te praten. Er komt iemand met zijn voet die heel dik is en blauw ziet. Ik regel alles om hem naar de kliniek te brengen voor een radiografie. Hij sputtert eerst fel tegen. Hij heeft schrik van ziektedagen en de controleurs die dan thuis komen...
Terug naar huis. Maar niet in rechte lijn. Eerst boodschappen doen. Vroeger was dat de GB achter de Beurs, nu is dat Carrefour. Voor de klant is het misschien wel verbeterd: meer ruimte en overzichtelijker schikking. Maar aan de kassa's!! Een enorme file. Als het mijn beurt is zie ik dat de mevrouw aan de kassa ook weer bloednerveus is. Ze roept dat ze efkes wil stoppen, maar er is blijkbaar niemand om haar te vervangen.
Wat een dag. Hoe moet dat hier verder, iedereen
doodzenuwachtig. Toch niet, daar zie ik de studentenstoet: veel muziek,
te veel bier, sinterklaas... Wat een contrast met mijn werkers. Eerst revolteer
ik maar daarna vind ik dat ze het er maar moeten van nemen want na hun
studententijd is het gedaan. Hurry, hurry en alles draait om money,
money! De clochards trachten wat mee te vieren met de studenten, vooral
het gratis bier trekt aan natuurlijk. Ze worden wel steeds talrijker, en
steeds meer jonge mensen...
| Woensdag 2 januari 2002 | | Top |
Ik begin mijn laatste jaartje op de Paille. Met gemengde gevoelens. Ik ben blij iets anders te kunnen gaan doen en wat meer tijd te hebben voor mezelf, mijn kleinkinderen. Om Leen, mijn schoondochter, te kunnen helpen die een drukke dokterspraktijk heeft in laag Molenbeek. Ze werken daar aan terugbetalingstarieven, met vrijwilligers om de receptie te doen. Daar zie ik wel iets weggelegd voor mij, maar ik wil me ook niet vast-vast leggen. Ik werk nu 37 jaar en heb echt een ingebouwde klok: elke dag om zes uur wordt ik als een automaat wakker - ook als ik niet moet werken. 's Avonds ben ik dan snel doodop. Als ik al die mensen rondom mij nog zo druk bezig zie voel ik me soms schuldig omdat ik dan al zo moe ben. Ik hoop dat dit zal verbeteren als ik niet meer ga werken.
Langs de andere kant, dat contact met de mensen in de Paille, zal ik dat niet te veel missen? Ik weet het niet. Vandaag is er een nieuwjaarsreceptie. Dat is nieuw. Vroeger was er feest in elk bureau, maar dat mag niet meer. Dus organiseert Belgacom zelf een receptie. Best wel leuk. Iedereen van het gebouw samen in de "mess" zodat je iedereen eens kan zien. Ik ga natuurlijk eerst eens bij de anciens, maar de sfeer zit er niet echt in...
In veel groepjes praat men alleen over het einde van het BeST-project - de jongste reorganisatie bij Belgacom. Het gonst van de geruchten maar niemand weet het zeker. Er is zogezegd nog veel volk te veel. Toch heeft iedereen veel te veel werk. Hoe kan een normaal mens zoiets nu begrijpen?
De mensen van de mess zijn wat grimmig omdat zij niet mee mogen feesten, zij moeten de receptie verzorgen. Ze hebben ook al zoveel werk. Er werken nu maar 6 mensen van Belgacom meer in de kantine. Vroeger, in de tijd van de RTT (tot 1990) waren dat er 44. Daarna is er veel volk vertrokken. De vrouwen die er nog mooi en jong uitzagen konden naar de nieuwe "towers" aan het Noordstation - want daar moet alles er chic uitzien. Geen gehandicapten of oudere mensen.
Dat is de nieuwe Belgacom-cultuur: van 44 naar 28 mensen voor hetzelfde werk, waaronder nog drie gehandicapten en vier vijftigplussers. Iedereen loopt op de toppen van zijn tenen. Gevolg: Agnes kan niet meer. Ze is vierenvijftig. Heeft veel pijn aan de voeten en de rug maar toch durft ze niet thuis blijven. Ze neemt nu pijnstillers... tot ze kraakt! Ik moet haar dringend naar de kliniek laten brengen en daar loopt dan nog allerlei mis: een dringende operatie blijkt noodzakelijk; ze moet eerst afkicken van verslavende pijnstillers. Zestig druppels Valtran per dag nam ze al - een dosis waar een normaal mens direct tureluut van wordt. Ik vraag eens na in de mess hoe lang dat al aansleept en wat blijkt, Agnes is niet de enige die dat goedje regelmatig neemt om verder te kunnen functioneren. Ik kan niet anders dan de chef van de mess daarover aan te spreken. Hij blijkt op de hoogte want ze hebben hem ook al die druppels aangeboden als hij eens pijn had. Samen met de dokter hebben we die spiraal kunnen stoppen. Maar hoe geraken die mensen aan dat spul? Een coureur vliegt in den bak als hij spul gebruikt om zijn stiel te kunnen uitoefenen - in naam van de "zuivere" sport en omdat het ongezond zou zijn. Maar duizenden, miljoenen mensen drogeren zich dagelijks, gewoon om hun job te kunnen doen. Dat mag niet alleen, dat moet zelfs...! Wat voor een zottekesnest is dat hier?
De mess is nu geprivatiseerd, verkocht aan Sodexho. Er werken nog zes mensen van Belgacom en ongeveer vier van Sodexho, waaronder een ex-sabenienne die wat blij is dat ze terug werk heeft. Serge is licht mentaal gehandicapt. Hij is buiten kader geplaatst - hij telt dus niet mee in het budget van de mess. Hij heeft het zeer moeilijk. Mist vooral de sfeer van vroeger. Het is bijna niet meer mogelijk om een praatje te maken met collega's en hij heeft nogal wat privé-problemen. De fles wordt nu zijn compagnon. Je moet niet raden... Gelukkig is Piet, de nieuwe kok van Sodexho een zeer sociaal man en ziet hij tijdig de problemen aankomen. Serge wilde er een eind aan maken. Het was genoeg. Nu is hij opgevangen in een instelling. Maar ik zie het hier niet goed zitten voor hem. Die stress is echt dodelijk.
Piet heb ik ook al naar spoedgevallen moeten brengen met een kleine hartaanval. Misschien is hij te sociaal en mag hij geen medeleven hebben.
Waar was ik gebleven in de nieuwjaarsreceptie?
Bij de anciens. Dat er nog veel volk weg moet.
Billie
krijgt gelijk: je doet zo goed je BeST dat ze je helemaal niet meer nodig
hebben. Er zouden nu weer 4000 mensen weg moeten uit Belgacom. Allemaal
op vrijwillige basis. Zo te horen wil er niemand blijven, uit schrik het
niet meer aan te kunnen.
Claude twijfelde nog. Hij is alleenstaande en volgens hem kan Belgacom hem niet missen. Maar toen hij liet blijken dat hij misschien wou blijven begonnen de problemen. Men verwittigde hem dat hij zijn uurregeling moet veranderen: niet meer op vaste tijden koffiepauze of zelfs middagmaal, maar blijven werken tot een taak afgewerkt is en pas dan mag je eten of pauzeren. Daar gaat zijn illuzie van onmisbaarheid. Hij wordt er echt ziek en depri van. Moet naar de dokter en neemt nu ook pillen om vol te houden. Dat hij een totaal andere job zou moeten doen was de doodsteek voor Claude. Hij die dacht dat zijn plaatske onvervangbaar was...
De meeste jonge mensen ken ik niet zo goed. Ze komen eenmaal per jaar op geneeskundig onderzoek. Ik vind ze wel tof maar als ze samen zijn praten ze over niets anders dan over hun werk. Echt wel voorbeelden van de nieuwe bedrijfscultuur. Voor hoe lang?
Voor Billie mag het stoppen. Hij komt nog graag voor zijn collega's maar de toekomst schrikt hem te veel af. Hij heeft een zeer toffe compagnon. Die lachen wat af, die twee. Toch moeten ze zeer hard werken. Hier en daar is er nog zo'n enkeling die op het eerste gezicht ontsnapt aan de alles overheersende stress.
Hoe kon dit in tien jaar tijd allemaal zo grondig veranderen? Er wordt voortdurend gezeurd over de concurrentie die klaar staat om ons kapot te maken; we moeten altijd maar beter, vlugger, klantvriendelijker, enz. worden. Altijd meer, sneller, beter, groter... zotter, ja!
Dat heb je dan van de privé. Ik zie er geen voordelen in. Zelfs de bureaucratie waar ze zo'n punt van maken is volgens mij nu veel erger. Nu moet alles bewezen kunnen worden. Dus alles in de pc. Omdat ze willen vinden waar er nog kan bespaard worden. Maar de tijd die in het verzamelen van bewijsmateriaal is gestoken wordt precies niet meegeteld.
Mijn verhaal is helemaal niet leuk meer. Dat kan
toch niet aan mij liggen? Ben ik misschien eenzijdig en vergeetachtig wat
betreft de vervelende zaken van vroeger? Wordt ik toch een oude zaag met
het deuntje van "vroeger was alles beter"? Dat is alleszins mijn
lijfspreuk niet. Mijn botten dat het vroeger allemaal beter was. 't Is
eerder omgekeerd: we gaan beetje bij beetje terug naar heel vroeger, de
tijd van Daens zelfs, waar het allemaal veel slechter was voor de
mensen!
| Vrijdag 18 januari 2002 | | Top |
De anciens hebben eindelijk hun brief thuis gekregen. Er wordt over niets anders gepraat. Al wie 50 jaar is en genoeg anciënniteit heeft kan zich aanmelden om vervroegd op pensioen te gaan. De interesse voor het aanbod is enorm, ook al zijn er dit keer geen uitstappremies aan verbonden. Er wordt wat afgecijferd en vergeleken. Al wie denkt rond te kunnen komen met 75 procent van zijn of haar wedde en geen lief lopen heeft op Belgacom - de natuur speelt dus ook mee - is enthousiast om op pensioen te kunnen gaan.
Van de 4450 mensen die in aanmerking komen zijn er zo'n 4000 die tekenen om te vertrekken. Moet nog de periode geregeld worden dat elk nog moet blijven. Dat hangt af van het niveau en van de behoeften van de dienst. De mensen mogen ook zelf een datum voorstellen dat ze willen vertrekken. De eerste week van februari moet alles binnen zijn. Veel tijd is er dus niet. Ik krijg de indruk dat niemand die weg kan nog wil blijven uit angst voor de toekomst.
Het gaat allemaal héél snel. De eerste lichting kreeg al antwoord. Ze mogen - of moeten - binnen een maand al weg! Voor velen is dat wel een beetje te veel van het goede, alhoewel, nu er overal zoveel spanning heerst willen de meesten liever snel weg voor ze er helemaal ziek van worden.
Billie mag nu ook gaan. Hij heeft geen zin
meer. Ook veel rug- en kniepijn. Hij durft geen lichter werk vragen omdat
hij dan niet meer met zijn maat zal samen zijn. Op 1 maart vertrekt hij.
| Vrijdag 22 februari 2002 | | Top |
De mensen die vervroegd op pensioen gaan moeten bijna allemaal op 28 februari stoppen. Niet veel tijd om afscheid te nemen van soms wel 30 jaar dienst. Maar feesten zullen ze, in de oude tradities van de RTT nog wel. Het mag namelijk niet meer dat iedereen die vertrekt in zijn bureau of werklokaal een afscheidsfeestje brouwt voor de collega's. Maar dat zie je van hier! De Colruyt doet gouden zaken. Er wordt veel, zeer veel spijs en drank binnen gesmokkeld.
Billie geeft zijn feestje de woensdag, midden in de week. Ik wil hem nog een poets bakken. Ik roep hem op om woensdag langs te komen voor een geneeskundig onderzoek - als een ultieme service van mijn bedrijf Arista aan de Belgacomwerknemers. Er zal een laatste grondig onderzoek gedaan worden van de urine, de faeces en het sperma. Ik laat hem via de interne koerier drie potjes bezorgen om het nodige in te zamelen en mee te brengen.
Wat dacht je. Een half uurtje later komt Billie zelf de gevulde potjes binnen leveren: een met bruin spul, een met geelachtig vocht en een met een sperma-achtige substantie. Ik schrik me een bult: zou hij dat nu echt menen?
Dan doet Billie de potjes open en vraagt me eens
te ruiken, kwestie van de kwaliteit te schatten. Wat heeft die schelm gedaan:
een potje met witte porto, een potje met opgeloste bruine speculaas en
een met rauw eiwit. Geloof me, het lijkt elk heel sterk op echt materiaal!
Als straf moet ik op zijn feestje alles opbiechten in het publiek en het
bewijsmateriaal tonen.
| Donderdag 28 februari 2002 | | Top |
Er geldt een officieus verbod om muziek en feestgedruis te maken. Ik ben uitgenodigd op vier afscheidsfeestjes. De Paille lijkt hier en daar meer op een discotheek. Lege lokalen worden omgetoverd tot feestzaal met drank en hapjes en zelfs flinke maaltijden voor wie langer wil blijven.
Ik heb het zeer moeilijk. Al die mensen waarmee ik samen een lange weg ben gegaan zal ik niet meer zien. Midden het feestgedruis krijg ik een krop in mijn keel. Ik moet hun adres noteren - hen nog kunnen schrijven - zal ik ze nog terugzien? - we maken plannen - maar nu wil ik ineens ook vlug weg uit de Paille - ik ben bang voor de toekomst hier - nog meer stress...
Plots komt iemand vertellen dat er weer iemand zelfmoord heeft gepleegd deze week. Opgehangen aan een koord. Volgens een man van de vakbond zijn het er nu al meer dan 70 die op die manier zijn gegaan sedert de Belgacomperiode.
Wat me verwondert, heel eventjes wordt het stil. Dan trekt men de schouders op, want ze kennen die persoon niet en het is al gewoon dat er een Belgacommer zelfmoord pleegde.
Ik wordt er een beetje depri van, maar dat wil
ik niet. Dus knop omdraaien en naar een ander feestje. Rond acht uur vertrek
ik weemoedig naar huis. Het feest is nog niet gedaan. De muziek schalt
nu over het hele gebouw. Ik hoop dat "mijn mannen" het verder goed maken.