Previous Home Next
Bruxel in 1350
Cliquez sur l'illustration pour la voir plus grande | Klik op de illustratie om die groter te zien
bruxel1357_900
bruxel1357_900.jpg
M = the historical center [church] of Molenbeek | V = de Vlaamse Poort / Porte de Flandre | N = Porte de Ninove / Ninoofse Poort | A = Anderlechtse Poort / Porte d'Anderlecht | Gs = Grote Spui / la Grande Ecluse

Une seconde enceinte de grande dimension, dont les travaux débutèrent au XIVe siècle, fut construite.
    Elle présentait les caractéristiques des défenses médiévales: un mur, un fossé inondé dans la vallée et sec sur les hauteurs de la ville, des tours semi-circulaires et 7 portes fortes sur le parcours des routes mettant en communication Bruxelles et l'extérieur.
    Au XVIe siècle, une nouvelle issue fut ouverte - en fonction du canal de Willebroek, nommée «porte ou trou du Rivage».

    Dès 1434, la Senne est canalisée pour la navigation. En 1434, PHILIPPE le BON autorisa par octroi la canalisation de la Senne, les travaux se montrèrent rapidement insuffisants de sorte que l'idée de remplacer cette rivière par un canal se dessina.
    Dès 1477, MARIE de BOURGOGNE décréta la  construction du canal de Willebroek, reliant Bruxelles au  Rupel; les travaux de creusement s'achevèrent en 1561.

La «Porte de Ninove» n'existera pas comme telle - une ouverture dans l'enceinte qui donne accès à une route - jusqu'au 19ème siècle, quand la Chaussée de Ninove sera crée.
    Au contraire, jusqu'à ce moment, c'est la Zenne et notamment «La Senne de Ransfort» qui entre dans la ville par un «trou» dans l'enceinte: «la Petite Ecluse» - het «Kleine Spui». Cet endroit se situe actuellement [novembre 2004] à la place de la sous-station de la centrale électrique, utilisée comme local de l'institut des Arts et Métiers, au boulevard de l'Abattoir.
    L'autre branche de la Zenne entrait dans la ville par «la Grande Ecluse» - het «Grote Spui». Encore à retrouver sous ce nom [restaurant dans le bâtiment historique] au boulevard Poincaré.
  
Een tweede vesting werd gebouwd vanaf de XIVe eeuw. Een typisch middeleeuwse omwalling: een stenen muur, een gracht met water gevuld in het lagere stadsdeel en droog in de bovenstad, halfronde stenen torens en 7 poorten die de verbinding verzekerden met de buitenwereld.
    In de XVIe eeuw werd er een nieuwe opening gemaakt in de vestingmuur: het nieuwe kanaal naar Willebroek liep via nieuwe dokken door tot in het centrum van de oude stad - via de «Oeverpoort».
    In 1434 geeft Philippe de Goede toelating tot het kanaliseren van de Zenne. Snel zal blijken dat de Zenne toch onbevaarbaar wordt - door dichtslibbing, gevolg van ontbossing en erosie.
    Vanaf 1477 decreteert Maria van Boergondië het graven van het kanaal naar Willebroek dat Brussel met de Rupel verbindt. Het wordt ingehuldigd in 1561.


De «Ninoofse Poort» zal als dusdanig - een opening in de vestingmuur die toegang geeft naar een weg - tot 1816 niet bestaan. Pas dan wordt de Ninoofse steenweg aangelegd.
    Tot op dat ogenblik is het alleen de Zenne en met name de «RansfortZenne» die daar via een opening in de stadsmuur Brussel binnen vloeit: het «Kleine Spui» [la «Petite Ecluse»]. Vandaag [november 2004] is deze plek het oude onderstation van de electriciteitscentrale dat nu gebruikt wordt als een lokaal van het Institut des Arts et Métiers, op de Slachthuislaan.
    De andere Zenne-arm kwam de stad binnen via het «Grote Spui» [la «Grande Ecluse» - nu nog onder deze naam te vinden als een restaurant in het historische gebouw, op de Poincarélaan.
  
Previous Home Next