porteNINOVEpoort www.bruxel.org


Thurn & Taxis: de verenigingen, organisaties en wijkcomités richten een begeleidingscomité op

Na de vele herbestemmings- en afbraakscenario's is er eindelijk een bestemmingsplan in de maak voor de site van Thurn & Taxis. Het gaat om een overheidsplan dat momenteel wordt onderworpen aan een effectenstudie.

De wijkcomités, verenigingen en organisaties onderlijnen het belang van deze site in de ontwikkeling van de stad. Ze vragen een globale en geïntegreerde aanpak. De manier waarop momenteel beslissingen worden genomen, het gebrek aan participatie en de slechte stedenbouwkundige kwaliteit van het plan riskeren echter op lange termijn een zware impact te hebben op deze terreinen.

Een groot aantal wijkcomités, verenigingen en organisaties vestigen de aandacht op een aantal basisprincipes voor de ontwikkeling van de site van Thurn & Taxis:

1.    De herwaardering van de site moet vertrekken van wat er is en moet de kwaliteiten van de site in de verf zetten, zowel wat het patrimonium als wat de vergezichten betreft. De heraanleg moet zich inspireren op het tracé van de sporen die de site van een bepaalde structuur voorzien en van de perspectieven die bewaard moeten blijven zoals het zicht vanop de Laekenveldbrug of op de historische gebouwen. Verder moeten de fysieke en sociale linken met het stadscentrum en met de omliggende wijken hersteld worden.

2.    De perimeter van de effectenstudie moet heel de hefboomzone omvatten zoals deze gedefinieerd is in het GeWOP. Zo worden de BBP's « Helihaven » en « Gaucheret » ook mee in rekening genomen, meer bepaald wat betreft de kantoordruk in deze zone. De effectenstudie moet enerzijds rekening houden met de impact van de ontwikkeling van T&T op de wijken errond. Anderzijds moet de studie ook nagaan hoe bepaalde functies die in de wijken ontbreken een plaats kunnen vinden op T&T.

3.    De site van Thurn & Taxis moet een volledig gemengde site worden. Dit betekent zowel een sociale gemengdheid als gemengdheid van functies (ook vertikale gemengdheid). De site moet voor iedereen toegankelijk zijn. Ze moet plaats bieden aan ondernemingen die zorgen voor tewerkstelling. Wat betreft de woningen moet een verhouding van 1 op 3 worden voorzien.

4.    De effectenstudie moet aantonen dat zowel de Haven als de andere voorgestelde functies een economische meerwaarde bieden aan de wijken. De verschillende overheden moeten ervoor zorgen dat de economische actoren zich integreren in het lokaal economisch weefsel, van een zekere tewerkstelling voorzien en zich engageren om onderling te communiceren en informatie uit te wisselen.

5.    Er moet een stadsstructuur komen die de continuïteit met het aangrenzend stadsweefsel  verzekert, zowel langs de kant van de Picardstraat als de Claessensstraat.

6.    Er moet meer huisvesting komen dan voorgesteld in het basisdossier, verspreid over de hele site en van verschillende types : geconventioneerde, sociale woningen en woningen aan de marktprijs.

7.    De ontwikkeling van de site moet in fasen gebeuren om te vermijden dat er een grote onbeheersbare werf komt die een bron van onveiligheid zou betekenen. Een permanent begeleidingscomité moet deze progressieve ontwikkeling begeleiden, naar het voorbeeld van wat in andere Europese steden gebeurt, en waarover ook sprake in het Ombudsplan voor de Europese wijk.

8.    De site van Thurn & Taxis moet ontsloten worden dankzij een beter beheer van de mobiliteit erop en errond. Een spoorverbinding (trein of tram) met de rest van de stad zou optimaal zijn. Openbaar vervoer naar Pannenhuis of Belgica moet voorzien worden. De opening van het metro-station Sainctelette moet worden bestudeerd. De MIVB moet zich effectief engageren in het project voor T&T. Het aantal parkeerplaatsen moet beperkt blijven en het openbaar vervoer aangemoedigd. Dit is de gelegenheid om na te denken over een autoloze site.

9.    Het project voor een brug over het kanaal in het verlengde van de Picardstraat is overbodig. Het Redersplein volstaat. Bovendien zou een nieuwe brug de activiteiten van de bedrijven van de Haven van Brussel kunnen hinderen.

10.    Zowel voor de nieuwe constructies (gescheiden opvang van regenwater, zonnepanelen enz) als voor de renovaties (duurzame materialen) moeten de principes van duurzame ontwikkeling in acht genomen worden. De mogelijkheid van een collectieve verwarmingscentrale moet onderzocht worden. Duurzame ontwikkeling betekent ook dat de Maritiemwijk, de Maria-Christina wijk en de Noordwijk betrokken worden bij de reflectie. Sociale gelijkheid is van belang, zowel wat betreft de toegang tot huisvesting als tot de openbare ruimte en tot de infrastructuur. De site moet zowel fysiek toegankelijk zijn als wat de functies betreft.

11.    Het groenplan van T&T moet rekening houden met 3 aspecten: integratie in de bestaande site, toegankelijkheid (open voor iedereen) en integratie in het groen netwerk voorzien in het GeWOP. Het groenplan moet betrekking hebben op de volledige site. Deze openbare ruimte moet een zekere afstand bewaren tegenover het patrimonium.

12.    Het bestemmingsplan moet ook het wegennet binnenin de activiteitenzone van de Haven van Brussel opnemen om zo haar integratie in de site te bevorderen. De aanwezigheid van de Haven is een historisch feit. De Haven is ook een noodzakelijke factor om een evenwicht te bewaren tegenover een ontwikkeling die te erg gericht is op kantoren en ontspanningsdoeleinden. Het plan moet ook meer zichtbaarheid geven aan de projecten van zowel de Haven als de andere ondernemingen (inplanting van Ziegler in vraag gesteld in het basisdossier van het bestemmingsplan). De Haven moet de rand van de site langs de Dieudonné Lefèvrestraat, onder de brug, inrichten en hierbij zorgen voor een kwaliteitsvolle architecturale integratie.

13.    Het type uitrusting moet gepreciseerd worden : lokaal belang (nabijheid, handel, creches..), gewestelijk en boven-gewestelijk belang. Een lijst van voorstellen moet worden opgemaakt.

De partners vragen dat het regeringsbesluit van 9 januari 2003 wordt herzien volgens bovengenoemde punten. Gezien het belang van de site, de tijd die nodig zal zijn om hem te ontwikkelen en het groot aantal betrokken actoren, willen de verenigingen, organisaties en wijkcomités deel uitmaken van een permanent begeleidingscomité voor de ontwikkeling van de site en de hefboomzone. Dit comité moet een echt coördinatie- en overlegplatform zijn en moet genieten van een institutionele erkenning.

De verenigingen, organisaties en wijkcomités kondigen vandaag officieel de oprichting van het begeleidingscomité aan.

L'ARAU, Brusselse Bond voor het Recht op Wonen, BRAL vzw,
Wijkcomité Maria-Christina/Koningin/Stefanie, Wijkcomité Maritiem,
Bewonerscomités Harmonie - Oude Noordwijk,
La Fonderie, Inter-Environnement Bruxelles, NOMO, Riso-Brussel - Opbouwwerk Noordwijk


contact NL : BRAL vzw - Mirjam Amar - 02/217 56 33
contact FR : Inter-Environnement Bruxelles - Anne-France Rihoux - 02/223 01 01